Artikels Digimetaal

Een overzicht van onze artikels uit de nieuwsbrief.

 

ABVV-Metaal in de bres voor gendergelijkheid

Gendergelijkheid op de agenda. Met verkiezingszondag voor de deur, dringen verschillende vrouwenverenigingen erop aan dat de volgende regering maximaal inzet op meer gendergelijkheid. Ze hebben een brochure samengesteld met 4x3 speerpunten ten gunste van gendergelijkheid.  Een van die speerpunten is dat er in alle sectoren een specifieke cao moet komen die seksueel geweld op de werkvloer tegengaat – een #MeToo-cao, zoals vrouwenvereniging Furia al eerder opriep.
Taak van de vakbond. Geweld tegen vrouwen op het werk tast de rechten, de veiligheid, de gezondheid en de waardigheid van de arbeiders aan en is dan ook een kernthema voor ons als vakbond. Daarom plaatste ABVV-Metaal grensoverschrijdend gedrag op het werk en huiselijk geweld op de agenda van de metaalsectoren. Met resultaat, want zowel in de sectoren van de edele metalen als van de elektriciens konden we een anti-discriminatie-cao ondertekenen. Dat is een primeur in België en ligt trouwens helemaal in lijn met de oproep van Marijke Weewauters van het Instituut voor gelijkheid van vrouwen en mannen in haar interview met ABVV-Metaal. Het topic werd ook opgenomen in de eisenbundels van al onze sectoren, waar niet elke patroonsvertegenwoordiger even happig reageerde op onze voorstellen. De strijd is dus nog niet gestreden, maar als ABVV-Metaal laten we dit niet los.
Zonder vrouwen geen duurzaamheid. Deze aardkloot wordt voor meer dan de helft bevolkt door vrouwen. En toch blijven zij te dikwijls slachtoffer van discriminatie en seksueel geweld. Hoe kunnen we de wereld verbeteren als we vrouwen niet engageren? Zo redeneren de VN. Daarom hebben zij van gendergelijkheid het vijfde duurzame ontwikkelingsdoel gemaakt dat ze tegen 2030 gerealiseerd willen zien.

De arbeidsmarkt verandert. Wat betekent dit voor de metaalsector?

Positieve effecten van industrie 4.0. Werkgeversfederatie Agoria stelde deze week haar studie ‘Shaping the future of work’ voor. Daarin wordt uitgelegd dat digitalisering en robotisering niets zijn om schrik voor te hebben. Er zullen jobs verdwijnen (en veranderen), maar er komen veel meer nieuwe jobs in de plaats. Ook de SERV publiceerde onlangs een onderzoek, waaruit blijkt dat 7 op 10 ondernemingen kansen zien in digitalisering, niet alleen op vlak van economische groei maar ook inzake tewerkstelling.
Alles draait om opleiding. Uit beide studies blijkt dat er belangrijke uitdagingen zijn, die proactief moeten worden aangepakt. De digitale vaardigheden van werknemers moeten versterkt worden, want 20 procent van de bedrijven wordt vandaag geconfronteerd met een gebrek daaraan. Er zal ook heel wat herscholing nodig zijn, om te zorgen dat iedereen de vruchten plukt van de digitale transitie. Investeren in opleiding is dus essentieel.   
En in de metaalsector? Uit het werk van Agoria blijkt dat er vooral jobs zullen bijkomen in sectoren zoals onderwijs, diensten en gezondheidszorg. Voor de metaalsector wordt uitgegaan van jobverlies. Het nieuws over DAF Trucks, waarbij investeringen in robots op termijn kunnen resulteren in het verdwijnen van de nacht- en weekendploegen, kan dienen als illustratie. Maar er is ook groei, zoals in de industrietak van 3D-printing, waar het aantal jobs snel zal verdubbelen (van 1500 naar 3000). Hier gaan technologie en tewerkstelling dus hand in hand.
Werknemers centraal. De resultaten van bovenstaande studies zijn niet nieuw. Wij zeggen al lang dat de transitie naar industrie 4.0 heel wat voordelen met zich meebrengt, onze Fabrieken van de toekomst illustreren dat elke dag opnieuw (ook wat jobs betreft). En ook wij pleiten voor flankerende sociale maatregelen (opleiding, herscholing, ondersteuning, …). Via het sectoraal overleg en met onze vernieuwde loopbaanfondsen werken wij daar elke dag aan. Alleen als we de mens (en niet de winst) centraal stellen kunnen we evolueren naar een win-winsituatie voor iedereen.

