Artikels Digimetaal

Een overzicht van onze artikels uit de nieuwsbrief.

 

Trekt Ford de stekker uit Europa?

Stand van zaken

Ford presteert slecht in Europa. In het tweede kwartaal van 2018 boekte de Europese tak van de Amerikaanse autobouwer een verlies van meer dan 70 miljoen dollar. Ondertussen heeft Ford een wereldwijd herstructureringsplan aangekondigd en dreigen 24.000 banen te verdwijnen. Volgens sommige analisten overweegt Ford zelfs om zich definitief terug te trekken uit Europa.

Geruchten? Of is er meer aan de hand?

Ford zelf ontkent in alle toonaarden. Maar dat deden ze ook toen er geruchten opdoken dat Ford Genk ging sluiten. En we weten allemaal hoe dat is afgelopen. “Ik maak me geen illusies meer” zegt Rohnny Champagne, onze provinciaal voorzitter in Limburg. Ook adviseur Fidel Gavilan denkt er het zijne van. Hun dubbelinterview leest u hier.

Disruptie in de auto-industrie

Niet alleen Ford, maar de auto-industrie in zijn geheel kampt met enorme uitdagingen. De digitalisering en elektrificering zorgen voor technologische, economische én sociale schokgolven. Het komt er dus op aan om deze zo goed mogelijk te beheersen. Guido Nelissen, expert industrieel beleid bij IndustriALL, vat de voornaamste ontwikkelingen voor u samen.

IndustriALL Europe over de disruptie in de automobielindustrie

Ook IndustriALL Europe – dat zeven miljoen werknemers uit diverse industriële sectoren vertegenwoordigd – volgt het Ford-dossier op de voet. We spraken met Guido Nelissen, expert industrieel beleid bij de Europese koepelorganisatie.

Dag Guido, wat is de mening van IndustriALL over het Ford-nieuws?

Guido: Wel, men zou kunnen zeggen dat het gaat om geruchten. Alleen is dat een vaak gebruikte strategie. Bij de sluiting van Ford Genk waren er aanvankelijk ook alleen maar geruchten. Die worden eerst altijd ontkend maar uiteindelijk gebeurt het wel effectief. Het is alleszins een feit dat Ford in een wereldwijd herstructureringsprogramma van elf miljard dollar zit. En ratingbureau Moody’s heeft de kredietbeoordeling van Ford onlangs gedowngraded tot slechts één niveau boven junk-status. Dat ziet er dus niet goed uit.

Wat gebeurt er als Ford Europa de rug toekeert?

Guido: Dat is natuurlijk een groot drama want er is nog heel veel tewerkstelling in Europa. Maar er zijn veel scenario’s mogelijk. Ook een verkoop en overname – zoals bij General Motors indertijd – is een optie. Zelfs een overname door een Chinese investeerder is niet uitgesloten.

Hoe kijk jij eigenlijk naar de toekomst van auto-industrie in Europa?

Guido: We hebben zeker nog een toekomst. De Duitse auto-industrie is natuurlijk zeer sterk. Er wordt nog heel veel geëxporteerd, ook naar niet EU-landen. En er is de enorme interne markt, al is de Brexit op dat vlak natuurlijk een serieuze tegenvaller. Dit gezegd zijnde: de sector wordt vandaag met grote uitdagingen geconfronteerd.

Wat zijn die voornaamste uitdagingen?

Guido: Je hebt de overgang naar elektrische wagens. Elektrische auto’s hebben vandaag nog een verwaarloosbaar marktaandeel, zo goed als nul eigenlijk. Er zijn nog maar 500.000 elektrische en hybride wagens verkocht. Dat moet veertig procent worden tegen 2030, dus dat zal een enorme impact hebben. Er zullen veel jobs verdwijnen. De fabrieken die diesel- en benzinemotoren maken gaan eruit. Ook de digitalisering – zowel van de wagens zelf als van de productielijnen – zal gevolgen hebben.

