François, hoe is jouw arbeidsleven begonnen? Hoe ben je in contact gekomen met de vakbond en hoe heeft dit jouw verdere leven op professioneel vlak beïnvloed?

Ik kom uit een socialistische familie. Mijn vader was bij de vakbond al aangesloten in 1923 toen hij 17 was en mijn moeder was bij de Socialistische turnsters. Vakbond en Socialistische Partij waren toen nog één. Ik herinner me nog dat ik voor de oorlog met mijn vader meeging naar de 1-meistoet. Na mijn schooltijd ben ik dan beginnen te werken met 'het werk van de leertijd' zoals dat toen heette. Ik kreeg dan 20 frank voor een week werken en daarboven kregen mijn ouders nog de kindertoelage. Ondertussen volgde ik de vakschool hier in Brugge, want een staatsschool was er toen nog niet. De leraars waren allemaal broeders, ook de directeur was een broeder. Ik was ook lid van de rode valken en nadien van de jong-socialisten.

Dadelijk na de oorlog heeft mijn vader op de lijst gestaan van de Socialistische Partij en hij was ook bestuurslid van de metaalvakbond. Ik was een hele goede leerling, ieder trimester was ik de eerste van de klas en toen mijn vader op de lijst kwam, was ik ineens niet meer de eerste. Ik wilde daar toen niet meer verder leren en ben naar de Academie gegaan om meubeltekenen te leren. Ik heb mijn job geleerd bij een antiquair, oude meubelen herstellen en opkuisen. Ik heb er heel veel geleerd, omdat het echt met de handen werken was.

Er waren zelfs geen machines. We moesten het materiaal op een steekkar laden en naar een atelier brengen waar de producten werden afgewerkt. Die periode van drie jaar was leertijd. Na die drie jaar hebben we een dispuut gehad en ben ik op de dop geraakt. Ik heb toen ook de Koningskwestie meegemaakt en ben dan in het hele arrondissement Brugge mee gaan affiches plakken. Om tien uur 's avonds vertrokken we en tegen 6 uur 's morgens waren we terug. We deden dat samen met de bedienden van de mutualiteit en de vakbond.

fabriekzijdelings

De huisdokter, die in de gemeenteraad zat, heeft me dan binnen gekregen bij blikslagerijen Declerck, een familiebedrijf in Brugge. De oude baas meester Miel was ook lid van de BSP zoals de s.pa toen heette. De fabriek was één socialistisch bolwerk. Het werk was nogal seizoensgebonden, omdat we conservenblikken voor groenten en vlees maakten en andere blikken producten. In de winter werkten er tussen de 180 en 200 mensen en in de zomer tussen de 240 en 260, zowel mannen als vrouwen. Het blik werd gesneden met scharen en dan gestampt met een machine, gesoldeerd werd er met de hand. Het meeste werk was handwerk. Zelf stond ik ook in de productie.

Ondertussen heb ik dan ook mijn legerdienst gedaan en ben daarna opnieuw kunnen beginnen. Toen ik er een paar jaar werkte en ik hier en daar wat moest helpen, merkten ze dat ik kon timmeren. Ik werd onderhoudstimmerman en moest dan stoeltjes en tafeltjes en kisten maken. Ook valse plafonds steken in de burelen en karweien bij de bazen thuis behoorden tot mijn werkzaamheden.

 

Inmiddels kreeg ik verkering en natuurlijk slabakt dan alles een beetje, want de vriendin komt op de eerste plaats. Ik ben dan gehuwd in 1957 en heb 2 dochters. De oudste is maatschappelijk adviseur en werkt voor de metaalvakbond in Brugge. In 1958 bij de verkiezingen ben ik gevraagd om op de lijst te staan en zo ben ik dan verkozen tot eerste plaatsvervanger.

Van 1960 op 1961 was er de grote staking tegen de Eenheidswet. De hoofddelegee en zijn schoonbroer waren gewoon blijven werken, ook omdat hun (schoon)vader meestergast was. Het was natuurlijk ondenkbaar om bij grote stakingen te gaan werken. Zodoende werd hij aan de kant geschoven en werd ik delegee. Het heeft drie maanden geduurd alvorens ik aanvaard werd door de werkgever. Omdat een van de oudere collega's geen hoofddelegee wilde worden, werd ik hoofddelegee en kreeg ook meteen alles in mijn nek, zowel het comité voor veiligheid als de ondernemingsraad en de syndicale delegatie.
Maar natuurlijk in de jaren '60 moest je niet zo heel veel kennen. De sociale wetgeving, dat was verlof, uurlonen en klein verlet. De hele evolutie van wet- en regelgeving die later is gekomen, heb ik mee kunnen opvolgen. Ik heb in het begin ook heel veel gediscussieerd met de bazen en er werd nooit iets op papier gezet. Alles werd zo geregeld. Als er dan later iets was, zei ik bijvoorbeeld: "Ja, maar als ik dat had geweten, was ik nooit akkoord gegaan." En dan werd dat aangepast zonder problemen. Tot bij de volgende sociale verkiezingen na de grote stakingen van 1960-61 toen een van de jongere bazen het ACV binnenhaalde en meteen alles op papier moest staan. Je kreeg toen niks meer geregeld. Sinds de oprichting eind van de 19e eeuw was de fabriek socialistisch. Je kwam er als katholiek gewoon niet binnen. Toen ze één zetel haalden, werd er enkel nog gepalaverd over punten en komma's en je moest er niet aan denken dat er nog iets veranderd werd als eenmaal een handtekening op papier stond.


