“De directie liet verstaan dat ze voor geen enkele vestiging een garantie kan geven”

Op 9 en 10 oktober ging in Keulen de Europese ondernemingsraad (EOR) van Ford door. Omdat Ford een wereldwijde herstructurering heeft aangekondigd en er al snel geruchten opdoken dat daarbij vooral de Europese activiteiten bedreigd zijn, hoopten de vakbonden op meer informatie. Die concrete informatie kwam er niet … . Maar de voortekenen zijn nog altijd ongunstig. Rohnny Champagne – provinciaal voorzitter van ABVV Metaal in Limburg – was aanwezig op de EOR. Hieronder leest u zijn relaas.

Dag Rohnny. Op 10 oktober was er een Europese ondernemingsraad. Heb je daar meer nieuws gekregen over de concrete plannen van Ford?

Rohnny: We hebben vooral veel nietszeggende informatie gekregen. Dat is de typische Ford-stijl, we verschieten daar niet meer van. Het management kijkt heel erg vanuit de hoogte naar de werknemers. Ze hebben totaal geen inlevingsvermogen, nul empathie … . Dit gezegd zijnde, uit de wirwar aan informatie zijn toch twee zaken blijven hangen.

En die zijn?

Rohnny: De Europese directie liet verstaan dat ze voor geen enkele vestiging een garantie kan geven, dus ook niet voor de fabriek in Keulen. Voor onze Duitse kameraden was dat natuurlijk schrikken. De voorzitter van de EOR is trouwens ook de hoofddelegee van die fabriek in Keulen. Maar nog eens: men weigert om concrete informatie te geven. Het tweede element komt erop neer dat we in Europa kleiner moeten worden. Als we dan vragen of dit betekent dat we gaan stoppen met wagens te produceren in Europa krijgen we geen antwoord.

De situatie blijft dus ernstig ...

Rohnny: Ja, de signalen die we krijgen zijn allesbehalve geruststellend. Na de EOR hebben we met alle vakbonden een gemeenschappelijk communiqué naar alle werknemers gestuurd. Dat was voorheen nog nooit gebeurd, dus het illustreert de ernst van de situatie. Zoals gezegd gaan nu ook in Duitsland veel alarmbellen af. Het is niet meer zeker – zoals in het verleden wel het geval was – dat zij de dans zullen ontspringen. De directie zegt dat Ford Europa in 2019 winstgevend moet zijn. Maar de Fiesta – die in Keulen gemaakt wordt – en de Focus – geproduceerd in het Franse Saarlouis – zijn nog nooit winstgevend geweest. Dus daar gaan alarmbellen af.

Opnieuw wordt het dus verder afwachten hoe de toekomst er zal uitzien?

Rohnny: We zullen het inderdaad verder moet afwachten. Kijk, in de Raad van Bestuur van Ford heb je twee strekkingen. Enerzijds de familie Ford, die vasthoudt aan het produceren van wagens. Dat is het nalatenschap van overgrootvader Ford. Anderzijds heb je de bankiers, die alleen maar aan de centen denken. Zolang Ford Europa niet winstgevend is, willen ze niet meer investeren. Die twee strekkingen botsen met elkaar. En ik heb de indruk dat de bankiers steeds meer de bovenhand halen.

Hoe moet het nu concreet verder?

Rohnny: Op vijf november ga ik alleszins naar Detroit. Daar komen alle Ford-vakbonden van over de hele wereld samen om te vergaderen. Maar daar verwachten we geen concreet nieuws over de toekomst van Ford in Europa. Op 11 november is er dan een select comité, een meer beperkte versie van de EOR. Maar ook daar zou het mij verbazen dat we meer informatie krijgen dan we vandaag al weten.  

Oké Rohnny. Bedankt voor je tijd. En als er nieuwe elementen opduiken dan horen we het wel.