De pensioenplannen van Jambon in het kort
De pensioenhervorming is afgeklopt binnen de regering en, volgens Jambon, zullen de vrouwen zich wel aanpassen aan de nieuwe realiteit. We overlopen kort de voornaamste wijzigingen en eindigen met een paar, volgens ons, losse eindjes.
Kernpunten
De hervorming, die in maart 2026 definitief werd goedgekeurd, richt zich op drie pijlers: langer werken, harmonisering en financiële houdbaarheid.
• Invoering pensioenmalus
Wie vervroegd met pensioen gaat (voor de wettelijke leeftijd van nu 66 en vanaf 2030 67 jaar), loopt het risico op een financiële sanctie. Dit betekent een vermindering van 2 % per jaar dat men vroeger stopt (stijgend naar 4 % en 5 % in de verdere toekomst). De malus is niet van toepassing als je gelijktijdig aan twee voorwaarden voldoet:
o 35 jaar prestaties van minstens 156 dagen/jaar
o in totaal 7020 dagen kan laten meetellen
• Strengere werkvoorwaarde (156 dagen)
Zoals je hierboven al kon lezen moet men minstens 156 dagen per jaar effectief gewerkt hebben (of gelijkgesteld zorgperiode) om een jaar te laten meetelen. Voorheen was dat slechts 104 dagen. Enkel het eerste jaar van je loopbaan (het jaar van het beëindigen van je studies) zal nog meetellen als je 104 gewerkte of gelijkgestelde dagen kan bewijzen.
Voor het vervroegd pensioen 0/42 (leeftijd van 60 jaar en 42 jaar loopbaan) wordt die werkvoorwaarde nog verzwaard en zal je elk jaar minstens 234 dagen gewerkt moeten hebben (dus minstens 3/4e). Het pensioen 60/44 61/43, 62/43 en 63/44 blijft mogelijk mits de nieuwe werkvoorwaarde wordt behaald.
• Nieuwe pensioenbonus
Er komt een nieuwe bonus voor wie doorwerkt na de wettelijke pensioenleeftijd, mits men aan dezelfde strikte loopbaanvoorwaarden voldoet (minstens 35 jaar).
Kritiek
De nieuwe pensioenregels houden weinig of geen rekening met de maatschappelijke realiteit. Niet iedereen heeft immers even veel geluk en vooral vrouwen worden onevenredig benadeeld omdat de familiale zorgtaken vaak op hun schouders terechtkomen. Deze hervormingen zullen dus bijdragen tot het vergroten van de pensioenkloof waarin België sowieso al een slechte leerling was (31,3 % in 2024). We geven hierna enkele belangrijke punten van kritiek.
• De drempel en het plafond
De drempel van 156 dagen is vooral voor vrouwen problematisch. 40 % werkt immers deeltijds tegenover 12 % van de mannen. Bovendien wordt er zwaar gesleuteld aan de gelijkstellingen: voor mensen geboren in 1968 of later, worden dagen werkloosheid, landingsbaan of SWT nog slechts voor maximaal 20 % van de loopbaan meegeteld.
• De gelijkstellingen
Er is veel en lang gedebatteerd over de gelijkstelling van ziekte en (tijdelijke) werkloosheid. Deze zijn niet het gevolg van een keuze waardoor wat ons betreft de solidariteit hier volop moet spelen. Dankzij onze acties en druk haalden we onze slag thuis; in tegenstelling tot de eerste voorstellen worden tijdelijke werkloosheid en ziekte terug nagenoeg volledig gelijkgesteld.
• Het vervroegd pensioen: zoals hieboven reeds uitgelegd, hebben we het recht op vervroegd pensioen 60/42 kunnen vrijwaren, maar niet zoals wij het gewild hadden. De voorwaarden zijn dermate vergaand dat slechts enkele witte raven eraan zullen voldoen: minstens 234 gewerkte dag per jaar, inclusief het jaar van afstuderen, en verregaande beperking van de gelijkstellingen (ziekte is bv niet gelijkgesteld). Onze analyse is dat deze regeling dan wel nog op papier bestaat, maar in werkelijkheid een lege doos zal blijken te zijn.
