“Ik ken veel collega’s die lang op de baan zitten. Soms kloppen ze werkdagen van dertien uur en dat gedurende maanden aan een stuk.”

De wereld van de elektriciens is in volle verandering. Net zoals in onze klassieke industriële sectoren is er sprake van een verregaande digitale transformatie. Technologische innovaties volgen elkaar in snel tempo op. Denk bijvoorbeeld maar aan gebouwenautomatisatie of aan laadinfrastructuur voor elektrische wagens. Kortom, industrie 4.0 is ook hier een realiteit. 

Tegelijkertijd kampt de sector met enkele belangrijke uitdagingen. ABVV Metaal heeft daarom een elektronische enquête gelanceerd naar al haar leden die werkzaam zijn in de sector van de elektriciens (PC 149.01). Met deze bevraging willen we – ter voorbereiding van de sectorale onderhandelingen – kort op de bal spelen en nog beter weten wat er leeft bij onze mensen. De sector is immers bij uitstek een echte KMO-sector, met zeer veel kleine bedrijven zonder syndicale vertegenwoordiging.

Wij trokken alvast de baan op en vroegen aan vier mensen die het kunnen weten om de uitdagingen op scherp te stellen: David Vermaelen (afgevaardigde op ESAS Telecom), Frederique Baele (afgevaardigde op ATS), Frank Dams (vakbondssecretaris in Antwerpen) en Ortwin Magnus (ondervoorzitter ABVV Metaal). Hun relaas leest u hier.

De elektro-technische sector: de uitdagingen samengevat

Alvorens in te zoomen op de concrete situatie in de bedrijven, vragen we aan Ortwin Magnus om de algemene uitdagingen samen te vatten. Ortwin is niet alleen ondervoorzitter van ABVV Metaal, hij is ook onze politiek verantwoordelijke voor de sector en heeft dus een goed zicht op de actuele situatie. Hij steekt meteen van wal: “de sector staat vandaag onder hoogspanning. Bijna alle functies zijn vandaag knelpuntberoepen. Van residentieel en industrieel installateur via podiumtechnicus tot veiligheidstechnicus. De 28.000 arbeiders en 5.100 werkgevers met personeel zijn héél dringend op zoek naar geschoolde collega's. De actieve arbeiders worden nu chronisch overbevraagd en degenen die veel op de baan zijn op weg naar klanten of werven, staan meer en meer stil in de files. Er is een explosieve cocktail van veel werk, weinig uitvoerders, veel innovatie en steeds veeleisender en moeilijker bereikbare klanten. En dat zet heel veel druk op onze leden.”

Deze uitdagingen zijn dus niet min. En voor onze mensen die elke dag met hun twee benen in dat werkveld staan zijn de problemen zeer herkenbaar. Vooral de mobiliteitsproblematiek, werkbaar werk en de nood aan voortdurende opleiding zijn prangende kwesties.

De mobiliteitsproblematiek

David Vermaelen, hoofdafgevaardigde op ESAS Telecom omschrijft de situatie als volgt: “Wij werken van thuis uit en vaak wordt in de planning gekeken naar mensen die in de regio wonen. Zij moeten dan maar twintig minuten rijden naar een klant. Maar dat is niet altijd zo. Ik ken veel collega’s die lang op de baan zitten. Soms kloppen ze dan werkdagen van twaalf, dertien uur en dat gedurende maanden aan een stuk. Dat zorgt voor problemen inzake de afstemming tussen werk en privé.”

Voor de uren dat elektriciens onderweg zijn met de wagen, krijgen zij slechts een kilometervergoeding. Maar door de steeds langere files en de langere reistijden valt deze vergoeding zeer beperkt uit. Nog steeds David: “Er zijn mensen die maar twintig kilometer moeten rijden, maar ze moeten wel dwars door Brussel. De afstand is dus beperkt maar door de files duurt het wel heel lang vooraleer ze op hun bestemming aankomen. En een kilometervergoeding houdt daar geen rekening mee, die kijkt enkel naar de afgelegde afstand.”  