Sta mee op als winnaars!

De Dag van de Arbeid is fier terugkijken. Binnen enkele dagen vieren we opnieuw 1 mei. Dan blikken we terug op de vele mooie realisaties van de arbeidersbeweging. De 8-urige werkdag, het verbod op kinderarbeid, het wettelijk verlof en het vakantiegeld zijn maar enkele voorbeelden. Op 1 mei vieren we feest en kijken we met opgeheven hoofd naar alle vooruitgang die we samen hebben geboekt.
Maar we richten onze blik ook op de toekomst. Op 1 mei kijken we niet alleen achterom maar ook vooruit. Wat is de toestand van de arbeidersbeweging en van de sociaal-democratie vandaag? Welke uitdagingen en kansen liggen op onze weg? Het kan nooit kwaad om daar eens goed over na te denken, zeker met belangrijke politieke verkiezingen voor de deur.
ABVV-Metaal vroeg ook aan enkele van onze rasechte metallo's wat deze feestdag voor hen betekent. Waar liggen vandaag de uitdagingen, de kansen en de bedreigingen? En hoe kijken ze naar de komende verkiezingen? Deze vragen en meer beantwoorden ze in dit 1-mei-interview. Zoals delegee Mohammad Akhtar alvast weet: “Links moet er opnieuw op vooruit gaan. Het wordt tijd dat we terug winnaars worden.” Daar gaan wij voor, elke dag opnieuw.

Jongerenwerking Industriall Europe lanceert verkiezingsmanifest

Jeugdwerkloosheid en precair werk zijn de voornaamste problemen van de Europese jongeren van vandaag. Voor het eerst sinds WO II staan zij er slechter voor dan de generatie die hen voorging. Bij de Europese verkiezingen van 26 mei is het dan ook de toekomst van de Europese jongeren die op het spel staat. Daarom lanceerde Industriall Europe Youth – de jongerenvleugel van de Europese industrievakbond - een verkiezingsmanifest.
Op maat van jongeren. Daarin ligt uiteraard de nadruk op de problemen waar jongeren mee te maken hebben. “Gelijke toegang tot onderwijs en opleiding is bijvoorbeeld zeer belangrijk. Net zoals een evenwichtige werk-privébalans en een duidelijke grens tussen de fysieke en digitale wereld”, vat voorzitter Vincent Deganck samen in een interview met ABVV-Metaal.
Gebruik je stem. Industriall Europe Youth werkte ook al mee aan ‘This time I’m voting’, een initiatief van het Europees parlement om mensen te motiveren om te gaan stemmen.

Primeur in België: eerste multi-sectoraal pensioenfonds

Op 1 januari 2019 hebben de sociale partners een uniek multi-sectoraal pensioenfonds opgericht voor de 124.000 arbeiders binnen de volgende sectoren:

  • Garages (PC 112)
  • Metaalhandel (PSC 149.04)
  • Koetswerk (PSC 149.02)
  • Metaalrecuperatie (PSC 142.01)
  • Edele metalen (PSC 149.03)

Van sectorpensioenplan naar multi-sectoraal pensioenfonds

Sinds 2002 werd er voor deze sectoren een sectorpensioenplan ingevoerd op initiatief van de sociale partners. Destijds werd ervoor gekozen om te werken met dezelfde verzekeraar (Sepia). Daarnaast richtten de sociale partners de vzw Sefocam op, die instond voor de coördinatie van het administratief beheer van de sectorplannen en de communicatie met de aangesloten arbeiders. 

