Artikels Digimetaal

Een overzicht van onze artikels uit de nieuwsbrief.

 

Beterschap in zicht voor Punch Powertrain

De voorbije weken heerste op Punch Powertrain behoorlijk wat ongerustheid onder de werknemers. De torenhoge economische werkloosheid – die al sinds augustus 2018 aansleept – zorgt voor onzekerheid over de toekomst. ABVV-Metaal vroeg de directie om verduidelijking en op donderdag 10 januari kregen ze tekst en uitleg. We spraken erover met Raf Dal Cero, de bevoegde vakbondssecretaris.  

Dag Raf. Veel arbeiders op Punch worden al sinds augustus 2018 geconfronteerd met heel wat economische werkloosheid. Ik neem aan dat ze daar niet tevreden mee zijn?

Raf: Uiteraard niet. Weet je, in de zomer vindt niemand het erg om eens een week te stempelen. Maar als die situatie blijft aanslepen en er geen verbetering komt, dan is het een ander verhaal. Op financieel vlak begint dat zwaar door te wegen. Er kruipt ook onzekerheid over de toekomst in de hoofden van de werknemers. We zijn dus tevreden dat we de mensen voor een stuk hebben kunnen geruststellen.

Wat vertelde de directie op de vergadering van 10 januari?

Raf: Ze hebben gezegd dat ze niet zullen besparen op de werknemers. En dat het terug beter zal gaan vanaf het tweede kwartaal van 2019. De werkloosheid zal dan bijna tot nul herleid worden. Dat heeft de ongerustheid van de mensen voor een stuk weggenomen. Maar wij weten ook dat de automotive industrie zeer volatiel is. Vandaag is alles in orde en morgen is er opeens een groot probleem. Dus het blijft nog even afwachten.

Wat zijn de redenen van de hoge werkloosheid op Punch?

Raf: Er zijn diverse factoren maar de voornaamste is de groeivertraging van de Chinese economie. Die markt stagneert. In China komen er binnenkort strengere uitstootnormen. Veel mensen wachten daarom met de aanschaf van een nieuwe wagen. Het gevolg is dat ze op Punch met een veel te grote stock zitten, die eerst moet afgebouwd worden. De voorraden mogen niet meer stijgen, vandaar de grote economische werkloosheid.

En dat zorgt natuurlijk voor vraagtekens over het verder moet?

Raf: Natuurlijk. Kijk, vroeger was Punch in handen van de Limburgse Reconversiemaatschappij. Er was een lokale verankering. Maar vandaag zijn de Chinezen eigenaar. Bovendien maken wij hier producten die ook op andere plaatsen kunnen gemaakt worden. Dus er was wel wat schrik. Maar oké, men verwacht dat de markt binnenkort weer aantrekt en dat de verkoop in China terug beter zal draaien. En in 2021 start alvast een groot contract met PSA, de Franse groep boven de merken Peugeot, Citroën en Opel waarvoor Punch automatische versnellingsbakken zal leveren.

Busbouwer VDL verkiest België en Nederland boven lageloonlanden: interview

Busfabrikant VDL kiest resoluut voor België en Nederland om haar hybride en elektrische bussen te produceren. In tegenstelling tot de Europese concurrenten heeft ze geen fabrieken in Oost-Europa of Turkije, waar de lonen een stuk lager liggen. Goed nieuws dus voor onze tewerkstelling. En het illustreert dat onze maakindustrie hier nog altijd een mooie toekomst heeft.

Toch zijn er ook enkele belangrijke uitdagingen. De huidige site in Roeselare is verouderd (er komt een nieuwe fabriek een beetje verderop, alleen is nog niet duidelijk wanneer precies), de werkdruk ligt te hoog en er is een groot tekort aan geschikt personeel. We spraken erover met Tom Debaere (hoofdafgevaardigde op VDL) en Yves Allewaert (de bevoegde vakbondssecretaris).

Dag Tom en Yves. VDL wil haar productie in Vlaanderen en Nederland houden. Ze is de enige Europese busbouwer die geen fabrieken heeft in Oost-Europa, de Balkan of Turkije. Dat is uiteraard goed nieuws voor onze tewerkstelling.