DeclerckDeclerck was een familiebedrijf met een oudere baas en drie zonen, de oudere baas is lang voorzitter van de voetbalclub Brugge geweest. Ik kon goed mijn mannetje staan maar de oudere heer Declerck was ook een zeer sociaal persoon die goed met zijn werkvolk om ging. We hebben zelfs niet veel moeten staken toen. Een anekdote misschien: een meisje was op het werk lastiggevallen door een van de jongere bazen en ik ben dat op het bureau gaan bespreken. Toen die jongere baas binnenkwam, werd hij buiten gegooid door zijn vader en hij zei me dat ik dat meisje bij hem thuis moest laten komen waar ze koffie en koekjes kreeg en het probleem ook uitgeklaard en opgelost werd. De baas kwam ook regelmatig vragen of er met de jongere bazen geen problemen meer waren.

Begin jaren '70 is dan het brugpensioen gekomen en werden ouderen vervangen door jongeren. De Bunne had dit gelanceerd. Er waren al wat ouderen bij ons, ik denk zo'n 10 man die ouder dan 60 waren, en ik heb met die mannen gesproken over het brugpensioen. Dat bestond uit de werkloosheidsuitkering en de helft van het verschil tussen loon en uitkering door het Fonds van Bestaanszekerheid betaald. Uiteindelijk zijn er maar twee niet op brugpensioen willen gaan, omdat ze niet geloofden dat ze zoveel gingen krijgen. Na twee maanden kwamen ze dan ook vragen om op brugpensioen te gaan, omdat ze ondertussen hun kameraden hadden gesproken die bevestigden dat ze inderdaad kregen wat hen verteld was.


Ik heb ook vele en lange onderhandelingen gevoerd, onder andere over het functieclassificatiesysteem dat in voege was. Bij ons waren de lonen niet zo overdreven hoog voor een gemixt bedrijf. Er werkten ongeveer 50 % vrouwen met lagere lonen. Diegenen die in de productie werkten, hadden wel een loon dat enkele franken scheelde met omliggende fabrieken. Met de classificatie is wel het één en ander in gang geschoten. Er werd dan gediscussieerd met afgevaardigden van Fabrimetal, want in de tijd toen was dat nog Fabrimetal. We hebben dat dan op punt gezet. Ook de loonschaal van de jongeren die toen in voege was, hebben we aangepakt. Dat begon vanaf 16 jaar en iedere zes maand kregen ze 5% bij tot ze 21 jaar waren. Ik heb dan zolang gediscussieerd tot ik verkreeg dat ze vanaf 18 jaar hun volle loon kregen, want iemand van 16 deed tenslotte hetzelfde werk als iemand van 21. Daarna heb ik dan van mijn baas te horen gekregen dat hij van Fabrimetal tegen zijn voeten had gekregen, omdat hij dat toegestaan had. Dat was immers een unicum en ze hadden schrik dat dit zou overslaan naar andere ondernemingen.


Als het over lonen ging, werd er veel en lang gediscussieerd. Dan was het hard tegen hard. Maar de baas is altijd eerlijk en oprecht geweest. Als hij op pensioen ging en ik hem dat zei, vond hij dat dit het mooiste compliment was dat hij van mij kon krijgen.
Hoewel ik maar tot 13 jaar en half naar school ben geweest, heeft een gebeurtenis uit mijn leven me altijd geholpen bij het rekenen en schrijven. Twee dingen die je als delegee niet kon missen. Toen mijn ouders huwden, huurden ze kamers bij een alleenstaande vrouw die een handicap had. Ze had ook een winkel. Nadien zijn mijn ouders verhuisd, mar als kleine jongen was ik daar vaker dan thuis. Ik herinner me toen nog de oorlog tussen Finland en Rusland en de krant vol stond met moeilijke woorden. Zij leerde mij altijd die woorden en als ze bestelde in haar winkel, stond ik naast haar aan de toonbank en moest ik altijd meerekenen. We vergeleken dan de uitkomsten en zodoende leerde ik snel rekenen en ook hoofdrekenen. Later heeft dit me altijd geholpen met het onderhandelen over lonen en het maken van verslagen op de ondernemingsraad. Ook omdat de spellingsregels veranderden, toen ik van school ging. Die overgang was niet gemakkelijk, maar door het vele lezen was ik mee. Toch liet ik mijn eerste verslagen eerst nalezen door de secretaris alvorens ze naar de directie gingen.


