“De tijd dat werken in een maatwerkbedrijf bezigheidstherapie was is allang voorbij. Vandaag moet het renderen.”

Weefmachineproducent Picanol mag zich een jaar lang ambassadeur van de maatwerkbedrijven noemen. Ze dankt deze titel aan haar langdurige samenwerking met sociale-economiebedrijven zoals Westlandia en Mariasteen. Maatwerkondernemingen – vooral gekend als beschutte werkplaatsen – verschaffen werk aan mensen die moeilijk aan de bak komen in het reguliere arbeidscircuit en vervullen dus een belangrijke maatschappelijke functie. Omdat we hier graag meer over wilden weten, gingen we eens polsen bij Mercedes Debels (hoofdafgevaardigde op Picanol), Mario Bogaert (hoofddelegee op Westlandia) en Véronique Rogiers (vakbondssecretaris in West-Vlaanderen).

Goeiemiddag iedereen, Picanol is ambassadeur van de maatwerkbedrijven. Wat vinden jullie daarvan?

Mercedes: Wij zijn daar blij mee. Picanol creëert werk voor mensen die niet terecht kunnen op de reguliere arbeidsmarkt. Het is positief dat deze mensen kansen krijgen. Een tijdje terug zijn hier trouwens enkele werknemers van Westlandia komen werken, in de afdeling waar de kaders voor de weefgetouwen gemaakt worden. Wat me toen opviel is dat deze mensen nood hebben aan een duidelijke structuur. Zo werkten ze uitsluitend in de dagploeg en waren de pauzes strikt getimed. Er was ook altijd een begeleider van Westlandia aanwezig.

Véronique: Ook ik vind het een positief verhaal, want je creëert kansen voor mensen die anders moeilijk aan de bak komen. Heel veel metaalbedrijven doen een beroep op maatwerkbedrijven. Soms zijn er zelfs enclaves van die bedrijven in onze bedrijven. Op Picanol is dat een tijdje het geval geweest, maar op ons aandringen is dat stopgezet omdat men het vast personeel uit die afdeling op economische werkloosheid plaatste. Gezonde evenwichten vinden tussen de Picanol-werknemers en de werknemers van de maatwerkbedrijven, is niet evident.

In Zuidwest-Vlaanderen is het trouwens ABVV Metaal die de maatwerkbedrijven opvolgt. Terwijl dat in de rest van het land niet het geval is.

Véronique: Inderdaad, dat is historisch zo gegroeid. Die West-Vlaamse maatwerkbedrijven – zoals Westlandia, Waak en Mariasteen – werken vooral voor grote metaalbedrijven. Niet alleen voor Picanol maar ook voor Sadef, Vandewiele, Galloo, enzovoort. Wij hebben daar meer dan duizend leden. In de rest van het land vallen die bedrijven onder de Algemene Centrale.

Mario, welke dingen doet Westlandia precies voor Picanol?

Mario: Wij doen vooral de mechanische voormontages en de bedrading van de elektrische stuurkasten die in de weefmachines zitten. Hier werken achthonderd mensen en het werk voor Picanol is onze belangrijkste activiteit. Maar daarnaast werken wij ook nog voor bedrijven uit de voedingssector, zoals Jules Destrooper en Libeer.

En hoe zou je het werk op je bedrijf omschrijven? Is het zwaar werk of valt het wel mee?

Mario: Op zich valt het werk wel mee, maar voor de doelgroepen ligt de werkdruk vrij hoog. De tijd dat werken in een maatwerkbedrijf bezigheidstherapie was, is allang voorbij. Vandaag moet het renderen.

Meestal worden ook de meer eenvoudige en lichtere taken uitbesteed aan maatwerkbedrijven. Ik neem aan dat dit op Picanol ook het geval is?

Mercedes: Ja en dat zorgt soms wel voor problemen. Als vakbond leveren wij veel inspanningen om het werk werkbaarder te maken, onder meer door gebruik te maken van het werkgelegenheidsplan voor oudere werknemers (cao 104). Maar het lichter en aangepast werk is vandaag volledig uitbesteed aan Westlandia. Op Picanol hebben wij redelijk wat mensen met medische problemen en daar vinden we zeer moeilijk nog een gepaste job voor. Maar nog eens: wij vinden het belangrijk dat werknemers van maatwerkbedrijven ook kansen krijgen.

Véronique: De zoektocht naar lichter en aangepast werk wordt in onze bedrijven inderdaad moeilijker. We mogen ook niet vergeten dat werknemers in maatwerkbedrijven aan veel lagere lonen werken dan de werknemers in de metaalsector. Het gemiddelde loon schommelt rond 9,5 euro per uur. Hoe meer Picanol kan uitbesteden aan maatwerkbedrijven, hoe beter voor het bedrijf natuurlijk. Het is geen liefdadigheid.

Leeft dat verschil in loon bij de mensen van Westlandia, Mario?

Mario: Over de verloning krijgen wij af en toe wel klachten, ja. Wij werken weliswaar vooral voor de metaalsector maar we hebben niet dezelfde voorwaarden. Het minimumloon is een heel stuk lager is dan het sectorale minimumloon in de metaalindustrie. Dat is niet evident. En wat het verdwijnen van het lichter, aangepast werk betreft: eigenlijk zitten wij met een gelijkaardig probleem. Want ook bij ons worden sommige eenvoudige activiteiten uitbesteed, bijvoorbeeld aan gevangenissen. En daar werken ze voor maar één euro per uur!