Hier zijn we dan. Na weken van – soms moeilijke en trage – onderhandelingen werden in al onze metaalsectoren (op één na) ontwerpkakkoorden afgesloten. Binnen de strenge context van het IPA, zijn we ervan overtuigd dat we maximale resultaten hebben behaald. Zeker rond de thema’s die voor ons prioritair waren: koopkracht en werkbaar werk. Hieronder een gebundeld overzicht.

Metaal- en machinebouw. In onze grootse sector (PC 111.1 en 2) werd op 24 mei een protocolakkoord afgesloten tussen de metaalvakbonden en Agoria. De loonmarge van 1,1% werd maximaal ingevuld en de mogelijkheden inzake SWT, tijdskrediet en landingsbanen werden optimaal benut. Belangrijk: er werd een groeipad afgesproken om de minimumlonen te verhogen tot 14€ per uur. Dat laatste mogen we gerust omschrijven als een mijlpaal. Het ontwerpakkoord in de kleinere sector van de monteerders (PC 111.3) is in grote lijnen (maar niet helemaal) vergelijkbaar.

Auto- en aanverwante sectoren. In de garagesector (PC 112), carrosserie (149.02) en metaalhandel (149.04) werden zeer creatieve akkoorden gesloten. Ook hier werd de loonmarge ten volle benut. Daarnaast komt er in al deze sectoren een tussenkomst van het Fonds bij kinderopvang en bij loopbaanbegeleiding (die laatste bestond al in de metaalhandel). Het loopbaanverlof en/of anciënniteitsverlof werden uitgebreid en het recht op klein verlet versterkt. De werkgeversorganisaties vroegen in ruil daarvoor zeer veel flexibiliteit, maar we hebben een gezond evenwicht tussen werk en privé kunnen garanderen.

Non-ferro. In deze branche (PC 105) – met Umicore en Aurubis als bekendste exponenten – werd de koopkracht versterkt. Niet alleen via een loonsverhoging maar ook met een sectorspecifiek bonussysteem. Inzake het recht op vorming, loopbaanverlof en aanvullende vergoedingen van het Fonds werden ook verbeteringen overeengekomen.

Staal. Hier verloopt het overleg traditiegetrouw vooral in de bedrijven (ArcelorMittal en Aperam). Op nationaal vlak (PC 104) wordt enkel een algemeen kader aangereikt. Dit kader focuste vooral op SWT en landingsbanen, veiligheid en werkbaar werk. Onze delegees werken dit nu verder uit in hun ondernemingen.

Metaalrecuperatie en edele metalen. Deze nemen we samen. Niet omdat ze veel met elkaar gemeen hebben, maar wel omdat het onze twee kleinste sectoren zijn. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat ze minder belangrijk zijn. Getuige daarvan zijn de afspraken die we in de edele metalen (149.03) en de metaalrecuperatie (142.01) hebben kunnen maken: versterking van de koopkracht, verlengen SWT en landingsbanen, hogere vergoedingen vanuit het FBZ, enzovoort.  

Elektriciens. De elektro-technische sector (149.01) is de enige sector waar we nog geen akkoord hebben kunnen sluiten. Deze bedrijfstak kent enkele specifieke uitdagingen, onder meer inzake werkbaar werk, opleiding en mobiliteit. En het is vooral op vlak van de mobiliteitsregelingen dat nog belangrijke knopen moeten worden doorgehakt. Op 20 juni staat een nieuwe onderhandelingsronde gepland. Hopelijk komen we dan tot een akkoord.

Tot slot. Met nog één sector te gaan, kunnen we alvast het volgende concluderen: ondanks de lage loonnorm – waartegen we ons altijd verzet hebben – zijn we er toch in geslaagd om akkoorden met inhoud af te sluiten. Onder meer (maar niet uitsluitend) door gebruik te maken van de Fondsen voor Bestaanszekerheid, waar in heel wat sectoren bijvoorbeeld een tussenkomst voor (erkende) kinderopvang komt. Inzake eindeloopbaan hebben we het maximaal haalbare uit de kast gehaald: de SWT-stelsels en de landingsbanen werden overal verlengd. In de domeinen vorming/opleiding en werkbaar werk, werden opnieuw stappen vooruit gezet. Een tweede besluit: het belang van sociaal (sectoraal) overleg werd weerom zeer duidelijk geïllustreerd. Onderhandelingen zijn altijd geven en nemen, maar – met respect voor ieders bekommernissen – kunnen vakbonden en werkgevers samen vorm geven aan sterke, werkbare en innovatieve metaalsectoren.