Tom: Inderdaad! De directie van VDL wil het werk in de Benelux houden. Dat was altijd de visie van Wim van der Leegte, de oprichter van het bedrijf. Ondertussen hebben zijn zoon en dochter de groep overgenomen en zij hebben dezelfde visie. Ze zijn ervan overtuigd dat de toekomst van elektrische bussen in Europa hier ligt, bij ons. In België en Nederland is dat sterk aan het opkomen. Ook in de Scandinavische landen, in Frankrijk en in Duitsland zet men sterk in op elektrisch openbaar vervoer. Het is dus goed om hier te zijn, dicht bij de afzetmarkt.  

Yves: Dat is een positief verhaal. Wij juichen het toe dat VDL hier blijft en de productie niet wil verhuizen naar landen waar de lonen lager liggen, zoals China of Oost-Europa. Maar ik wil wel meteen nuanceren, want er vallen ook minder goede dingen te zeggen over VDL.

Zoals?

Yves: De werkdruk ligt vandaag heel hoog. Er wordt soms op een zeer chaotische en inefficiënte manier gewerkt. Er is ook veel te weinig ruimte in het bedrijf. De gevolgen zijn er ook naar: hoge absentiecijfers, veel burn-out’s en allerlei werkdruk-gerelateerde spanningen. Als vakbond werken we al heel lang aan deze problemen, alleen dringt het soms nog te weinig door bij de directie.

Tom: We hebben vandaag een heel sterk product. Ons orderboek zit vol tot begin 2020 en de bestellingen blijven komen. Maar de manier waarop we vandaag produceren roept inderdaad wel vraagtekens op. De werkdruk is hoog, de site is verouderd en we doen zeer veel overuren. We vinden ook te weinig nieuw personeel. Op lange termijn is dat niet houdbaar.

De krapte op de arbeidsmarkt speelt jullie parten?

Tom: Vandaag werken er vooral lassers en mecaniciens in onze fabriek. Maar we hebben een grote nood aan elektriciens. Dat zijn profielen die we zeer moeilijk vinden. Hetgeen wij hier doen, leren leerlingen trouwens ook niet op school. Er is nood aan interne opleiding om te leren hoe je werkt aan hybride en elektrische bussen. Wie hier aan de slag gaat, kan dus niet onmiddellijk meedraaien. Daar is tijd voor nodig.

Yves: Die krapte op de arbeidsmarkt speelt niet alleen bij VDL. Andere industriële sectoren worden er ook mee geconfronteerd. VDL probeert om Noord-Franse werknemers aan te trekken, maar dat is niet evident. Denk maar aan de taalproblematiek – met onder meer gevolgen voor de veiligheid – of aan de moeilijke mobiliteit.

Om aan een deel van deze problemen tegemoet te komen, komt er een nieuwe fabriek in Roeselare. De bouwgrond is alvast gekocht.

Tom: We hebben deze nieuwe fabriek hard nodig. Er zal sterk gefocust worden op automatisering, waardoor de werkdruk kan aangepakt worden. Ook het tekort aan personeel kan er voor een stuk door worden opgevangen. Maar het is niet duidelijk wanneer die nieuwe fabriek er komt. Het is nog afwachten.

Yves: De nieuwe fabriek zou inderdaad enkele belangrijke problemen kunnen oplossen. Ik hoop dat ze er snel komt. Wat VDL hier doet is een mooi project. Ze kiest voor lokale verankering en voor duurzaam openbaar vervoer. Alleen zijn er nog kinderziektes. Op VDL worden hoogtechnologische producten gemaakt in omstandigheden die doen denken aan de jaren zeventig of tachtig. En daardoor wordt een stuk van de meerwaarde tenietgedaan.

In 2019 gaan we voor minder sociale dumping

Het verhaal

Dat de vrachtwagens op onze snelwegen vaak eigendom zijn van firma’s die de sociale wetgeving aan hun laars lappen, was al lang geweten. Steeds vaker worden chauffeurs van buiten de EU ingeschakeld. Geen Polen meer, maar wel Roemenen, Oekraïners en zelfs Filippijnen! Want ook de Poolse chauffeur zijn nu te duur geworden.

