Rohnny

 

 

Kameraden,

Voor de tweede keer op rij vieren we onze eerste mei vanop afstand.
Omdat we na meer dan één jaar nog altijd aan het strijden zijn tegen die onzichtbare, bijna ongrijpbare tegenstander die onze gezondheid bedreigt en ons leven in de greep houdt.
Hoe we konden leven en werken werd bepaald door R-waarden en andere curves. Onze samenleving en onze economie zitten al meer dan een jaar in een lockdown.

En dat laat zich voelen. Bij ons allemaal.
En toch kennen we, ook al meer dan een jaar, de oplossing: de vaccinaties die eindelijk op gang komen en solidariteit. Want alleen samen verslaan we dat virus.
Dat is de les die we geleerd hebben het afgelopen jaar. En dat is al meer dan honderd jaar de boodschap van 1 mei, onze boodschap, ons DNA.

Maar, kameraden, we zijn ook al een aantal maanden aan het strijden tegen een andere, zichtbare, tegenstander. De werkgevers die ons allemaal in een loon-lockdown willen houden. In een economische houdgreep. Want gezien corona is er, zogezegd, niets mogelijk. En dus slepen de interprofessionele onderhandelingen aan en aan. De werknemers die de economie, die de samenleving draaiende hebben gehouden, zouden het nu moeten stellen met de broodkruimels van 0,4 procent loonmarge die van tafel zijn gevallen.
Let op, we weten ook dat vele sectoren en bedrijven het moeilijk hebben gehad. Dat er daar weinig tot niets te rapen valt. We vragen niet het onmogelijke. Maar als de beursgenoteerde bedrijven vorig jaar 19 procent meer dividenden hebben uitgekeerd, dan is het ook duidelijk dat men niet overal slecht geboerd heeft.

Dus ja we willen boter bij de vis. We willen, daar waar het mogelijk is, onderhandelen, over meer koopkracht. En daarom moet de loonnorm, op de één of andere manier, indicatief zijn.
En ja, we willen dat de minimumlonen voor veel van de beroepen waar we met zijn allen voor geapplaudisseerd hebben, nu ook omhoog gaan.
We willen voor onze werknemers degelijke eindeloopbaanregelingen met SWT en landingsbanen.

En ook in deze strijd is er maar één antwoord: solidariteit. Daarom willen we een degelijk inhoudsvol interprofessioneel akkoord. We willen, hoe moeilijk dat ook is, dat we er met zijn allen op vooruit gaan. Maar om dezelfde reden moet het ook zonneklaar zijn. Na het interprofessionele, komen de sectoren aan de beurt én dan de bedrijven. Omdat solidariteit belangrijk is, omdat we op geen enkel niveau iemand willen achterlaten, omdat corona niet het breekijzer kan zijn om de natte droom van het VBO, N-VA en Open VLD waar te maken – bedrijfssyndicalisme als er dan toch vakbonden moeten zijn – moe het sectoraal overleg gegarandeerd blijven.

En kameraden, we weten ook al te goed dat het de loonwet van ‘96 is, en de extra manipulaties van die wet die Kris Peeters in 2017 in de luwte van de zomer doorvoerde, die ons telkens weer de das omdoen. Daarom zullen we er blijven voor gaan om die loonwet terug op tafel te krijgen.
Om het recht op vrije onderhandelingen op te eisen.

En men moet niet afkomen met het smoesje dat die wet ook onze index garandeert. De index bestond allang voor 1996 en zorgt er gewoon voor dat het verlies aan koopkracht met terugwerkende kracht gedeeltelijk gecompenseerd wordt. Dat is niet meer dan normaal. Zeker in een land waar een CEO blijkbaar 130 keer meer kan verdienen dan zijn werknemers.

Die onrechtvaardigheid en de solidariteit en de strijd daartegen dat is 1 mei. Strijd, want hoe feestelijk 1 mei ook is, we hebben zelden iets cadeau gekregen. Vandaag niet en honderd jaar geleden ook niet.
Honderd jaar geleden werd in ons land de achturige werkdag ingevoerd. Een idee dat de socialistische beweging twintig jaar daarvoor gelanceerd had op 1 mei. Verketterd werden we, hoe durfden we, wereldvreemd, de achturige werkdag zou onze economie ten gronde richten.

Onze geschiedenis is er eentje van onrealiseerbare dingen tot we ze gerealiseerd hebben: van de sociale zekerheid tot het enkelvoudig stemrecht, van de afschaffing van kinderarbeid tot de achturendag en verder.

De strijd om tijd, individueel en collectief, is en blijft een belangrijke strijd voor de arbeidersbeweging. Het gaat over arbeid – privé, over landingsbanen en menselijke eindeloopbanen, over tijdskrediet en ouderschapsverlof. Het is een strijd van solidariteit.

1 mei is de dag van de solidariteit. Daarom is het onze feestdag, onze strijddag. De dag van de socialisten, de kameraden uit de brede socialistische beweging waarmee we samen in de stoet stappen. En aan die kameraden wil ik ook iets zeggen. We zijn zeer tevreden dat er opnieuw socialisten in de regering zitten. En we moeten allemaal compromissen sluiten, dat begrijpen we. Maar we willen wel het verschil zien. Het moet wel vooruitgaan. Ik heb geen vrienden nodig om onze verworvenheden in vraag te stellen, daar hebben we al vijanden genoeg voor.

Maar 1 mei is bovenal de dag waarop we elkaar ontmoeten, oude en nieuwe militanten. Tussen pot en pint wat bijpraten. En dat gaat in een grotere bubbel al een klein beetje beter. En genieten van de eendracht en het gevoel van samenhorigheid. Voor dat laatste is het nog even wachten tot na corona.

Tot slot is 1 mei toch ook de dag dat je toont dat je trots bent om socialist te zijn. En socialisme is altijd in beweging, stilstaand water is dood. Maar we verbergen het niet, nooit! Een rood hart, een rode vuist, een rode roos. We hebben een wereld te winnen, maar het is aan ons om te bepalen hoe die wereld er zal uitzien: hoe sociaal, hoe gelijk, hoe duurzaam, hoe rechtvaardig. Het is nooit anders geweest.

1 mei, dag van de solidariteit, 1 mei dag van de solidari-strijd.
1 Mei - 1 Wij
Samen Sterk

Leve het ABVV!

 

Rohnny Champagne

Voorzitter ABVV-Metaal