• Zware beroepen
Een andere zware kritiek is dat de nieuwe regels niets voorzien voor zware beroepen. Het is onze overtuiging dat dit zal leiden tot veel meer ziekte, want het verplicht langer werken tot 66 jaar en vanaf 2030 zelfs tot 67 jaar staat in schril contrast met de gezonde levensverwachting die in ons land op 63,7 jaar ligt. Dit cijfers wordt uiteraard naar beneden toe beïnvloed door mensen die zware arbeid, ploegenarbeid en dergelijke uitvoeren en juist voor deze groepen worden geen aangepaste regels voorzien.
• Communicatie
We wisten al dat minister Jambon op zijn zachtst gezegd, niet de meest tactvolle communicator is, maar deze keer was de teneur zonder meer misplaatst. Zijn woorden, waaronder “Vrouwen zullen zich wel aanpassen”, getuigen van een misprijzen voor het opnemen van de zorgtaken binnen het gezin en de realiteit waarin minder fortuinlijke mensen leven zonder daar per se voor te kiezen Mensen kunnen zich natuurlijk ook niet met terugwerkende kracht “aanpassen” want de nieuwe regels werken retroactief. In die zin vormt de nieuwe regeling dan ook contractbreuk voor alle reeds gepresteerde jaren waarop deze regels ingrijpen.
Overgangsmaatregelen
• Dicht tegen je pensioen
De impact van de nieuwe regels wordt beperkt voor mensen die dicht tegen hun pensioen zijn door 2 maatregelen:
- voor mensen die in 2025 minstens 60 jaar waren, wordt de impact beperkt tot maximaal één jaar langer werken
- voor mensen die in 2025 59 jaar waren, wordt de impact beperkt tot maximaal twee jaar langer werken
• Het eerste loopbaanjaar
In het eerste loopbaanjaar is het bijna onmogelijk om aan 156 dagen te raken. Daar wordt de drempel nu op 104 dagen gelegd.
• Pechdagen
Het kan altijd dat je een jaar (of twee) pech hebt en er net niet geraakt. Hiervoor krijg je over je hele carrière 5 pechdagen die je vrij kan inzetten om een jaar alsnog te laten meetellen. Heb je bijvoorbeeld 155 dagen in 2005 en 152 dagen in 2007, dan zal je die jaren toch nog kunnen laten meetellen door het inzetten van die 5 pechdagen.
Losse eindjes
Een aantal zaken blijven voor ons totaal onaanvaardbaar of moeten nog uitgeklaard worden:
• periodes gedekt door een opzegvergoeding zouden niet meetellen als gewerkte dagen (of gelijkgestelde dagen). Dit is volkomen onaanvaardbaar omwille van verschillende redenen:
o op deze vergoeding wordt RSZ betaald waardoor er geen enkele reden is deze niet mee te tellen
o ontslagen worden is geen keuze van de werknemer en je kunt niet verwachten dat mensen ’s anderendaags al een nieuwe job hebben
• De gelijkstelling voor landingsbanen: volgens sommige bronnen zouden de dagen van landingsbanen meegeteld worden aan een beperkt fictief. Voor ons is het duidelijk dat landingsbanen moeten meetellen aan het normaal fictief loon.
Conclusie
Deze pensioenhervorming wordt ingevoerd onder het motto dat harde werkers moeten beloond worden en om het systeem betaalbaar te houden. Het betalen van deftige pensioenen is echter geen kwestie van betaalbaarheid, maar van politieke keuzes. Deze hervorming is geen toonbeeld van innovatie, maar wel van ideologische vooringenomenheid waarbij solidariteit heel bewust zoveel mogelijk wordt verminderd. Vakbonden en progressieve organisaties en partijen hebben de scherpste puntjes kunnen afvijlen, maar het resultaat is nog steeds een ruime onvoldoende. Vooral vrouwen en de meest kwetsbaren in onze samenleving zullen het slachtoffer zijn van deze pure besparingsmaatregelen.