Het doel van dit pensioenplan was om bij pensionering de kloof tussen het loon en het wettelijk pensioen te dichten. Vandaag genieten tussen 60 % en 70 % van de werknemers van een aanvullend pensioen via hun werkgever of via de sector waarin ze werken.

Ortwin Magnus, ondervoorzitter ABVV-Metaal en van het nieuw opgerichte Sefoplus, kadert het belang van de tweedepensioenpijler: “Uiteraard zijn wij voorstanders van een sterkere eerste pensioenpijler, die de solidariteit tussen de generaties vertolkt in een repartitiestelsel.  Onze leden zijn evenwel terecht bezorgd over het bestaande onderscheid tussen de bedienden- en arbeidersstelsels. Als vakbond maken wij hiervan dan ook al vele jaren een strijdpunt. In dat kader hebben wij als pioniers stelselmatig de kloof in het aanvullend pensioen weggewerkt.”

In de afgelopen jaren is er echter veel veranderd in het aanbod van de verzekeraars, met dalende tarieven die niet meer de verplichte rendementsgarantie waarborgen die de paritaire (sub-)comités moeten garanderen.

Op 1 januari 2019 beslisten de sociale partners om niet langer te werken met een verzekeraar, maar om een eigen multi-sectoraal pensioenfonds op te richten: Sefoplus OFP, meteen het eerste van zijn soort in België. Dat deden ze naar het voorbeeld van de sociale partners binnen de sector van de Metaalverwerkende Nijverheid die deze stap 19 jaar geleden met succes hebben gezet.

De oprichting van een eigen pensioenfonds is een logische keuze; het garandeert enerzijds de autonomie van de vijf sectoren omtrent het gevoerde beleggingsbeleid, anderzijds zijn de inmiddels opgebouwde vermogens ook al aangegroeid tot een volume dat een eigen fonds rechtvaardigt.


Sector (Cijfers 31/12/2018)

Aantal Verzekerden

Som verplichtingen

Totale Activa

Garages

60.137,00

171.008.840,00

189.606.410,36

Metaalhandel

48.080,00

135.415.234,11

150.137.354,61

Koetswerk

12.242,00

33.519.375,11

37.165.106,78

Metaalrecuperatie

3.694,00

8.330.869,56

9.237.382,13

Edele metalen

486,00

417.057,89

461.772,90

Totaal

124.639,00

348.691.376,67

386.608.026,78

 

Praktische werking en organisatie van Sefoplus

Het dagelijks bestuur ligt in de handen van de coördinator Stijn Van Dierdonck, de voorzitter van de Raad van Bestuur Luc Missante (algemeen directeur van Traxio) en de ondervoorzitter Ortwin Magnus (ondervoorzitter ABVV-Metaal). Onder meer op vlak van investeringen laten de sociale partners zich ook bijstaan door experts. Na een grondige voorbereiding en de selectie van de beste experts ter begeleiding kreeg Sefoplus op 19 november 2018 de goedkeuring van het FSMA.

Binnen het pensioenfonds zijn de opgebouwde reserves van elk van de vijf sectoren ondergebracht in een zogenaamd ‘eigen vermogen’, waardoor ze juridisch afgescheiden zijn. Elke sector staat met andere woorden in voor de financiering van zijn eigen pensioenplan. Bovendien biedt de structuur en het opzet van Sefoplus OFP de mogelijkheid om ook andere sectoren te laten toetreden voor het beheer van hun sectorpensioenplan en deel uit te maken van deze krachtige samenwerking. 

De vzw Sefocam blijft verder bestaan en zal verder mee instaan voor het administratief beheer en de communicatie. Volgens Ortwin Magnus moet dit fonds van bij de start beantwoorden aan bepaalde voorwaarden: “Voor ons was de premisse steeds om een solidair systeem op poten te zetten waarbij ook voor dagen van tijdelijke werkloosheid en arbeidsongeschiktheid en bij overlijden spaargeld wordt opgebouwd en uitgekeerd.  Maar ook de aandacht voor duurzaam en ethisch beleggen staat voorop en dat zal bij het rijpen van de portefeuille een nog belangrijker thema worden.” 