Maar die zaken spelen wereldwijd en niet alleen in Europa.

Guido: Ja, dat is een globale ontwikkeling.

Je zegt dat de elektrificatie van wagens zal leiden dat jobverlies. Maar er gaan toch ook nieuwe jobs ontstaan?

Guido: Ja, maar er zullen er meer verdwijnen dan dat er bijkomen. Elektrische motoren zijn niet zo gesofisticeerd als dieselmotoren, de productie is veel minder arbeidsintensief. In de tijd dat een arbeider een dieselmotor maakt, kan hij of zij zeven elektrische motoren produceren. De batterij-productie zal belangrijker worden. Maar die productieketen hebben wij niet in Europa. We zijn voor batterijen afhankelijk van China, Japan en Korea. De Europese Unie probeert daar iets aan te doen en heeft een tijdje terug een batterij-alliantie opgericht, met de bedoeling om hier grote batterij-fabrieken op te starten. We zullen moeten afwachten wat daar uiteindelijk van terechtkomt.

Kortom, er sprake van echte disruptie. Wat proberen jullie daar met IndustriALL aan te doen?

Guido: Wij ijveren voor een globale aanpak. Overheden en bedrijven moeten middelen vrijmaken om te anticiperen op deze ontwikkelingen. Werknemers moeten opgeleid en herschoold worden, reconversieplannen op tijd voorbereid. We pleiten ook voor sociale afbouwscenario’s. Naakte ontslagen dienen zoveel mogelijk vermeden worden.

Ongetwijfeld zullen ook veel kleine bedrijven met deze evoluties geconfronteerd worden?

Guido: Klopt. De kleinere bedrijven die conventionele producten maken voor de grote multinationals zijn vaak niet in staat om de switch te maken. Dus in het kielzog van de grote gaan ook vele kleintjes een onzekere tijd tegemoet. Ook daar vragen we aandacht voor. KMO’s moeten ondersteund worden in hun zoektocht naar andere markten. Maar evident is dat niet. Ook hier weer: wij proberen te zorgen voor een sociale omkadering en voor een beleid dat voldoende anticipeert. Bij Ford Genk hebben we ook geprobeerd om de mensen goed op te vangen. Elke werknemer heeft recht op een goede oplossing en op een duurzame job.

Hoe zit dat eigenlijk bij Ford Genk? Hebben veel mensen een nieuwe job gevonden?

Guido: De industriële jobs die verdwijnen zijn vaak goede jobs, met relatief hoge lonen. Veel werknemers die hun job verliezen komen terecht in minder duurzame jobs – in de dienstensector bijvoorbeeld – waar de lonen lager liggen. Of ze worden Uber-chauffeur. Wat Genk betreft: veertig procent van de werknemers heeft ondertussen een andere job gevonden. Maar is dat een job van dezelfde kwaliteit? En met welk soort contract? Ik heb dat al vaak gevraagd – onlangs nog aan de VDAB in Limburg – maar nog geen antwoord gekregen.

Guido, heel erg bedankt voor dit gesprek!

Duaal leren op lasbedrijf ROB Bilfinger

In gesprek met onze hoofdafgevaardigde Peter Vleeschouwer

“Ik heb hier al veel jongeren zien openbloeien”

Op ROB Bilfinger weten ze alles over duaal leren. Het lasbedrijf in de Waaslandhaven is een echte pionier op dit vlak. Samen met het GTI Beveren werden al in schooljaar 2016-17 de eerste proefprojecten gelanceerd. Leerlingen van het zevende jaar pijpfitten – lassen – monteren (PLM) kunnen er terecht voor enkele weken ‘leren op de werkvloer’.

Peter Vleeschouwer – onze hoofdafgevaardigde op ROB – is van zeer dichtbij betrokken bij dit project. Als ervaren lasser en coach, is hij verantwoordelijk voor de begeleiding van duale leerlingen. Hieronder leest u zijn ervaringen.

