Het vakantiegeld bedraagt 15,38 % van het bruto jaarloon van het vakantiedienstjaar aan 108 %.  Dit percentage komt overeen met twee maal vier weken loon, d.w.z. enkel en dubbel vakantiegeld. Het vakantiegeld wordt berekend op basis van je prestaties en lonen van het jaar dat voorafgaat aan het vakantiejaar. Daarbij wordt rekening gehouden met alle werkgevers waar je als arbeider gewerkt hebt.

Sommige inactiviteitsdagen worden gelijkgesteld met dagen van werkelijke arbeid. Dat geldt voor de dagen van arbeidsongeschiktheid, moederschaps-, vaderschaps-, adoptie- en pleegouderverlof en tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen voor arbeiders, de dagen wettelijke en conventionele vakantie en de dagen inhaalrust in het kader van arbeidsduurvermindering.

Tot voor kort werd de tijdelijke werkloosheid wegens overmacht – corona en de tijdelijke werkloosheid wegens economische reden voor bedienden niet gelijkgesteld. Een KB van 4 juni 2020 bracht daar ondertussen verandering in.

Voor de arbeiders in de metaalsectoren wordt het vakantiegeld betaald door de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV) tussen 2 mei en 30 juni van het vakantiejaar. De RJV betaalt het vakantiegeld uit door overschrijving op een Belgisch of buitenlands rekeningnummer of via een circulaire cheque.

Via de onlinetool van de RJV kun je gemakkelijk achterhalen op hoeveel vakantiegeld je recht hebt en wanneer het zal worden betaald.