De wet van 23 oktober 2020 voerde vanaf 1 oktober 2020 een recht op tijdelijke werkloosheid overmacht corona in voor werknemers die als gevolg van de coronamaatregelen hun kinderen zelf moesten opvangen.  Oorspronkelijk konden de werknemers alleen gebruiken maken van de tijdelijke werkloosheid wanneer het kinderdagverblijf, de school of het centrum voor opvang van gehandicapte personen werd gesloten. De wet van 20 december 2020 heeft de regeling uitgebreid naar andere coronagerelateerde situaties waarin een werknemer zijn kinderen moet opvangen en daardoor zijn arbeidsovereenkomst niet verder kan uitvoeren.

Zo zal de werknemer ook tijdelijke werkloosheid kunnen opnemen wanneer het minderjarig kind verplicht afstandsonderwijs moet volgen of in quarantaine of in isolatie moet, evenals wanneer een gehandicapt kind niet naar een centrum voor opvang van personen met een handicap kan gaan of niet langer kan genieten van de intramurale of extramurale dienstverlening of behandeling georganiseerd of erkend door de Gemeenschappen.

Het recht op tijdelijke werkloosheid blijft bestaan zolang het kind niet terug kan gaan naar het kinderdagverblijf, de school of het centrum voor opvang van gehandicapte personen. Bij samenwonende ouders kan slechts een ouder gebruik maken van het recht.

Om recht te hebben op tijdelijke werkloosheid moet de werknemer zijn werkgever onmiddellijk op de hoogte brengen en hem onverwijld een attest van het kinderdagverblijf, de school of het centrum voor opvang van gehandicapte personen bezorgen. Tijdens de periode van tijdelijke werkloosheid ontvangt de werknemer tijdelijke werkloosheidsuitkeringen ten laste van de RVA en de toeslag van 5,63 euro per werkloosheidsdag.

De nieuwe regeling geldt vanaf 1 oktober 2020 tot 31 maart 2021. Een koninklijk besluit kan de duur ervan wel nog verlengen.