Dag Peter! Naast hoofddelegee voor ABVV-Metaal op ROB ben je dus ook bezig met het opvolgen en begeleiden van jongeren. Vertel eens, wat houdt dat precies in?

Peter: Ik hou me bezig met alles wat met opleiding van jongeren te maken heeft. Dat gaat niet alleen over duaal leren, maar ook over stages en interne beroepsopleidingen (IBO’s). Ik geef de leerlingen opdrachten, leer hen bepaalde vaardigheden en competenties aan, enzovoort. Het is de bedoeling dat ik ze begeleid en ondersteun doorheen gans het traject.

Waarom zetten jullie zo sterk in op duaal leren?

Peter: Omdat wij geloven in dat systeem. Het is een win-winsituatie, zowel voor de leerling als voor het bedrijf. Wij zijn voortdurend op zoek naar nieuwe arbeidskrachten. Lassers en pijpfitters zijn knelpuntberoepen, en via het duale leren creëren wij een pool van potentiele toekomstige werknemers. Wij hebben hier al achttien duale leerlingen gehad, daarvan zijn er nu zes bij ons aan de slag.

En wat zijn de voordelen voor de leerling?

Peter: Ik heb hier al veel jongeren zien openbloeien. Terwijl sommigen op school regelmatig te laat kwamen of hun taken niet afwerkten, kwamen ze bij ons altijd op tijd en waren hun opdrachten altijd af. Je merkt duidelijk dat het voor veel leerlingen positief is om niet meer voortdurend op de schoolbanken te zitten. Ik heb veel leerkrachten zien verschieten als ze zagen tot wat hun leerling in staat was. We krijgen ook veel goede feedback. Sommige studenten komen me vertellen dat ze hier op veertien dagen meer geleerd hebben dan in een gans jaar op de schoolbanken.

rob duaal
Zijn er ook bepaalde knelpunten en moeilijkheden waarmee je geconfronteerd wordt?

Peter: Duaal leren is een investering. Een investering in opleiding, in een leerling, in een mogelijke toekomstige werknemer. Maar voor een bedrijf wordt het soms nog vooral gezien als een kost. Ook bij ons is dat zo, en voor een stuk moet je daar rekening mee houden. De leerlingen werken hier met allerlei gereedschap en het eindproduct is niet bruikbaar voor verkoop. Op ROB gaat het al rap over 400 euro per leerling per maand. Bovendien gaan leerlingen na hun opleiding ook vaak ergens anders aan de slag. Daarnaast heb ik nog een algemene bedenking. Mag ik?

Zeker!

Peter: Ik hoor af en toe verhalen over leerlingen – vooral in kleine bedrijfjes – die elke dag allerlei eenvoudige klusjes moeten doen. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Duaal leren is leren op school en leren op de werkplek. Bij ons op ROB is dat goed geregeld. De leerlingen krijgen opdrachten en werken samen aan een groot project. Het aspect opleiding moet centraal staan.

Heb je een eigenlijk opleiding gevolgd om de leerlingen op een goede manier te ondersteunen?

Peter: Ja, ik heb een mentoropleiding gevolgd. En eigenlijk heb ik in mijn hele loopbaan al heel wat cursussen gevolgd om alles in goede banen te leiden. Ook van de ABVV-Metaal vorming en van mijn periode als groepsbegeleider heb ik zeer veel opgestoken. Je leert er omgaan met storingen in de groep, je leert er luisteren naar elkaar, respect te hebben voor elkaars mening, enzovoort. Dat zijn allemaal belangrijke vaardigheden die vandaag goed van pas komen.

Peter, bedankt om je inzichten met ons te delen. En veel succes met de verdere uitbouw van het duale leren op ROB!

Heeft autobouwer Ford nog een toekomst in Europa?

