Omdat de coronacrisis blijft voortduren, besliste het kernkabinet op 12 februari ook de duur van de sociale maatregelen die dienen om de impact van de coronacrisis te beperken, te verlengen. Daarnaast werden een aantal nieuwe maatregelen genomen op 24 maart. De maatregelen gelden tot 30 juni 2021.

Daardoor zijn momenteel de volgende maatregelen van toepassing: 


- de toegang tot de tijdelijke werkloosheid wegens overmacht voor alle sectoren;

- de verlaging van de bedrijfsvoorheffing voor tijdelijke werkloosheid;

- de toegang tot de tijdelijke werkloosheid wegens quarantaine kind, sluiting school of annulatie paaskamp;

- de verhoging van de uitkering bij arbeidsongeschiktheid tot op het niveau van de uitkering tijdelijke werkloosheid;

- de bevriezing van de degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen en de neutralisering van de periode van inschakelingsuitkeringen;

- de verhoging van het aantal vrijwillige overuren tot 220 uren in de zorgsector, de cruciale sectoren en de essentiële diensten, te gebruiken in het 1ste en het 2de kwartaal van 2021;

- het niet meetellen van studentenarbeid in de zorg of in het onderwijs voor het jaarlijkse maximum van 475 uren studentenarbeid per student;

- het makkelijker maken van een tijdelijk gedetacheerd van werknemers naar een andere werkgever in de zorgsector of in het onderwijs;

- de mogelijkheid voor tijdelijk werklozen om met behoud van 75% van hun uitkering te werken in de land- en tuinbouw, in de zorgsector en in het onderwijs;

- de mogelijkheid voor tijdelijk werklozen om opeenvolgende contracten van bepaalde duur van minstens 7 dagen te sluiten bij een andere werkgever, in de zorg en in het onderwijs;

- de mogelijkheid voor werknemers in tijdskrediet of met loopbaanonderbreking om tijdelijk aan de slag te gaan in de zorgsector en daarna hun krediet of onderbreking verder te zetten;

- de verhoging van de plafonds voor cumul van het leefloon met inkomsten uit seizoensarbeid en voor inkomsten uit arbeid van studenten met een studiebeurs;

- de verlenging van het COVID-19-schadeloosstellingsfonds voor vrijwilligers en de toelating voor commerciële ziekenhuizen om vrijwilligers in te zetten;

- de toekenning van een premie van maximaal 780 euro bruto aan werknemers met een laag loon, die langdurig tijdelijk werkloos zijn geweest (meer dan 52 dagen sinds de start van de coronacrisis), en die tewerkgesteld zijn in een sector die op 1 maart 2021 nog steeds verplicht gesloten is;

- de uitbreiding van de eindejaarspremie die werd toegekend aan langdurig tijdelijk werklozen, naar havenarbeiders en zeevissers;

- een tijdelijke verhoging van het fiscaal vrijgestelde bedrag van de thuiswerkvergoeding voor het 2de kwartaal van 2021;

- het behoud van de maatregelen inzake cumul pensioen en tijdelijke werkloosheid;

- het behoud van de opbouw van de 2de pijler bij tijdelijke werkloosheid, tenzij daar door de inrichter van wordt afgeweken;

- de verhoging van de drempels voor loonsbeslag en loonoverdracht.