Wij waren de eerste onderneming in Brugge die een premie kreeg voor het eindejaar van de baas. Deze premie was een vrijwillige gift van diens zijde en hing af van het soort werk dat je deed en de anciënniteit die je had. In '65 hebben wij een voorstel uitgewerkt en op papier gezet en omdat ik ziek was, heeft de syndicale delegatie, directie plus delegees, bij mij thuis plaatsgehad en in de woonkamer is het akkoord dan afgesloten. De moeilijkheid was altijd het verschil tussen mannen en vrouwen proberen weg te werken. Ook de ongelijkheid speelde ons parten. Op een bepaald moment waren er vier vrouwen zwanger en we hebben er toen niets aan kunnen doen dat ze ontslagen werden. Niet openlijk wegens zwangerschap, maar door de seizoensgebonden arbeid stonden ze op de eerste plaats om ontslagen te worden bij vermindering van werk.


Het Belgisch bedrijf Sobemi en het Hollands bedrijf Thomassen en Dryver waren aandeelhouder in ons bedrijf. In de jaren '76-'77 kwam ons bedrijf in moeilijkheden en na onderhandelingen met de GIMV en Thomassen moesten we inleveren. We wilden niet dat ze aan ons loon kwamen en uiteindelijk werd de eindejaarspremie teruggeschroefd. Maar door mijn opleiding in Melreux kwam ik erachter dat het financieel rapport niet klopte. De inlevering van de directie klopte niet en na nazicht werd hun bijdrage verdubbeld. We zijn er uiteindelijk weer een beetje bovenop gekomen en de mensen die afgedankt waren en degenen aan het werk waren kregen de achterstallige eindejaarspremie door ons toedoen uitbetaald.
Qua onrust viel het in onze fabriek nogal mee. We kregen veel zo geregeld. Vooral de Brugeoise (Bombardier) kende een zware 13 weken durende staking voor de eindejaarspremie. Nationaal en provinciaal waren er natuurlijk de betogingen tegen de Eenheidswet. We zijn ook wel eens door een cordon van de toenmalige Rijkswacht gebroken. Ik had een leren vest aan. Daar was weinig pak aan hé. Ook de solidariteit was groot. Meer dan 80 % van de mensen waren gesyndiceerd. Informatie ging onmiddellijk de fabriek in en door je verantwoordelijkheid te nemen als afgevaardigde werd je werk geapprecieerd. Het feit dat jongeren vroeger anders tegen vakbonden aankeken, komt misschien omdat ze meer beïnvloedbaar waren omdat ze noodgedwongen vroeger moesten gaan werken. Met 14 jaar stond je al in een fabriek. Je had een veel grotere verantwoordelijkheid en minder vrijheid dan nu. Nu is de jeugd 18-19 jaar, studeert verder en heeft zijn of haar idee over de maatschappij al gevormd. Wie denkt er nu nog aan dat je vroeger 48 uur moest werken, dat vrouwen sowieso minder mochten verdienen, dat er zaterdag gewerkt diende te worden?

 

ElioFrançois Hernou is geboren op 8 december 1931 en hij is met brugpensioen sinds 8 december 1988.
Ondertussen is François na bijna 40 jaar hoofddelegee te zijn geweest en 66 jaar lid van het ABVV, gepensioneerd maar nog steeds actief bij tal van verenigingen. Hij was bestuurslid van de metaalvakbond in West-Vlaanderen sinds 1961 tot op heden, maar nu voor de gepensioneerden. Zo werkte hij mee aan de herdenking 100 jaar Metaalbond Brugge, helpt hij ieder jaar de stad Brugge bij de verwezenlijking van een informatie- en dienstverleningsbrochure voor ouderen, is hij lid van de Seniorencommissie ABVV-Metaal, hoort hij bij de vriendenkring van de school, de seniorenraad, sp.a Brugge en talloze andere werkgroepen en organisaties. Hij heeft een wezenlijk archief aangelegd over het reilen en zeilen bij ABVV-Metaal in de loop der jaren. De openhartigheid en het enthousiasme waarmee François over zijn vakbondsleven vertelt, spreekt boekdelen. Op de vraag wat hij het ergste moment vond in zijn syndicaal leven antwoordde hij: dat ene jaar dat ik wegens ziekte de 1-meistoet moest missen. "Ik heb toen mijn herte opgefret miljaar miljaar."

 

Interview door Peter Hulsmans - januari 2015

 

Nog enkele foto's:

blik CMBBrugge1947 fabriek

IMG 5534 Stichterfabriek Personeel1911