STA MEE OP TEGEN CORONA

Sta mee op tegen corona! Verspreid solidariteit, geen virus. 

 

Nu regeringen in heel Europa buitengewone maatregelen nemen om de verspreiding van het coronavirus te vertragen en de gezondheid van de bevolking en de economie te beschermen, luidt IndustriAll Europe de alarmbel over pogingen om de economie te beschermen ten koste van de rechten van de werknemers en juicht het de landen toe die kiezen voor consensuele oplossingen en sociale dialoog.

IndustriAll Europe waarschuwt voor een herhaling van de fouten van de wereldwijde financiële crisis 2008-09, toen de politici de roep van de werkgevers om meer flexibiliteit steunden en vervolgens de rechten van de werknemers ondermijnden. De schadelijke gevolgen van de ontmanteling van de systemen voor collectieve onderhandelingen als reactie op de crisis van 2008-09, vooral in de landen die het zwaarst door de crisis zijn getroffen, zijn goed gedocumenteerd. De toenemende flexibiliteit kwam vooral ten goede aan het grootbedrijf en de winsten die werknemers hielpen genereren, kwamen in de zakken van de aandeelhouders terecht.

Enkel oor voor de werkgevers

IndustriAll Europe is zeer verontrust over bepaalde overheidsmaatregelen als reactie op de COVID-19-crisis. Sommige regeringen blijken immers heel goed te kunnen luisteren naar de werkgevers, en niet naar de werknemers en hun vakbonden.

In Hongarije is de democratie vervangen door een regering per decreet die de toch al zwakke werknemersrechten verder verzwakt. Zo kunnen werkgevers in individueel akkoord afwijken van het arbeidswetboek, kennen ze de werkuren eenzijdig wijzigen, arbeidsovereenkomsten beëindigen zonder opzegtermijn en lonen verlagen tot onder het minimumloon. Bovendien zijn er geen garanties dat deze maatregelen na de pandemie worden ingetrokken, aangezien er geen einddatum voor de maatregelen is vastgesteld.

Hongarije is bovendien niet het enige land waar de huidige noodsituatie wordt gebruikt om de rechten van werknemers te ondermijnen. In Polen wilde de premier de bevoegdheid krijgen om de leden van de Raad voor de sociale dialoog te kunnen ontslaan. Gelukkig heeft het Poolse parlement deze beperking van de sociale dialoog verworpen. In Kroatië probeerde de regering de mogelijkheid in te voeren om eenzijdig collectieve arbeidsovereenkomsten of delen daarvan op te zeggen. De Kroatische vakbeweging slaagde erin deze veranderingen te voorkomen.

Aanvallen op de sociale dialoog, de vakbonden en pogingen om de rechten van werknemers te ondermijnen, kunnen ook in West-Europese landen worden waargenomen. De Franse regering besliste ook bij decreet dat werkgevers kunnen afwijken van de arbeidswetgeving en de collectieve arbeidsovereenkomsten. Ze mogen zelf beslissen wanneer betaalde vakantie- en rustdagen kunnen worden opgenomen en in sommige sectoren kunnen zij de arbeidstijd verhogen tot 60 uur per week en op zondag laten werken.

Het goede voorbeeld

Evenwel zijn er ook landen waar via sociaal overleg aanvaardbare oplossingen worden gevonden voor zowel de werknemers als de werkgevers. In Oostenrijk, Denemarken, Finland, Duitsland, Italië en Zweden hebben de sociale partners tripartiete en bipartiete overeenkomsten gesloten over arbeidstijdverkorting, buitengewone uitkeringen voor ziekteverlof en ouderschapsverlof, buitengewone technische werkloosheid en andere maatregelen om ervoor te zorgen dat werknemers en werkgevers de nodige steun krijgen om de crisis te boven te komen.

En ons land?

In België loopt het nog niet zo’n vaart als in Hongarije. Toch zijn er al duidelijke parallellen te trekken met Frankrijk. Ook hier dreigen de arbeidstijden het slachtoffer te worden van het coronacrisis. Zo heeft de FOD Waso erkend dat het coronavirus en de opgelegde regels een overmachtssituatie kunnen uitmaken in de zin van art. 26, 1° van de arbeidswet van 16 maart 1971 (“voorgekomen of dreigend ongeval”) waardoor afgeweken kan worden van de normale regels voor de arbeidsduur. Door sociale secretariaten wordt het coronavirus ondertussen beschouwd als een vrijgeleide om werknemers talrijke overuren te laten presteren, op zondag en ’s nachts te laten werken en om de arbeidsorganisatie aan te passen. 

Daarnaast komt de regering via volmachtenbesluiten ook effectief tussen in de arbeidswetgeving. Zo werd in het paasweekend beslist om het aantal vrijwillige overuren te verhogen en de mogelijkheden voor werkgevers om werknemers ter beschikking te stellen, studenten tewerk te stellen en kortlopende tijdelijke contracten te gebruiken, uit te breiden. Hoewel deze maatregelen vooral zijn gericht op werknemers in ‘kritische’ sectoren, betreffen ze ondertussen vele werknemers, ook in de metaalsectoren. Het ministerieel besluit dat de sectoren oplijst, werd op vraag van de werkgevers de voorbije weken immers stelselmatig uitgebreid.

De werknemers die werken in deze sectoren, mogen ook tewerk worden gesteld als er geen telewerk beschikbaar is of de ‘social distancing’ niet kan worden toegepast. Meer dan ooit zullen vakbonden er dus moeten over waken dat het sociaal overleg wordt gerespecteerd en dat de economie geen voorrang krijgt op de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van de werknemers.

