Ook IndustriALL Europe – dat zeven miljoen werknemers uit diverse industriële sectoren vertegenwoordigd – volgt het Ford-dossier op de voet. We spraken met Guido Nelissen, expert industrieel beleid bij de Europese koepelorganisatie.

Dag Guido, wat is de mening van IndustriALL over het Ford-nieuws?

Guido: Wel, men zou kunnen zeggen dat het gaat om geruchten. Alleen is dat een vaak gebruikte strategie. Bij de sluiting van Ford Genk waren er aanvankelijk ook alleen maar geruchten. Die worden eerst altijd ontkend maar uiteindelijk gebeurt het wel effectief. Het is alleszins een feit dat Ford in een wereldwijd herstructureringsprogramma van elf miljard dollar zit. En ratingbureau Moody’s heeft de kredietbeoordeling van Ford onlangs gedowngraded tot slechts één niveau boven junk-status. Dat ziet er dus niet goed uit.

Wat gebeurt er als Ford Europa de rug toekeert?

Guido: Dat is natuurlijk een groot drama want er is nog heel veel tewerkstelling in Europa. Maar er zijn veel scenario’s mogelijk. Ook een verkoop en overname – zoals bij General Motors indertijd – is een optie. Zelfs een overname door een Chinese investeerder is niet uitgesloten.

Hoe kijk jij eigenlijk naar de toekomst van auto-industrie in Europa?

Guido: We hebben zeker nog een toekomst. De Duitse auto-industrie is natuurlijk zeer sterk. Er wordt nog heel veel geëxporteerd, ook naar niet EU-landen. En er is de enorme interne markt, al is de Brexit op dat vlak natuurlijk een serieuze tegenvaller. Dit gezegd zijnde: de sector wordt vandaag met grote uitdagingen geconfronteerd.

Wat zijn die voornaamste uitdagingen?

Guido: Je hebt de overgang naar elektrische wagens. Elektrische auto’s hebben vandaag nog een verwaarloosbaar marktaandeel, zo goed als nul eigenlijk. Er zijn nog maar 500.000 elektrische en hybride wagens verkocht. Dat moet veertig procent worden tegen 2030, dus dat zal een enorme impact hebben. Er zullen veel jobs verdwijnen. De fabrieken die diesel- en benzinemotoren maken gaan eruit. Ook de digitalisering – zowel van de wagens zelf als van de productielijnen – zal gevolgen hebben.

Maar die zaken spelen wereldwijd en niet alleen in Europa.

Guido: Ja, dat is een globale ontwikkeling.

Je zegt dat de elektrificatie van wagens zal leiden dat jobverlies. Maar er gaan toch ook nieuwe jobs ontstaan?

Guido: Ja, maar er zullen er meer verdwijnen dan dat er bijkomen. Elektrische motoren zijn niet zo gesofisticeerd als dieselmotoren, de productie is veel minder arbeidsintensief. In de tijd dat een arbeider een dieselmotor maakt, kan hij of zij zeven elektrische motoren produceren. De batterij-productie zal belangrijker worden. Maar die productieketen hebben wij niet in Europa. We zijn voor batterijen afhankelijk van China, Japan en Korea. De Europese Unie probeert daar iets aan te doen en heeft een tijdje terug een batterij-alliantie opgericht, met de bedoeling om hier grote batterij-fabrieken op te starten. We zullen moeten afwachten wat daar uiteindelijk van terechtkomt.

Kortom, er sprake van echte disruptie. Wat proberen jullie daar met IndustriALL aan te doen?

Guido: Wij ijveren voor een globale aanpak. Overheden en bedrijven moeten middelen vrijmaken om te anticiperen op deze ontwikkelingen. Werknemers moeten opgeleid en herschoold worden, reconversieplannen op tijd voorbereid. We pleiten ook voor sociale afbouwscenario’s. Naakte ontslagen dienen zoveel mogelijk vermeden worden.

Ongetwijfeld zullen ook veel kleine bedrijven met deze evoluties geconfronteerd worden?

Guido: Klopt. De kleinere bedrijven die conventionele producten maken voor de grote multinationals zijn vaak niet in staat om de switch te maken. Dus in het kielzog van de grote gaan ook vele kleintjes een onzekere tijd tegemoet. Ook daar vragen we aandacht voor. KMO’s moeten ondersteund worden in hun zoektocht naar andere markten. Maar evident is dat niet. Ook hier weer: wij proberen te zorgen voor een sociale omkadering en voor een beleid dat voldoende anticipeert. Bij Ford Genk hebben we ook geprobeerd om de mensen goed op te vangen. Elke werknemer heeft recht op een goede oplossing en op een duurzame job.

Hoe zit dat eigenlijk bij Ford Genk? Hebben veel mensen een nieuwe job gevonden?

Guido: De industriële jobs die verdwijnen zijn vaak goede jobs, met relatief hoge lonen. Veel werknemers die hun job verliezen komen terecht in minder duurzame jobs – in de dienstensector bijvoorbeeld – waar de lonen lager liggen. Of ze worden Uber-chauffeur. Wat Genk betreft: veertig procent van de werknemers heeft ondertussen een andere job gevonden. Maar is dat een job van dezelfde kwaliteit? En met welk soort contract? Ik heb dat al vaak gevraagd – onlangs nog aan de VDAB in Limburg – maar nog geen antwoord gekregen.

Guido, heel erg bedankt voor dit gesprek!