Hoe gaat dat precies in zijn werk? 

De Nederlands vakbond FNV presenteerde onlangs een studie waarin dergelijke constructies worden blootgelegd. Gesprekken met chauffeurs illustreren de schrijnende werkomstandigheden. 


De automobielindustrie heeft boter op zijn hoofd

De lonen, arbeidsomstandigheden en arbeidsverhoudingen in het transport voor de Europese auto-industrie zijn schokkend slecht. Uit diezelfde studie bleek dat onder meer Volvo en DAF massaal gebruik maken van transportbedrijven, die het – zacht uitgedrukt – niet al te nauw nemen met de sociale wetgeving. BTB-voorzitter Frank Moreels riep deze ondernemingen dan ook op om hun verantwoordelijkheid te nemen en de sociale dumping in de transportketen aan te pakken.

… Samen de problemen aanpakken

Op 15 november organiseerden daarom ABVV-Metaal en BTB een gezamenlijke studiedag. Voorzitter Georges De Batselier was duidelijk: “Over gans de productieketen – en dus ook in het transport van onderdelen – moet de sociale wetgeving gerespecteerd worden. Sociale dumping is voor ons onaanvaardbaar.” Philippe De Schryver (hoofddelegee Volvo Cars) sloot zich hierbij aan: “Het was zeer interessant om samen te zitten met de collega’s van BTB. Onze interesses en belangen liggen op veel zaken dicht bij elkaar. We hopen om iets in beweging te zetten. Als Gentse site alleen gaat het niet lukken. Maar we kunnen wel dingen in kaart brengen en bekijken hoe we het op Europees niveau – via de EOR - kunnen aanpakken.” Lees het uitgebreid verslag en bekijk de korte impressie van deze studiedag.

En het is nodig. Recent nog viel de sociale inspectie binnen bij het transportbedrijf Cartec in de Gentse kanaalzone. Het bedrijf wordt aangepakt wegens het actief organiseren van sociale dumping. Cartec werkt voor de automotive sector.

Een dossier dat we dus zeker ook in 2019 zullen blijven opvolgen.

Busbouwer VDL verkiest België boven lageloonlanden!

Het verhaal

Het Nederlandse VDL Bus wil ook in de toekomst blijven produceren in België en Nederland. In tegenstelling tot andere Europese busbouwers, laat ze zich niet verleiden tot productie in lageloonlanden. Goed nieuws dus voor onze tewerkstelling. En een duidelijke illustratie – wij zeggen het al jaren – dat onze maakindustrie wel degelijk nog een mooie toekomst heeft.

Veel toegevoegde waarde

Een tijdje terug kon u hier al lezen dat de VDL-fabriek in Roeselare sterk presteert. De keuze om te focussen op hybride en elektrische technologie, bleek een schot in de roos. Vandaag zitten de orderboeken propvol en is er werk bij de vleet. Om de productiviteit verder op te drijven, wordt de oude site in Roeselare binnenkort vervangen door een hypermoderne fabriek. Hoogtechnologische producten met veel toegevoegde waarde – ontwikkeld door goed opgeleid personeel – is the way to go voor onze metaalsector.

De mening van onze mensen

We spraken met Tom Debaere (onze hoofddelegee op VDL) en met Yves Allewaert (vakbondssecretaris). Ze zijn heel tevreden met de strategie van VDL, maar zien tegelijkertijd ook enkele problemen: “VDL kiest voor lokale verankering en voor duurzaam openbaar vervoer. Alleen zijn er nog kinderziektes, waardoor een stuk van de meerwaarde teniet wordt gedaan.” Lees hier hun interview!

In 2018 presteerde onze automotive industrie sterk. Met dank aan de werknemers!