De voorbije weken doken onheilspellende geruchten op over een mogelijk vertrek van autoproducent Ford uit Europa. Volgens heel wat analisten en experts is dat niet langer een ondenkbaar scenario. In elk geval heeft Ford al een herstructureringsplan van elf miljard dollar aangekondigd. Maar het is nog niet geweten op welke manier dit plan zal worden ingevuld. Op 9 en 10 oktober is er een Europese ondernemingsraad. Hopelijk komt er tegen dan meer duidelijkheid. Tot het zover is, laten wij alvast twee van onze mensen aan het woord. Zowel Rohnny Champagne (voorzitter ABVV Metaal Limburg) als Fidel Gavilan (onze economisch adviseur), laten hun licht schijnen op de zaak.

Dag heren, wat denken jullie van dat nieuws? Pure roddels? Of is er meer aan de hand?

Rohnny: Als je mij die diezelfde vraag jaren geleden had gesteld – vóór de sluiting van Ford Genk – dan had ik waarschijnlijk gezegd dat die journalisten vooral veel kranten willen verkopen. Maar vandaag weet ik wel beter. Het zijn trouwens verschillende gerenommeerde kranten die dit nieuws naar buiten hebben gebracht. Dus, ik vrees dat Ford in Europa inderdaad ter discussie staat.

Fidel: Het is niet toevallig dat het nieuws al eerste in de Times verscheen. Die lekken komen meestal van de directie zelf. Kijk, Ford heeft aangekondigd om de komende drie tot vijf jaar voor elf miljard dollar te herstructureren. Dat weten we zeker. En er zijn ook analisten die berekend hebben dat Ford wereldwijd twaalf procent teveel werknemers heeft op een totaal van ongeveer 200.000 werknemers. En ik denk dan: waar rook is, is vuur … .

Rohnny: En dat is nog niet alles. Ik verneem zonet dat er plannen zijn om Ford UK uit de Europese groepsstructuur te halen en juridisch in te bedden in Ford USA. Daar komt nog bij dat de productie van de Mondeo, de Galaxy en de S-MAX – die momenteel in Valencia plaatsvindt – naar China en de VS zal verhuizen. Al die dingen samen geven mij een slecht gevoel.

Rohnny, jij zetelt in de Europese Ondernemingsraad (EOR) van Ford. Heb je via die kanalen nog niets officieel vernomen?

Rohnny: Op negen en tien oktober gaat de volgende EOR door en pas dan zullen wij misschien weten wat ze van plan zijn. Maar ik maak mij geen illusies. De informatie die wij op dergelijke vergaderingen krijgen blinkt steeds uit in onduidelijkheid en is ook vaak te laat. Ze projecteren daar voortdurend allerlei presentaties en je krijgt nooit iets mee op papier. Het is zelfs verboden om foto’s te trekken met je smartphone. En als je een vraag stelt, draaien ze altijd rond de pot. Neem nu de sluiting van de Ford-fabriek in Bordeaux: die werd pas op de EOR aangekondigd nadat de sluiting in de vestiging zelf al lang bekend was. En dan krijg je altijd flauwe excuses en nietszeggende info. Ford is dus niet de meest transparante partner om mee aan tafel te zitten.

Hoeveel werknemers heeft Ford vandaag eigenlijk nog in Europa?

Fidel: Ik schat tussen de veertig- en vijftigduizend, waaronder dertigduizend in Duitsland (in Keulen en Saarlouis). In Valencia (Spanje) werken ook nog eens achtduizend mensen. En dan zijn er de vestigingen in Roemenië en Frankrijk. Ook bij ons werken nog een kleine vijfhonderd werknemers, op het testcircuit in Lommel. We moeten afwachten wat de concrete plannen zijn. Maar het is duidelijk: als Ford in Europa de boeken sluit, dan is dat een groot drama.

Hoe komt het dat Ford het zo moeilijk heeft in Europa? In de VS wordt bijvoorbeeld wel veel winst gemaakt.

