Opstart maakindustrie. Op maandag 4 mei is fase 1A van het corona-exit-plan in werking getreden. Voor de (niet-essentiële) maakindustrie – waaronder zo goed als alle metaalbedrijven – impliceert dit dat er terug kan opgestart worden, ook als de social distance niet kan gegarandeerd worden. Zo startten begin deze week autobouwer Volvo Cars (meteen aan volle kracht) en busbouwer Van Hool (met één derde van de arbeiders) terug op.

Opstart aanverwante sectoren. Door de grote variatie aan deelactiviteiten en het gegoochel met de termen ‘dringend/essentieel’ en zelfs ‘veiligheid’ is een aanzienlijk deel van de sectoren garages, koetswerk, metaalhandel, metaalrecuperatie en elektriciens de voorbije weken gewoon aan de slag gebleven. De activiteiten die werden stopgezet, zijn op 4 mei terug opgestart in een B2B-context (bedrijf tot bedrijf) en zullen vanaf 11 mei gradueel opstarten in een B2C-context (bedrijf tot consument). Telkens moeten uiteraard wel de algemene en sectorale veiligheidsvoorschriften nageleefd worden.

Uitdagingen. In veel van onze metaalbedrijven werd de voorbije weken dus gewoon gewerkt, zij het in een sterk verminderde personeelsbezetting (en dus met een lagere productie). Dat is vandaag nog steeds het geval. Het zal nog een hele tijd duren vooraleer onze bedrijven terug op volle capaciteit draaien. Enerzijds zijn er de zeer belangrijke veiligheidsvoorschriften, anderzijds zijn er ook – steeds duidelijker – de economische problemen (afgenomen vraag, leveringsproblemen, slechte financiële gezondheid, …), niet in het minst bij de KMO’s.

Prioriteiten. Voor ABVV-Metaal zijn er de komende weken en maanden twee prioriteiten. De koopkracht van de getroffen werknemers moet hersteld worden (velen onder hen zijn al een hele tijd tijdelijk werkloos). Een economische relance is daarvoor essentieel. Maar die relance moet wel veilig en verantwoord zijn. Alleen door goede afspraken en constructief sociaal overleg komen we er uit.

Berichten van het front. Ons 6e deel uit de reeks ‘berichten van het front’ illustreert zeer duidelijk deze twee prioriteiten: enerzijds zijn er de financiële en economische problemen, anderzijds is er de bezorgdheid voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers. Het komt erop aan om die twee uitdagingen zo snel en zo goed mogelijk met elkaar te verzoenen. Wat eveneens duidelijk wordt geïllustreerd, is het cruciale belang van sociaal overleg. Via dat overleg hebben onze delegees/secretarissen al zeer belangrijk en zinvol werk verricht.