Veel goed Belgisch nieuws

2018 was een goed jaar voor onze Belgische auto-industrie. De voorbije maanden schreven we hier over het succes van de XC40 op Volvo Cars en over VDL Bus die een nieuwe fabriek gaat bouwen. We hadden het ook over de zoektocht van Van Hool naar 200 nieuwe werknemers en over de één miljard euro omzet die DAF Trucks genereerde. In al deze bedrijven lieten we ook onze delegees aan het woord: zeer tevreden met de economische gang van zaken, maar tegelijkertijd gaven ze ook enkele bekommernissen mee (hoge werkdruk, veel flexibiliteit, technologische problemen, …).

Terwijl de globale auto-industrie middenin een moeilijke transitie zit

Ongeveer terzelfdertijd brachten wij het verhaal van de enorme disruptie waarin de globale autosector zich vandaag bevindt. Het was IndustriALL-adviseur Guido Nelissen, die voor ons de voornaamste uitdagingen samenvatte. In Europa lijkt autobouwer Ford daar de prijs voor te betalen. We spraken met Limburgs ABVV-Metaal-voorzitter Rohnny Champagne en adviseur Fidel Gavilan over de toekomst van Ford in Europa.  

Ook 2019 dient zich positief aan. Maar niets is zeker …

De laatste weken verschijnt nog geregeld goed nieuws over onze automobielbedrijven: in Volvo Trucks rolde onlangs de miljoenste vrachtwagen van de band en Punch Powertrain rijfde recent twee megacontracten binnen. Ook DAF gaat het nog steeds voor wind. Maar er waren ook enkel negatieve berichten. Zo mag Volvo Cars voorlopig toch niet de Netflix-wagen van Lynk&Co bouwen en strooit de handelsoorlog tussen de VS en China hier en daar roet in het eten.

Ook volgend jaar houden we u hier op de hoogte van al het economisch nieuws uit onze sectoren. Steeds met bijzondere aandacht voor de mensen achter de cijfertjes!  

Blijft het digitale schoentje van de VDAB ook in 2019 knellen?

Het verhaal

Big data-algoritmes krijgen steeds meer invloed. Verzekeraars gebruiken het, belastingdiensten en Amerikaanse rechters om te beoordelen of een gevangene eerder mag worden vrijgelaten. En in Vlaanderen wil de VDAB de Netflix van de arbeidsmarkt worden, dixit Vlaams minister van Werk Philippe Muyters (N-VA).

Nieuwe app

VDAB beschikt aan een massa aan Big Data. Honderdduizenden dossiers van werkzoekenden, plus hun klikgedrag als ze de tools van de VDAB gebruiken (welke vacatures klikken ze aan, hoeveel, hoelang…). En daarnaast ook nog eens tienduizenden vacatures. De VDAB heeft nu een applicatie om een beter inzicht in het zoekgedrag van de werkzoekende te genereren. Zo kan men beter en met meer succes vacatures aanbieden aan werkzoekenden. ‘Algoritmisch activeren’ noemt de baas van de VDAB dat.

Waar wringt het schoentje dan? 

Dat digitalisering in een overheidscontext al te dikwijls een pretext is voor besparen (ook nu – per provincie gaan vier tot vijf werkwinkels, waar werkzoekenden terechtkunnen voor begeleiding op maat, dicht). De VDAB garandeert wel dat de privacyregels gerespecteerd worden, maar de werkzoekende heeft geen inzicht in de wijze waarop de registraties worden uitgevoerd of verwerkt, laat staan hoe de algoritmes verlopen. En wat als de app die een job aanbiedt ook de beschikbaarheid in kaart brengt en beoordeelt? Netwerk tegen armoede vreest dat de meest kwetsbaren in de kou zullen staan. Mensen in armoede hebben dikwijls geen smartphone, computer of toegang tot internet en contact leggen via e-mail of app blijft een hoge drempel. Of gaat de Vlaamse overheid iedereen een gratis tablet schenken?

Ondertussen kreeg de echte Netflix de wind van voren omdat om klanten te binden men het art-work van films en series aanpast aan de huidskleur van potentiële kijkers. Een sterk staaltje van etnisch profileren Of zoals Sanne Blauw schreef: “Algoritmes zijn even bevooroordeeld als de mensen die ze maken”.