Fidel: Je moet kijken naar de segmenten en naar de marges. Hoe duurder de wagen, hoe hoger de marge. In West-Europa zijn de kleine wagens met een beperkte marge bijna allemaal verdwenen. Maar Ford produceert hier nog heel wat auto’s uit dat goedkopere segment. Die staan onder druk, de concurrentie is enorm groot. De Ford KA wordt vandaag nog in Keulen gemaakt, maar zal binnenkort misschien naar Oost-Europa verhuizen. De duurdere wagens met grotere marges kan je wel nog perfect in West-Europa blijven maken, vandaar ook de keuze van Duitsland om zich daarop te focussen.

Rohnny: Ford heeft ook volledig de boot van de elektrificatie gemist. Ze vonden altijd dat ze daar niet de eerste in moesten zijn. Dat klopt, maar vandaag zijn ze wel de laatste. Ook de evolutie naar SUV’s en cross-over modellen hebben ze te laat zien aankomen. De winst zit vandaag vooral in de verkoop van SUV’s, dat is dus de Ford F-series en die worden niet in Europa gemaakt. Ford heeft al aangegeven om te stoppen met de productie van de Mondeo, de Galaxy en de S-max, die vandaag in Spanje gemaakt worden. Ze willen zich ook meer richten op de groeimarkten in China en Zuidoost Azië.

Stel dat Ford wegtrekt uit Europa, welk scenario hebben jullie dan voor ogen? Een abrupte verdwijning of eerder een gefaseerde terugtrekking?

Rohnny: Ik ga ervan uit dat Ford zijn modellen naar hun economische einddatum zal leiden en dat er dus een gefaseerde terugtrekking zal zijn. En heel misschien, als de markt ondertussen weer wijzigt, kan dat scenario omgedraaid worden. Maar – en daar parafraseer ik onze voormalige voorzitter Herwig Jorissen – een plant die weg is, komt nooit meer terug. Een overname, al dan niet gedeeltelijk, behoort natuurlijk ook tot de mogelijkheden.

Als Ford verdwijnt uit Europa, zal dat ook veel gevolgen hebben voor allerlei toeleveringsbedrijven.

Rohnny: Uiteraard. Toen Ford Genk sloot, gingen vierduizend arbeidsplaatsen verloren bij rechtstreekse en onrechtstreekse toeleveranciers.  

Fidel: Voor toeleveringsbedrijven in de automobielsector schept dit grote uitdagingen. Een bedrijf zoals Punch Powertrain produceert vandaag versnellingsbakken. Ook hybride en elektrische wagens hebben dat nodig, maar de technologie is wel anders. De uitdaging is om daar een antwoord op te bieden. Umicore is wat dat betreft een goed voorbeeld: zij zijn actief in zowel de huidige als de toekomstige technologieën: verbranding, lithium, en brandstofcellen. Dat is een ideale situatie. De bedrijven moeten zich dus voorbereiden en onderdelen produceren die ook binnen tien jaar nog nodig zijn.

Dat brengt ons naadloos bij mijn volgende vraag: de automobielindustrie ondergaat momenteel veel veranderingen. En algemeen wordt gesteld dat de impact op de tewerkstelling aanzienlijk zal zijn

Fidel: Klopt, er zijn verschillende tendensen en evoluties die allemaal tegelijkertijd bezig zijn. De automatisering en digitalisering zorgen voor een productiviteitsstijging, waardoor er minder werknemers nodig zijn om een auto te maken. Er is ook de evolutie naar nieuwe aandrijfsystemen: waterstof, elektriciteit en hybride. Al deze technologieën zijn minder arbeidsintensief dan de productie van traditionele verbrandingsmotoren. Ook de wereldwijde verstedelijking speelt een rol, waarbij we zien dat steeds meer steden de wagen bannen. Jongeren vinden het bezit van een wagen ook steeds minder belangrijk. Ze huren liever een auto als ze er één nodig hebben. Dus er zal sowieso een impact zijn op de tewerkstelling. Alleen is het moeilijk te voorspellen hoe groot die impact zal zijn.

Zien jullie nog een toekomst voor de Europese automobielindustrie?