Ook voor Frederique Baele, onze afgevaardigde op ATS in Merelbeke, is deze problematiek actueel. In die mate zelfs dat ze er twee jaar geleden een bedrijfs-cao rond hebben gesloten: “In die cao staat dat van zodra we langer dan twee uur onderweg zijn, de tijd die daar nog bijkomt beschouwd wordt als werktijd. Dat bedrag komt dan bovenop onze kilometervergoeding.” Op ATS kunnen werknemers trouwens ook vroeger vertrekken om de files voor te zijn, en dus ook vroeger stoppen. En alhoewel dat een belangrijke stap in de goede richting is, zijn de problemen nog niet volledig van de baan: “Voor de mensen die dicht bij huis werken biedt deze regeling niet echt een oplossing. Mensen die in het centrum van Gent werken moeten bijvoorbeeld maar tien kilometer rijden. Maar die zijn soms ook een uur onderweg hé. Zij krijgen daar geen compensatie voor.”

Frank Dams – vakbondssecretaris in Antwerpen kan alleen maar beamen: “Mobiliteit is een probleem, zeker in Antwerpen. Veel werknemers zitten twee tot drie uur per dag op de baan en ze moeten dan nog acht uur werken. Dat zijn lange werkdagen.” En hij voegt er nog aan toe: “zelfs de regelgeving die vandaag bestaat wordt niet altijd correct toegepast, waardoor werknemers soms niet de vergoedingen krijgen waar ze recht op hebben.” Frank stelt ook vast dat de Track & Trace systemen in de wagens soms gebruikt worden om mensen te volgen en te controleren. Ook dat is een bron van stress.

Nood aan een proactief opleidingsbeleid

In een snel evoluerende sector zijn opleiding en levenslang leren uiteraard cruciaal. Enkel zo verwerven werknemers (en bedrijven) de competenties die ze broodnodig hebben. En ook hier is nog werk aan de winkel. Frederique legt uit: “Op ATS is er een grote nood aan geschoold personeel. Wij werven vooral schoolverlaters aan. Dat is positief maar zij hebben nog heel veel opleiding nodig om te kunnen meedraaien. En dat is niet altijd makkelijk te regelen.” Frederique erkent dat het bedrijf veel inspanningen levert, maar het is niet altijd genoeg. Er moet veel meer proactief op de bal worden gespeeld: “Ons bedrijf biedt maar een specifieke opleiding aan als het écht noodzakelijk is. Een goed voorbeeld zijn de laadpalen. Pas als we dergelijke opdrachten binnenhalen, wordt daar opleiding rond voorzien, maar dat zou dan eigenlijk al moeten gebeurd zijn.”

Ook op ESAS Telecom wordt te weinig geanticipeerd op toekomstige ontwikkelingen, vindt David: “Er is te weinig visie op lange termijn. Enkel wanneer het op een bepaald moment noodzakelijk is, wordt de opleiding voorzien. Wij hebben op ESAS trouwens een eigen opleidingscentrum. Iedereen kan zich inschrijven voor een opleiding. Maar die opleidingen moeten wel altijd goedgekeurd worden van hogerhand en dat gebeurt niet altijd. Soms blijven mensen maar wachten op een opleiding die uiteindelijk nooit komt, ook al is er een duidelijke nood.” Bovendien merkt David op dat het bedrijfsoverleg rond opleiding voor verbetering vatbaar is: “Het opleidingsplan wordt altijd veel te laat besproken op de ondernemingsraad. Er is dus weinig ruimte voor een goed voorbereid en stevig onderbouwd overleg.”

Frank Dams is genuanceerd wanneer het over opleiding gaat: “Veel grote bedrijven in de sector hebben inderdaad een eigen opleidingscentra. Daar wordt vrij veel geïnvesteerd in opleiding. Maar tegelijkertijd zijn er ook veel ondernemingen – vooral de werfbedrijven – die enkel het strik noodzakelijke voorzien, zoals VCA bijvoorbeeld. Daar is nog werk aan de winkel.” En een gebrekkig overleg rond opleiding is iets wat ook Frank kan bevestigen: “Ik stel regelmatig vast dat het sociaal overleg niet gerespecteerd wordt wanneer het gaat over het bespreken van opleidingsplannen. Wij hebben dan ook al meermaals de uitbetaling van subsidies vanwege Volta – ons sectorale opleidingsfonds – tijdelijk moeten blokkeren.”

