Op 2 december betoogden 75.000 Belgen voor een krachtig en rechtvaardig klimaatbeleid. Het was de grootste klimaatmars ooit. Een van de aanwezigen was Marie Marghem, federaal minister van Energie en Milieu. De dag daarop vloog de MR-minister doodleuk in een privéjet naar de klimaatconferentie in Polen. En nog een dag later stemde ze namens België tegen een Europese richtlijn rond energiebesparing. Behoorlijk cynisch, als u het ons vraagt.

Waarom stemde België tegen?

De Europese doelstellingen inzake energiebesparing kunnen niet op een kostenefficiënte manier gerealiseerd worden, aldus onze regering. Maar volgens anderen zijn onze politici gewoon gezwicht voor het gelobby van de industrie, met de Antwerpse petrochemie op kop. Enkele GROEN!-parlementsleden stellen dan weer dat N-VA de oorzaak is van een falend Belgisch klimaatbeleid. En ondertussen schuiven federale en Vlaamse ministers de zwarte piet naar elkaar door.

Klimaattop in Polen: te weinig ambitie

Na lang onderhandelen werd op de klimaatconferentie in Katowice dan toch een akkoord bereikt. En hoewel er opnieuw enkele stapjes vooruit werden gezet, overheerst toch vooral teleurstelling. De strijd tegen de opwarming van de Aarde is nog niet verloren, maar er moeten dringend meer ambitieuze maatregelen komen. Zoals klimaatkameraad Jurgen Masure schrijft in zijn blog: “Tegen 2050 moet onze economie klimaatneutraal zijn. Hoe deze transitie zal verlopen, hangt af van politieke keuzes die op korte termijn gemaakt worden.” Wat onze politici vandaag tentoonspreiden, is alvast een voorbeeld van hoe het niet moet. Daarom komt er op 27 januari een nieuwe klimaatmars. Hopelijk wordt die een even groot succes.