Bevestiging van een positieve samenwerking

Sefoplus OFP symboliseert het resultaat van een jarenlange constructieve sociale dialoog en samenwerking binnen deze vijf sectoren. Door het administratief beheer en het beleggingsbeleid (verder) gezamenlijk te organiseren via één pensioenfonds, genieten de sectoren van heel wat schaalvoordelen.

Zo wordt de langdurige gunstige verstandhouding tussen de sociale partners bestendigd. Bovendien biedt de structuur en het opzet van Sefoplus OFP de mogelijkheid om ook andere sectoren te laten toetreden voor het beheer van hun sectorpensioenplan en deel uit te maken van deze krachtige samenwerking. 

De sociale partners zijn bijzonder tevreden om hun positieve samenwerking te kunnen bevestigen met de oprichting van dit multi-sectoraal pensioenfonds. Zij blijven zich verder engageren om de opgebouwde pensioenrechten van alle arbeiders - die vandaag of in het verleden in de sectoren actief zijn of waren - optimaal te beheren.

Meer info:
Stijn Van Dierdonck, coördinator Sefoplus OFP, 0497/17.99.53

Al 75 jaar vurige beschermers van onze sociale zekerheid!

Onze Sociale Zekerheid blaast 75 kaarsjes uit. Om deze belangrijke verjaardag in de verf te zetten, heeft bediendenvakbond BBTK er een mooie campagne rond gelanceerd. Aan de hand van filmpjes, affiches en Facebook-berichten wordt het belang van een sterke sociale zekerheid geïllustreerd. En dat belang is onmiskenbaar, want – of het nu gaat om gezondheidszorg, pensioen of werkloosheid – vroeg of laat krijgt iedereen ermee te maken. Vakbonden zijn trouwens altijd al vurige beschermers én voortrekkers geweest van een sterke solidariteit. Herlees zeker nog eens deze blog van Luc Peiren (AMSAB) en ons e-book over de geschiedenis van de sociale zekerheid.

Denk op 26 mei ook eens aan de sociale zekerheid. Want op die dag stemmen we zowel Vlaams, federaal als Europees. In de woorden van BBTK-voorzitter Erwin De Deyn: “De sociale zekerheid is een essentiële pijler – onze kathedraal – waar iedereen op kan rekenen. Toch heeft de regering-Michel haar 4 jaar lang zonder ophouden uitgehold. Op 26 mei krijgen kiezers de kans om een andere keuze te maken en het tij te doen keren.” Rechtse politici zien de sociale zekerheid dus vooral als iets wat afgebouwd moet worden. Linkse partijen daarentegen dragen solidariteit hoog in het vaandel en willen het systeem versterken. De baseline van de BBTK-campagne vat het eigenlijk perfect samen: ‘Zij die uw sociale zekerheid hebben gemaakt, zullen haar het beste beschermen en verbeteren.’

Leestip! Denktank Minerva heeft zonet een boek gepubliceerd met de titel Fundamenten: Sociale Zekerheid in onzekere tijden. Diverse prominente denkers geven er hun visie op ons sociale zekerheidsstelsel. Je kunt het boek – dat een echte aanrader is – gratis downloaden. Ook het MO-artikel met voormalig sp.a-politicus Frank Vandenbroucke over de sociale zekerheid in Europees perspectief willen we u niet onthouden.

Burn-out terug van nooit weggeweest

Steeds meer mensen zitten langdurig thuis door een psychische aandoening. Eind 2017 waren dat er meer dan 140.000. Dat is een stijging van 39 procent in 5 jaar tijd. Volgens professor Roland Pepermans (VUB) ligt de stijging vooral bij de burn-out­gevallen en wordt de impact ervan op een organisatie veel te laag ingeschat. Het RIZIV keerde in 2017 bijna twee miljard euro uit aan langdurige thuiszitters met een psychische stoornis.  