Fidel: Europa heeft wel nog enkele belangrijke troeven. Het is – na China – de grootste interne markt ter wereld. En er wordt nog veel geëxporteerd, vooral Duitse luxewagens. Het is ook positief dat Europa strenge emissie- en milieunormen hanteert. Als je in Europa wil produceren heb je dus toptechnologie nodig. Zeker op technologisch vlak is er voor de EU nog een toekomst weggelegd. Dat zie ik ook in België. Er gebeuren nog heel wat hoogtechnologische investeringen, kijk maar naar de Audi E-Tron. Op dat vlak zie ik geen reden om die fabrieken te sluiten.

Rohnny: Voor West-Europa verwacht ik niet dat de drie grote Duitse merken – Mercedes, Audi en BMW – Duitsland zullen verlaten. Maar andere, niet-Europese autoconstructeurs zullen zich wel terugplooien op hun eigen continent, in China of Amerika. Wat België en Vlaanderen betreft: we moeten dringend begrijpen dat we onze eigen jobs moeten veiligstellen. Vandaag hebben we inderdaad nog Audi en Volvo, maar we moeten goed opletten dat we die ook niet verliezen!

De autosector gaat duaal!

“Duaal leren combineert het beste van twee werelden”

Veducamakbonden en werkgevers uit de metaalsectoren hechten veel belang aan duaal leren. Ze zijn overtuigd van de vele voordelen die deze onderwijsvorm kan bieden, zowel voor bedrijven en werknemers als voor leerlingen en scholen. Via onze opleidingsfondsen doen we er dan ook alles aan om van duaal leren een succes te maken.

Om één en ander te illustreren, trekken we naar Educam: het paritair beheerde opleidings- en kennisinstituut van de auto- en aanverwante sectoren. We ontmoeten er Jonathan De Saedeleer (coördinator partnerships binnen Educam), André Sommereyns (adviseur opleiding voor werkgeversfederatie TRAXIO) en Wim Careel (studiedienst ABVV-Metaal). Alle drie zijn ze van dichtbij betrokken bij de uitrol van het duale leren in de sectoren garages, koetswerk en metaalhandel. Hieronder leest u hoe ze dat precies doen!

Goeiemorgen heren! Jonathan, we beginnen bij jou: kun je kort uitleggen wat Educam concreet doet rond duaal leren?

Jonathan: Duaal leren is een vrij nieuw gegeven, dus in de eerste plaats willen wij onze bedrijven zo goed mogelijk informeren en ondersteunen. Dat doen we onder meer door bedrijfsbezoeken en met onze verplichte sectorale mentoropleiding. We zijn ook aanwezig op diverse infomomenten voor jongeren, ouders en bedrijven op scholen. En uiteraard spelen we een belangrijke rol in het sectoraal partnerschap, waarin alle betrokken partners – onderwijs, vorming, vakbonden en werkgevers – samenwerken om de instroom van jongeren te verhogen, het aanbod en de kwaliteit van werkplekken te versterken, enzovoort.

André en Wim, jullie zetelen namens Traxio enerzijds en ABVV-Metaal anderzijds in de diverse overlegorganen van Educam. Wat doen jullie precies op gebied van duaal leren?

Wim: Wij volgen het van zeer nabij op. Via stuurgroepen denken we mee over de inhoudelijke en praktische uitwerking van duale studierichtingen, zoals bijvoorbeeld onderhoudsmechanica auto duaal. En in het sectorale partnerschap houden we alles goed in de gaten: welke bedrijven doen mee? Hoeveel leerlingen en scholen zijn betrokken? Ook de bedrijven die erkend worden in het kader van duaal leren, worden tegen het licht gehouden: kunnen alle competenties aangeleerd worden? Zijn er bepaalde problemen?

