Op 18 juni keurde de Kamer een wetsvoorstel van sp.a-volksvertegenwoordiger Jan Bertels goed dat de uitkeringen voor wie tijdens de coronacrisis arbeidsongeschikt wordt, op het niveau van de uitkeringen voor tijdelijke werkloosheid brengt. In maart werden de uitkeringen voor tijdelijke werkloosheid wegens corona door de regering verhoogd van 65 tot 70 procent van het brutoloon, geplafonneerd op 2.754,76 euro, maar dat gebeurde niet voor de werknemers die door corona arbeidsongeschikt werden. Dat leidde tot de oneerlijke situatie dat een werknemer die maximaal 3.458 euro bruto verdient, een hogere uitkering krijgt bij tijdelijke werkloosheid wegens corona dan bij ziekte.

Het ABVV nam het initiatief om het onderscheid aan te kaarten bij de andere vakbonden en werkgeversorganisaties, wat leidde tot een akkoord binnen de Groep van 10. De nieuwe wet geeft uitvoering aan het akkoord van de Groep van 10 en verhoogt ook de ziekte-uitkeringen tot 70 procent van het geplafonneerde brutoloon.

De verhoging geldt voor iedereen die ziek wordt, en dus niet alleen wie ziek is door corona of ziek werd tijdens een periode van tijdelijke werkloosheid wegens corona. De maatregel zal met terugwerkende kracht worden toegepast vanaf 1 maart 2020 en blijft van kracht zolang het stelsel tijdelijke werkloosheid wegens corona blijft bestaan.