Cijfers om U tegen te zeggen

Als belangrijkste oorzaak ziet Pepermans de prestatienorm op het werk, wat veel stressfactoren met zich meebrengt. "Met de digitalisering van de arbeid zien we ook dat er van de werknemer meer rollen worden geëist. In de praktijk komt het meestal op een verzwaring van het takenpakket neer. Soms gaat het over rollen die tegengesteld zijn, je bent leidinggevende voor de ene én tegelijk ben je ook ondergeschikte in een andere groep. Maar ook bedrijven moeten inzien dat je de inzet van werknemers niet eindeloos kan rekken. Er is ook een tendens om voortdurend te veranderen en te herstructureren, vooral door toedoen van talloze consultancies, die weinig of geen voeling hebben met het bedrijf waar ze voor werken." Volgens professor Pepermans moeten ook de stressfactoren op de werkvloer aangepakt worden.

Arbeiders lopen grootste risico

Uit een meting van de KU Leuven bij 1.500 Vlaamse werknemers blijken arbeiders en laaggeschoolden het meest vatbaar voor een burn-out: 12 procent van de arbeiders heeft waarschijnlijk een burn-out. Er is een link met het opleidingsniveau: hoe lager opgeleid, hoe hoger de kans op burn-out. Het risico ligt ook hoger bij jongeren dan ouderen.

“De hoogste kans op een burn-out ligt dus onderaan de sociale ladder”, besluiten de onderzoekers. ‘De werkeisen bij arbeiders zouden toegenomen kunnen zijn,’ verklaart professor Hans De Witte de verschillen. Directieleden scoren het laagst op zowel ‘kans op burn-out’ als ‘waarschijnlijk een burn-out’.

KULeuven stelt BAT voor

KU Leuven-onderzoekers stellen een instrument voor om burn-out te meten. De BURNOUT ASSESSMENT TOOL (of kortweg BAT) is het resultaat van een driejarig onderzoeksproject van KU Leuven. Deze wetenschappelijk gevalideerde vragenlijst laat toe om snel en in één oogopslag het risico op burn-out te bepalen.

Het onderzoeksproject van KU Leuven heeft drie concrete resultaten opgeleverd:

  • Een nieuwe definitie van burn-out
  • Een betrouwbare meting via de Burn-out Assessment Tool. Deze vragenlijst maakt het mogelijk om een correcte diagnose te stellen, het risico op burn-out in te schatten en patiënten beter te begeleiden.
  • Op basis van de meting is voor het eerst de prevalentie van burn-out in Vlaanderen in kaart gebracht: hoeveel werkende Vlamingen hebben een burn-out en wat zijn de risicogroepen?   

Een nieuwe definitie van burn-out

Burn-out is een werkgerelateerde aandoening die voorkomt bij werknemers die gedurende een langere periode productief en zonder problemen hebben gewerkt tot tevredenheid van zichzelf en anderen. Extreme vermoeidheid, ontregeling van emotionele en cognitieve processen, én mentaal afstand nemen kunnen gezien worden als de kernelementen van het syndroom. Het mentaal distantiëren kan gezien worden als een disfunctionele poging om verdere uitputting te voorkomen.

Deze kernsymptomen worden vergezeld door secundaire symptomen, zoals een depressieve stemming, en gedragsmatige en psychosomatische spanningsklachten.

Burn-out wordt hoofzakelijk veroorzaakt door een disbalans tussen hoge werkeisen en onvoldoende hulpbronnen op het werk. Problemen in de privésfeer of persoonlijke kwetsbaarheden kunnen hierbij een faciliterende rol spelen. Uiteindelijk leidt burn-out tot gevoelens van incompetentie en slechtere prestaties op het werk.