Coronacrisis mag niet worden gebruikt om werknemersrechten te ondermijnen

Nu regeringen in heel Europa buitengewone maatregelen nemen om de verspreiding van het coronavirus te vertragen en de gezondheid van de bevolking en de economie te beschermen, luidt IndustriAll Europe de alarmbel over pogingen om de economie te beschermen ten koste van de rechten van de werknemers en juicht het de landen toe die kiezen voor consensuele oplossingen en sociale dialoog.

IndustriAll Europe waarschuwt voor een herhaling van de fouten van de wereldwijde financiële crisis 2008-09, toen de politici de roep van de werkgevers om meer flexibiliteit steunden en vervolgens de rechten van de werknemers ondermijnden. De schadelijke gevolgen van de ontmanteling van de systemen voor collectieve onderhandelingen als reactie op de crisis van 2008-09, vooral in de landen die het zwaarst door de crisis zijn getroffen, zijn goed gedocumenteerd. De toenemende flexibiliteit kwam vooral ten goede aan het grootbedrijf en de winsten die werknemers hielpen genereren, kwamen in de zakken van de aandeelhouders terecht.

Enkel oor voor de werkgevers

IndustriAll Europe is zeer verontrust over bepaalde overheidsmaatregelen als reactie op de COVID-19-crisis. Sommige regeringen blijken immers heel goed te kunnen luisteren naar de werkgevers, en niet naar de werknemers en hun vakbonden.

In Hongarije is de democratie vervangen door een regering per decreet die de toch al zwakke werknemersrechten verder verzwakt. Zo kunnen werkgevers in individueel akkoord afwijken van het arbeidswetboek, kennen ze de werkuren eenzijdig wijzigen, arbeidsovereenkomsten beëindigen zonder opzegtermijn en lonen verlagen tot onder het minimumloon. Bovendien zijn er geen garanties dat deze maatregelen na de pandemie worden ingetrokken, aangezien er geen einddatum voor de maatregelen is vastgesteld.

Hongarije is bovendien niet het enige land waar de huidige noodsituatie wordt gebruikt om de rechten van werknemers te ondermijnen. In Polen wilde de premier de bevoegdheid krijgen om de leden van de Raad voor de sociale dialoog te kunnen ontslaan. Gelukkig heeft het Poolse parlement deze beperking van de sociale dialoog verworpen. In Kroatië probeerde de regering de mogelijkheid in te voeren om eenzijdig collectieve arbeidsovereenkomsten of delen daarvan op te zeggen. De Kroatische vakbeweging slaagde erin deze veranderingen te voorkomen.

Aanvallen op de sociale dialoog, de vakbonden en pogingen om de rechten van werknemers te ondermijnen, kunnen ook in West-Europese landen worden waargenomen. De Franse regering besliste ook bij decreet dat werkgevers kunnen afwijken van de arbeidswetgeving en de collectieve arbeidsovereenkomsten. Ze mogen zelf beslissen wanneer betaalde vakantie- en rustdagen kunnen worden opgenomen en in sommige sectoren kunnen zij de arbeidstijd verhogen tot 60 uur per week en op zondag laten werken.

Het goede voorbeeld

Evenwel zijn er ook landen waar via sociaal overleg aanvaardbare oplossingen worden gevonden voor zowel de werknemers als de werkgevers. In Oostenrijk, Denemarken, Finland, Duitsland, Italië en Zweden hebben de sociale partners tripartiete en bipartiete overeenkomsten gesloten over arbeidstijdverkorting, buitengewone uitkeringen voor ziekteverlof en ouderschapsverlof, buitengewone technische werkloosheid en andere maatregelen om ervoor te zorgen dat werknemers en werkgevers de nodige steun krijgen om de crisis te boven te komen.

En ons land?

In België loopt het nog niet zo’n vaart als in Hongarije. Toch zijn er al duidelijke parallellen te trekken met Frankrijk. Ook hier drijven de arbeidstijden het slachtoffer te worden van het coronacrisis. Zo heeft de FOD Waso erkend dat het coronavirus en de opgelegde regels een overmachtssituatie kunnen uitmaken in de zin van art. 26, 1° van de arbeidswet van 16 maart 1971 (“voorgekomen of dreigend ongeval”) waardoor afgeweken kan worden van de normale regels voor de arbeidsduur. Door sociale secretariaten wordt het coronavirus ondertussen beschouwd als een vrijgeleide om werknemers talrijke overuren te laten presteren, op zondag en ’s nachts te laten werken en om de arbeidsorganisatie aan te passen. (zie: https://www.acerta.be/nl/blog/werkgevers/aangepaste-arbeidstijden-mogelijk-tijdens-coronacrisis?utm_source=hrsquare&utm_medium=newsletter&utm_campaign=coronavirus).

Daarnaast komt de regering via volmachtenbesluiten ook effectief tussen in de arbeidswetgeving. Zo werd in het paasweekend beslist om het aantal vrijwillige overuren te verhogen en de mogelijkheden voor werkgevers om werknemers ter beschikking te stellen, studenten tewerk te stellen en kortlopende tijdelijke contracten te gebruiken, uit te breiden (zie: https://www.premier.be/nl/extra-socio-economische-en-gezondheidsmaatregelen-de-strijd-tegen-covid-19). Hoewel deze maatregelen vooral zijn gericht op werknemers in ‘kritische’ sectoren, betreffen ze ondertussen vele werknemers, ook in de metaalsectoren. Het ministerieel besluit dat de sectoren oplijst, werd op vraag van de werkgevers de voorbije weken immers stelselmatig uitgebreid.

De werknemers die werken in deze sectoren, mogen ook tewerk worden gesteld als er geen telewerk beschikbaar is of de ‘social distancing’ niet kan worden toegepast. Meer dan ooit zullen vakbonden er dus moeten over waken dat het sociaal overleg wordt gerespecteerd en dat de economie geen voorrang krijgt op de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van de werknemers.