André: Als werkgeversorganisatie hebben we de voorbije jaren veel tijd en energie gestopt in de voorbereiding van de invoering van het duaal leren. We hebben daarbij gebruik gemaakt van onze rijke ervaring met de vroegere leerovereenkomsten en de positieve lessen die we daaruit getrokken hebben. Samen met EDUCAM werken we aan de standaardtrajecten (dat zijn de leerprogramma’s) voor elke studierichting. Daarnaast promoten we deze onderwijsvorm actief bij onze leden via onze communicatiekanalen.

Waarin zit volgens jullie de meerwaarde van duaal leren?

André: Duaal leren combineert het beste van twee werelden: de theorie wordt aangereikt in de school en het lescentrum, de toegepaste theorie en de praktijk gebeurt op de werkvloer in het bedrijf. Zo worden alle aspecten van een beroep ingeoefend met een degelijke ondersteuning en kan de leerling zich goed voorbereiden – met kennis van zaken – op een verdere loopbaan in de sector.

Wim: Klopt, vandaag stellen wij vast dat veel bedrijven moeite hebben om technisch geschoold personeel te vinden. Voor hen is duaal leren een goede manier om toekomstige werknemers aan zich te binden. Leerlingen leren dan weer werken met de nieuwste technologieën en versterken zo hun positie op de arbeidsmarkt. Ook voor hen is dit een goede zaak.

Zie jij dat ook zo, Jonathan?

Jonathan: Ja, er is een duidelijke meerwaarde voor zowel jongeren, bedrijven als scholen. Jongeren worden op de werkplek opgeleid door gemotiveerde mentoren, die over de juiste competenties beschikken. Ze leren de visie van het bedrijf kennen, de collega’s, de waarden van het merk waarvoor ze werken, enzovoort. Scholen en lesgevers komen dan weer vaker op de werkvloer waardoor ze de connectie met de realiteit op de arbeidsmarkt hernieuwen. De nauwere band tussen school en werkplek opent poorten voor zowel jongeren, naar opleidingskansen, en lesgevers, naar intensere samenwerking en deling van technische informatie of zelfs didactisch materiaal.

Niettemin zijn er ongetwijfeld ook nog enkele knelpunten en problemen die moeten aangepakt worden?

André: Wel, het stelsel is nog onvoldoende gekend en wekt hier en daar nog wat wantrouwen op. Het onderwijs zelf kan hier ook wat aan doen door het duaal leren naar voor te schuiven als een volwaardige opleidingsvorm. Daarnaast worden vandaag nog niet alle studierichtingen aangeboden terwijl er toch verscheidene knelpuntberoepen zijn in onze sectoren en de bedrijven smeken om jongeren te kunnen opleiden en aanwerven.

Wim: Duaal leren heeft ook niet altijd een positief imago. Volledig ten onrechte trouwens, als je ziet hoe gegeerd technische profielen zijn op de arbeidsmarkt. Nog al te vaak wordt het weggezet als onderwijs voor leerlingen die niet in het traditionele circuit meekunnen of willen. Maar dat is eigenlijk een probleem van het technisch en beroepsonderwijs in het algemeen. In landen als Duitsland en Zwitserland wordt met een gans andere bril naar dit soort onderwijs gekeken. Duaal leren is daar helemaal ingeburgerd.

Slotvraagje: wanneer is duaal leren – als onderwijsvorm – voor jullie geslaagd?

Jonathan: Het is geslaagd wanneer iedereen er zodanig mee vertrouwd is dat een artikel over het hoe, wat en waarom van duaal leren compleet overbodig zou zijn. Voor veel sectoren is dit een uitgelezen kans om jongeren te matchen aan bedrijven, niet in het minst voor onze sector. Duaal leren is dus geslaagd wanneer het een volwaardig en integraal onderdeel uitmaakt van het onderwijs.

André: Als onderwijsvorm kan er uiteraard nog aan gesleuteld worden. Ik denk bijvoorbeeld aan een integrale en simultane afstemming tussen leerprogramma en praktijk, gecombineerd met bijkomende opleidingen van EDUCAM. Echt geslaagd is het als zowel leerlingen, hun ouders en werkgevers massaal inzetten op duaal leren en er ook oprecht in geloven. Werkgevers- en werknemersorganisaties hebben daar samen nog een belangrijke taak!