Geen nieuw verhaal

In 2017 al ontwikkelde ABVV-Metaal een burn-out-tool om delegees breder en dieper te doen nadenken over stress en burn-out. De tool stelt hen in staat om voldoende argumenten te verzamelen om stress en burn-out op de agenda van de overlegorganen te zetten en zo werknemers beter te beschermen. Want onze burn-out-tool in de vorm van een handige interactieve PDF is een eerste stap op weg naar een solide analyse.

Kijk, download en analyseer

Bekijk de korte introductiefilm over onze tool en download de tool op www.abvvmetaal.be/burnout.

Onze metaalbedrijven in de krant: wat je moet gelezen hebben!

Zinkfabriek Nyrstar is gered. De grootste aandeelhouder van Nyrstar – de Nederlandse grondstoffenhandelaar Trafigura – heeft het noodlijdende bedrijf overgenomen. Daarmee komt een einde aan een periode van onzekerheid voor de werknemers in Balen en Overpelt. Beide fabrieken zijn winstgevend, maar gingen gebukt onder de schulden van de groep. De deal wordt normaal gezien officieel beklonken op 29 april.
Audi heeft te weinig batterijen. Enkele kranten schrijven dat Audi Brussel in 2019 maar liefst 10.000 elektrische wagens minder zal produceren dan voorzien, met economische werkloosheid tot gevolg. Bevoorradingsproblemen van batterij-onderdelen liggen aan de basis van de productiedaling. De batterijen worden vandaag geleverd door het Zuid-Koreaanse LG, die volgens geruchten zijn prijzen graag wil opdrijven. Als tegenzet zal Audi binnenkort ook Samsung (eveneens Zuid-Koreaans) batterijen laten leveren.  
Interimmers op DAF verliezen hun job. Bij DAF Trucks in Westerlo verliezen 150 uitzendkrachten hun job. In tegenstelling tot 2018 – dat een topjaar was – zijn de vooruitzichten voor 2019 minder rooskleurig. De markt voor vrachtwagens is nu meer verzadigd. De productieverlaging in de sites van Eindhoven en Leyland (UK) heeft een rechtstreekse impact op de Kempense fabriek, waar de assen en de cabines gemaakt worden.
ArcelorMittal verkleint haar ecologische voetafdruk. Op de Gentse staalfabriek wordt sinds kort koolstofmonoxide (CO) gescheiden van koolstofdioxide (CO2). Via een technisch procedé wordt de CO vervolgens omgezet in nafta, dat onder meer kan gebruikt worden in de productie van bio-ethanol. Op die manier wil Arcelor haar ecologische voetafdruk verkleinen. Geen overbodige luxe, want in 2018 was het bedrijf de op één na grootste CO2-uitstoter van België. De staalproductie in Gent gebeurt wel een heel stuk milieuvriendelijker dan het Europese en globale gemiddelde.  

44 jobs verdwijnen bij radiatorenfabrikant Rettig

Opnieuw pijnlijk nieuws. In onze vorige nieuwsbrief schreven we nog over de herstructurering bij Bekaert en over de winstgevende afdeling in Moen die volledig verkast naar Tsjechië. Maar ook radiatorenfabriek Rettig – in het Limburgse Zonhoven – wordt met een delokalisatie naar Oost-Europa geconfronteerd. Een deel van de productie verhuist immers naar Polen, waardoor meer dan veertig mensen hun werk verliezen: 25 tijdelijke en 19 vaste contracten. 
Een donderslag bij heldere hemel. Ongeveer op hetzelfde moment kondigde ook Vasco – dat in dezelfde branche actief is – aan om 42 jobs te schrappen. De radiatoren-industrie in Limburg krijgt dus (opnieuw) rake klappen. De situatie van de twee bedrijven is wel niet te vergelijken. Want terwijl Vasco wel degelijk met enkele economische problemen kampt, leek er bij Rettig geen vuiltje aan de lucht. De herstructurering kwam dus als een grote verrassing. We spraken erover met Johnny Frans, ABVV-Metaal-secretaris in Limburg. Lees hier zijn analyse.