Daarom zullen we ook in 2019 de algoritmes die ons leven beheersen in de gaten houden.

In 2018 zat het slecht met de koopkracht van de werknemers in België

Uit het loonrapport 2018/2019 van de internationale arbeidsorganisatie blijkt dat de Belgische reële lonen met 0,3% gedaald zijn in 2017. Wereldwijd stegen de lonen met 1,8% Wij zijn er gemiddeld armer op geworden in een jaar dat de conjunctuur zeer gunstig was. De werknemers hebben met andere woorden niet de vruchten geplukt van de economische groei, eerder integendeel. Dat op  langere termijn onze koopkracht tussen 1998 en 2018 wél gestegen is met gemiddeld 16%, zoals blijkt uit een studie van econoom Philippe Defeyt, is een troost, maar een zeer magere. Maar zelfs dan kunnen de lage inkomens hiervan niet meeprofiteren.

Waar knelt het schoentje?

De laagste inkomens besteden tot 80% van hun inkomen aan huur, energie/brandstof en voeding, basisbehoeften dus. Wat blijkt? De prijzen van elementaire zaken zoals energie en water zijn drie keer sneller gestegen dan de gemiddelde prijzen. Daarbij komt dat die mensen ook niet de marge hebben om te investeren in bijvoorbeeld isolatie en energiezuinige toestellen en voertuigen, waardoor hun energie- en brandstofverbruik in verhouding ook nog eens hoger ligt.
Ook de huurprijzen, vooral voor goedkopere woningen, zijn buitenproportioneel gestegen.

Lage lonen genieten daarom niet van die gestegen koopkracht van de voorbije tien jaar.

Is er dan geen goed nieuws?

België heeft – op Zweden na- de laagste inkomensongelijkheid ter wereld. De reden? Ons systeem van sociaal overleg waarbij CAO’s worden afgesloten die op iedereen van toepassing zijn. Guy Cox – voormalig directeur-generaal bij de FOD Werk – heeft er een mooie analyse over geschreven. De cao-wet die dit systeem mogelijk maakt bestaat in 2018 trouwens vijftig jaar. Een mijlpaal! 

Onze delegees aan het woord

We vroegen aan vier afgevaardigden naar hun bevindingen over de koopkracht. En op welke manier ze daar iets proberen aan te doen. Zoals Vincent Deganck (Vandewiele) stelt: “Zelfs bij tweeverdieners hoor ik steeds vaker dat het niet eenvoudig is om te sparen voor momenten waarop het wat moeilijker gaat”. Lees hier het volledige interview.

Daarom dat ook in 2019 koopkracht een topprioriteit zal zijn voor de vakbond.

In 2019 gaan we voor meer werkbaar werk plus!

Werkbaar werk plus?

De SERV lanceerde in 2018 een nieuw concept: werkbaar werk plus. Ook daar maakten we uiteraard een verhaal rond. Werknemers met werkbaar werk plus hebben een job die uiterst werkbaar is. Deze mensen achten zich in staat om voort te doen zoals ze bezig zijn tot aan hun pensioen. Probleem: vandaag heeft 5 op de 6 werknemers geen werkbaar werk plus.

En in onze sectoren?

In de metaalindustrie zegt 16,6% van de werknemers dat ze werkbaar werk plus heeft. Daarvan zegt 90% dat ze zonder aanpassingen het werk kan volhouden tot aan de pensioenleeftijd. Kortgeschoolde arbeiders scoren bovendien nog een stuk slechter dan geschoolde arbeiders. Ook in onze sectoren moeten dus nog grote stappen gezet worden. In ons e-book over pensioenen kun je alvast nog eens lezen wat onze afgevaardigden allemaal doen om het werk een stuk werkbaarder te maken.  

Loopbaanfondsen voor meer werkbaar werk

Vorige week brachten we hier nog het verhaal van onze opleidingsfondsen (binnen PC 111) die evolueren naar loopbaanfondsen. Meer aandacht voor werkbaar werk is een belangrijk onderdeel van dit verhaal.

