In gesprek met ... Erwin Oris.

Ploegenarbeid, of met andere woorden in shiften werken is zeker niet te onderschatten. Men heeft de mond vol over flexibiliteit, maar men verwacht dit enkel van de werknemers. Er wordt nooit gesproken over flexibiliteit van de werkgevers.

Ik werk bij Philips in Turnhout: de fabriek is in 1955 opgestart, volledig in dagdienst. Door de jaren heen is het bedrijf groter geworden en heeft men de machines optimaler ingezet, met als gevolg dat dit ook geldt voor de werknemers. Voor veel mensen was dat een grote aanpassing. In de jaren zeventig werkten er meer dan vijftig procent vrouwen in de fabriek die van dagdienst ‘moesten’ overschakelen naar twee ploegen. Na enkele jaren waren ook twee ploegen niet meer voldoende en startte men een drieploegensysteem op. In die tijd mochten vrouwen echter nog niet in een nachtshift werken. Philips is in België een van de voortrekkers geweest van nachtwerk voor vrouwen, of dit nu goed of slecht was, dat laat ik even in het midden. Later heeft men dan ook nog een weekendploeg opgestart waar twee keer twaalf uur gewerkt wordt, omdat de gewone werkweek niet meer voldeed.

ploegen

Als je in ploegen werkt, is er een kleine extra vergoeding naargelang het systeem waarin je werkt: in het verleden is ervoor gekozen om de betaling per systeem te doen en niet apart voor de vroeg en late shifts. Als voorbeeld: sta je in twee ploegen, dan krijg je dezelfde premie voor de vroege als voor de late shift.

Na jaren aanpassing naar de gevraagde systemen (dagdienst, twee ploegen, drie ploegen, weekend), zitten we nu in een bedrijf dat de productie enkel nog afbouwt. Iedereen moet zich dus opnieuw aanpassen aan de veranderende systemen en dit alles onder lichte dwang. Het is niet voor iedereen gemakkelijk om ook privé alles weer geregeld te krijgen. Mensen hebben namelijk hun afspraken geregeld naargelang de ploegen waar men in werkt en als die ploegen veranderen, dan moet je ook al je afspraken aanpassen. Dat gaat van afspraken bij de tandarts, gynaecoloog enz, maar ook afspraken op langere duur moeten herbekeken worden. Zo waren er koppels die in verschillende ploegen werkten, zodat ze zo weinig mogelijk kinderopvang nodig hadden, maar ook zij moeten nieuwe oplossingen zoeken.

Het enige positieve aan de terugkeer naar de dagdienst is dat het beter is voor je gezondheid. Je bioritme wordt weer ‘normaal’: je eet weer op gewone uren en niet meer om 2 uur ’s nachts. Je moet niet meer opstaan om 4 of 5 uur ’s nachts. Je moet wel opnieuw je hele huishoudelijk werk gaan regelen: op andere momenten inkopen doen, poetsen, de was en de strijk... Het lijkt er zelfs op dat je daar in dagdienst minder tijd voor hebt.

De meeste mensen hebben het moeilijk met veranderingen, maar vanaf het moment dat je de verandering echt hebt aanvaard, wil je meestal niet meer terug.
Toch moeten we als vakbondsafgevaardigde er alles aan doen om deze overgang zo comfortabel mogelijk te laten gebeuren.

Een sterke vakbond is broodnodig!

Erwin Oris
Hoofdafgevaardigde Philips Turnhout

 

Andere blogs van Erwin:

Philips Turnhout, herstructurering na herstructurering...
Hoe blijf je inzetbaar op de arbeidsmarkt?
Waarom netwerken willens nillens hoort bij vakbondswerk
Z
ijn vluchtelingen profiteurs?