Rooskleurige cijfers. Werkgeversorganisatie Agoria publiceerde recent enkele mooie cijfers over de toestand van de technologische industrie in België. Tussen 2015 en 2019 kende de technologische industrie – waaronder de sector van de metaal- en machinebouw – een groei van 11,5 %. Tegelijkertijd steeg de productiviteit met 6,4 % en de tewerkstelling met 5,1%. De omzet klom tot een recordhoogte van 129 miljard euro.

Innovatie werkt. Agoria trekt daaruit twee conclusies. De eerste is dat de digitale transformatie haar vruchten afwerpt. Investeringen in digitalisering hebben gezorgd voor robuuste en competitieve ondernemingen. Door in te zetten op innovatie, worden hier niet langer maakbedrijven gesloten wanneer het economisch slechter gaat. In dit besluit kunnen we ons vinden, temeer daar ook wordt aangetoond dat digitalisering en tewerkstelling hand in hand kunnen gaan.

Taxshift werkt niet. De tweede conclusie ligt moeilijker. Agoria stelt dat nog verder moet ingezet worden op een verlaging van de loonlasten, want dat heeft volgens haar bijgedragen tot de sterke prestaties. Maar klopt dat wel? Volgens econoom Paul De Grauwe alvast niet: “Bedrijven hebben de daling van de loonkosten niet gebruikt om hun prijzen te verlagen. Ze hebben dat aangewend om hun winstmarges te verhogen.” Dat heeft zelfs gezorgd voor minder goede resultaten dan kon verwacht worden in tijden van gunstige economische conjunctuur (én voor een enorm gat in de begroting).