Werkbaar werk

Werkbaar werk is essentieel. En onder andere de mobiliteitsproblematiek maakt duidelijk dat hier nog belangrijke stappen kunnen gezet worden. Zoals Frank het samenvat: “Net zoals in veel andere sectoren is werkbaar werk een grote uitdaging. De mobiliteitskwestie maakt al duidelijk dat er soms heel lange werkdagen zijn. Dat komt de evenwichtige balans tussen werk en privé niet ten goede. Bij de werfbedrijven stel ik vast dat er nog heel veel werk aan de winkel is. Bij de grote telecombedrijven is de situatie beter. Maar al bij al wordt daar op bedrijfsniveau ook veel te weinig over gesproken.”

David haalt nog een paar andere elementen aan: “Er is een zeer gebrekkige communicatie vanuit de werkgever over contracten met klanten. Worden de bestaande contracten verlengd? Komen er nieuwe contracten? Die onduidelijkheid zorgt voor onzekerheid en stress bij de mensen. Inzake de werk-privé balans zijn er ook soms problemen omdat er maar moeilijk kan verschoven worden met uurroosters. Er zijn bijvoorbeeld collega’s die gescheiden zijn om de week de kinderen hebben. Maar daar wordt geen rekening mee gehouden.”

Op ATS zit het dan weer vrij goed wat werkbaar werk betreft. In de woorden van Frederique: “Wij hebben begin dit jaar een enquête gedaan en de resultaten waren goed. Tien procent heeft het lastig maar de meerderheid voelt zich geapprecieerd in zijn job. Dat is positief nieuws. Al besef ik uiteraard dat er veel verschillen zijn tussen bedrijven onderling. En ongetwijfeld ook tussen bedrijven mét of zonder een vakbondsvertegenwoordiging.”

"ABVV Metaal is er voor elke elektricien!"

Een doordachte aanpak van de mobiliteitskwestie en een sterk opleidingsbeleid zijn belangrijke pijlers van werkbaar werk. De mobiliteitsproblemen wegen immers op een evenwichtige balans tussen werk en privé. Bovendien veroorzaken ze stress en een toename van de werkdruk. Een proactief opleidingsbeleid laat werknemers dan weer toe om beter om te gaan met de vele en snelle technologische ontwikkelingen in plaats van er louter een speelbal van te zijn.

Dit zijn dan ook de zaken waarop wij als ABVV Metaal sterk wil inzetten. En niet alleen in bedrijven waar wij vertegenwoordigd zijn, maar voor de ganse sector. Zoals Ortwin stelt: “Slechts 150 bedrijven hebben meer dan 50 werknemers in dienst, dat is de grens om op ondernemingsvlak gestructureerd sociaal overleg te organiseren. Sterker nog, 80% van de werkgevers heeft minder dan 10 werknemers in dienst. Duidelijker kan het belang van het sectoraal overleg niet aangetoond worden. De solidariteit tussen de werknemers van de grotere en de kleine bedrijven is essentieel voor de toekomst van de sector. Het werkbaarder maken van het werk om de arbeiders gezond en wel in de sector te houden en om nieuwe collega's en jongeren aan te sporen om elektrotechnieker te worden is de enige oplossing.” 

Vandaar ook onze elektronische enquête, waarmee we zoveel mogelijk leden willen bereiken. Nog steeds volgens Ortwin: “Syndicaal werk is meer dan ooit innovatie-gedreven om gedragen resultaten neer te zetten. En innoveren, dat is durven, proberen, soms falen, opnieuw zoeken en slagen. Vandaar dat wij nieuwe wegen zoeken om in contact te komen met alle arbeiders, ook diegene die in de KMO's werken. Wij willen heel duidelijk het signaal geven dat we er zijn voor iedereen en graag luisteren naar wat er leeft om dan samen én in overleg naar oplossingen te zoeken.”