Dat is genoteerd André! Heren, heel erg bedankt voor dit gesprek.

ABVV-Metaal gaat duaal!

Klinkt goed, maar waarover gaat het?

Wel, we hebben het over ‘duaal leren’. Deze onderwijsvorm combineert leren op school met leren op een werkplek. De voordelen van zo’n traject zijn legio: de leerling doet praktijkervaring op, het bedrijf beschikt over goed opgeleide toekomstige werknemers en het onderwijs krijgt meer zicht op de recentste technologische ontwikkelingen. Op de website van Syntra Vlaanderen leest u er alles over.

En wat heeft ABVV-Metaal daarmee te maken?

Veel! Want zowel werkgevers als vakbonden zijn van dichtbij betrokken bij de concrete uitrol van duaal leren. In alle sectoren worden scholen gelinkt aan bedrijven, wordt nagedacht over de competenties die studenten moeten verwerven, enzovoort. Wil je weten hoe dat precies in zijn werk gaat? Lees dan zeker dit interview met onder meer onze adviseur opleiding.

Voor wie helemaal naar de essentie wil, is er ook nog dit gesprek met onze hoofddelegee op lasbedrijf ROB Bilfinger. Hier zie je waar het uiteindelijk om gaat: leerlingen en ondernemingen die zichzelf en elkaar versterken.

Maar er is nog werk aan de winkel.

Duaal leren bestaat sinds 2016 en staat dus nog in haar kinderschoenen. Er moeten nog belangrijke knopen worden doorgehakt. In haar blog schetst onderwijsadviseur van het Vlaams ABVV Lore Tack deze knelpunten. Ze ziet enorm veel potentieel in het systeem, maar een sterke en sociale omkadering is wel noodzakelijk.


2 oktober nationale actiedag

Met de ‘zomerdeal’ is ellenlange lijst van antisociale regeringsmaatregelen niet meer te overzien. De zomerdeal of arbeidsdeal is in de praktijk dan ook het zoveelste compromis tussen de regeringspartijen met voor elk van hen wat wils. Een zoveelste keer ook dat beslissingen meerderheid tegen minderheid worden opgedrongen. Het is duidelijk dat deze regeringsleiders geen respect opbrengen voor de mechanismen van het sociaal overleg.

Het gemeenschappelijk vakbondsfront wil op 2 oktober dan ook niet mis te verstaan signaal geven: stop met de afbraak van onze sociale welvaart en voer een koerswijziging in. Daarom worden er in de gewesten gemeenschappelijke acteis gehouden.

In Antwerpen is er het Pensioenalarm om 10.30 uur op de Leopold De Waelplaats.

pensioenalarmantwerpen

In Hasselt start er aan het station een optocht rond de Groene Boulevard om 10.30 uur.

pensioenactiehasseltVoor andere gewestelijke acties: volg het ABVV via Facebook.

Metaalbedrijf Pedeo ziet heil in 50-plussers

“Hier kijken ze niet naar leeftijd maar naar competenties”

De krapte op de arbeidsmarkt en de war for talent zijn al een tijdje voelbaar in de metaalsector. Veel bedrijven zijn dringend op zoek naar technisch geschoold personeel. Metaalbedrijf Pedeo in Oudenaarde trekt daarbij doelbewust de kaart van oudere werknemers. Het afgelopen jaar werden er drie vijftigplussers aangeworven. Hun ervaring en technische kennis is daarbij een doorslaggevend argument.

Omdat het niet altijd even evident is voor oudere werknemers om een nieuwe job te vinden, wilden we hier graag meer over weten. We bellen met Ronny Loubris, onze gewestelijke secretaris voor Zuidoost-Vlaanderen, en met Eddy Hove, onze vakbondsafgevaardigde ter plaatse. Leest u even mee?

Lees meer...