Vlaams actieplan werkbaar werk schiet tekort

Maar ook in het sociaal overleg – op alle niveaus – moeten zinvolle stappen gezet worden. Op 14 december ondertekenden de Vlaamse sociale partners binnen de SERV een nieuw actieplan werkbaar werk. Alleen schiet dit plan voor ons veel tekort: in plaats van concrete maatregelen waar mensen écht iets aan hebben, ligt de focus nog maar eens op vrijblijvende bedrijfsscans en sensibilisering. Het Vlaams ABVV weigerde het actieplan dus mee te ondertekenen. In 2019 gaan wij voor werkbaarheids-maatregelen die wel zoden aan de dijk brengen!

Grote Elektriciensenquête wijst op nood aan maatregelen voor werkbaar werk in de sector elektriciens

In november organiseerde ABVV-Metaal een grote digitale enquête naar de (on)werkbaarheid in de sector van de elektriciens. Gedurende een maand peilden we bij onze leden en militanten naar hun ervaringen.

Ortwin Magnus, ondervoorzitter ABVV-Metaal: “De sector elektriciens is een typische KMO-sector waar veel van onze leden werken in een onderneming zonder syndicale aanwezigheid. Vandaar dat we aanvullend op onze getrapte consultatiestructuur - via onze secretarissen en militanten - gepeild hebben naar de bekommernissen van die leden die we moeilijker bereiken.”

De enquête die plaatsvond per email, kreeg een ruime respons. Daardoor beschikken we over een aantal antwoorden dat representatief genoeg is om besluiten uit te trekken.
De resultaten van de enquête werden ondertussen verwerkt en die geven interessante inzichten in de werksituatie van de elektriciens.

Zo blijkt uit de reacties dat:

  • Bijna een derde van de elektriciens meer dan 10 u per dag van huis is;
  • Een vijfde van de elektriciens 9 u per dag werkt;
  • Meer dan een derde van de elektriciens tussen 2 u en 4 u per dag op de baan is;
  • Slecht een kleine 10 % van de elektriciens geen impact van zijn werk op zijn privéleven ondervindt;
  • Meer dan 9 op de 10 elektriciens vinden dat het nodig is dat de sector maatregelen neemt om de combinatie arbeid/privéleven te verbeteren;
  • Een kwart van de elektriciens minder zou willen gaan werken en tweede derde minder werken zou overwegen, afhankelijk van de voorwaarden;
  • Bijna twee derde van de elektriciens het moet doen met 1 dag vorming of zelfs minder;
  • 6 op 10 van de elektriciens vinden dat ze te weinig vorming krijgen om de technologische veranderingen in de sector aan te kunnen.

Gevraagd naar andere vaststellingen en suggesties, tonen de elektriciens zich vooral bekommerd om hun loon/koopkracht, een betere planning en vergoeding voor verplaatsingstijd en een regeling voor weerverlet zoals in andere sectoren.


Uit de enquête blijkt een grote nood aan sectorale maatregelen om de werkbaarheid binnen de sector te verbeteren, zoals maatregelen om minder werken aan te moedigen en langer werken aangenamer te maken.

Tegelijk geeft ze aan dat verdere stappen dienen te worden gezet om ervoor te zorgen dat de elektriciens voldoende vorming krijgen om de technologische veranderingen in de sector aan te kunnen.

Ten slotte maakt de enquête ook duidelijk dat een betere vergoeding voor verplaatsingstijd en een regeling voor weerverlet een prioriteit voor de sector dienen te zijn.

Ortwin Magnus: “Het is geruststellend vast te stellen dat onze belangrijkste aandachtspunten (mobiliteit, koopkracht, werkbaar werk) bevestigd worden, en dat we aanvullend ook frisse nieuwe ideeën kregen aangereikt.”

De volgende weken gaat ABVV-Metaal met deze resultaten aan de slag.

De resultaten zullen worden overgemaakt aan de werkgeversorganisaties en mee de basis vormen voor onze eisenbundel voor de volgende sectorale onderhandelingen.


Download hier printversie van dit artikel