CRB bevestigt: er is ruimte voor hogere lonen
De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) publiceert elk jaar verslagen over de evolutie van de loonkosten in België en de buurlanden (Frankrijk, Nederland en Duitsland). Die verslagen spelen een belangrijke rol in het loonoverleg en in de bepaling van de loonmarge. De belangrijkste conclusie van de twee recentste verslagen: er is wel degelijk marge om de lonen te verhogen bovenop de index. In dit artikel vatten we de belangrijkste CRB-bevindingen samen.
Eerste CRB-verslag: de ‘loonkostenhandicap’ met de buurlanden
In dit verslag gebruikt de CRB drie indicatoren om de Belgische loonkosten te vergelijken met die in Duitsland, Frankrijk en Nederland. Ter info: de term ‘loonkostenhandicap’ is een term die wij niet verkiezen, maar die de CRB hanteert op basis van de loonwet van 1996.
1. Loonkosten (al dan niet gecorrigeerd voor productiviteit)
De eerste indicator vergelijkt het niveau van de loonkosten (inclusief loonsubsidies) in België met onze buurlanden Frankrijk, Nederland en Duitsland. Volgens de meest recente cijfers liggen de gemiddelde loonkosten in België in 2024 10 % hoger dan het gemiddelde in de drie buurlanden.
Wanneer we in deze berekening echter ook kijken naar de productiviteit (hoeveel toegevoegde waarde brengt één uur arbeid op), dan krijgen we een ander verhaal. In dat geval zijn de lonen in de privésector gemiddeld 2,7 % duurder in België dan in de buurlanden. Wanneer een gemiddeld uurloon in Duitsland bijv. 45 euro kost, dan kost een uurloon in België gemiddeld 46,22 euro. Er is dus een loonverschil, maar dat is niet van die aard dat we daardoor onze concurrentiepositie massaal ondergraven.
De tweede indicator (+2,7 %) is veel relevanter dan de eerste (+10 %) omdat ze de lonen van werknemers bekijkt in verhouding tot de waarde die werknemers produceren. De CRB wijst er bovendien op dat de productiviteit in België de voorbije jaren sneller is gestegen dan de reële lonen. Dat betekent dat werknemers meer waarde creëren zonder dat hun lonen in dezelfde mate stijgen.
2. Evolutie van de loonkosten sinds 1996
De derde indicator vergelijkt niet het niveau van de lonen (incl. loonsubsidies), maar de evolutie ervan sinds 1996. Volgens deze indicator zijn de lonen in België sinds 1996 3,5 % trager gestegen. Dat betekent onze Belgische lonen tussen 1996 en 2024 trager zijn gegroeid dan in onze buurlanden.
Tweede CRB-verslag: raming van de loonkostenhandicap in 2026
De CRB publiceert ook een raming van de ‘loonkostenhandicap’ in 2026. Daarbij wordt gekeken naar het verschil in ontwikkeling van de loonkosten (ULK’s) tussen België en het gemiddelde van Duitsland, Frankrijk en Nederland in de periode 1996-2026.
De raming bevestigt dat de zogenaamde ‘handicap’ ondertussen negatief is (-1,1 %). Met andere woorden: de loonkosten zijn minder snel gestegen dan in de buurlanden. Belangrijk is dat in deze berekening de loonsubsidies voor bedrijven niet mogen verrekend worden op basis van de loonwet. Moest dat wel gebeuren zou het Belgische loonvoordeel – en de beschikbare loonmarge – nog een pak hoger uitvallen.
Gevolgen voor de loonmarge 2027-2028
De raming van de loonkostenhandicap in 2026 is belangrijk omdat ze via allerlei berekeningen meespeelt in de berekening van de loonmarge voor 2027-2028. Bij die berekening kijkt de CRB naar:
• de verwachte loonkostenstijging in Duitsland, Frankrijk en Nederland
• de verwachte indexering in België
• een correctieterm (om eerdere foutieve voorspellingen inzake lonen of inflatie te corrigeren)
• een veiligheidsmarge (waardoor minstens 0,5 % van de loonmarge moet worden afgetrokken)
Het volgende technische verslag van de CRB verschijnt in februari 2027. Dat verslag zal de loonmarge voor de periode 2027-2028 berekenen en vormt het startschot voor het loonoverleg.
Het ABVV blijft zich trouwens verzetten tegen de huidige loonwetgeving, die de miljarden aan loonsubsidies voor bedrijven en de taxshift van de regering-Michel (daling van de werkgeversbijdragen aan de RSZ van 33 % naar 25 %) niet verrekend. De verstrenging van de loonwet in 2017, met o.m. de invoering van een veiligheidsmarge, duwt de beschikbare loonmarge nog verder naar beneden. Voor ons is dit niet aanvaardbaar.
Samengevat
De verslagen van de CRB tonen zwart op wit aan dat de loonmatiging op basis van de loonwet van 1996 (en de verstrenging van die wet in 2017) is doorgeschoten. Als je ook de jaarlijkse miljarden aan patronale bijdrageverminderingen meerekent, loopt het Belgische loonkostenvoordeel nog verder op.
De conclusie is duidelijk: werknemers hebben mee gezorgd voor productiviteitswinsten, maar zien dat onvoldoende terug in hun loon. Het is dus dringend tijd om de onrechtvaardige loonnormwet te herzien. ABVV-voorzitter Bert Engelaar: “De dramatische show van de werkgevers is voorbij. Ze moeten afscheid nemen van de stigmatiserende term ‘loonkosthandicap’, want de jury heeft geoordeeld dat die is weggewerkt.”