Onze delegaties bij Van Hool en VDL Roeselare maken zich zorgen over de toekomst van hun bedrijven en van de bus- en carindustrie. Grote overheidsorders die steevast naar buitenlandse concurrenten gaan, doen aan die bezorgdheid geen deugd. Afgelopen woensdag zaten onze mannen samen met ABVV-Metaal-voorzitter Herwig Jorissen, sp.a-voorzitter John Crombez en sp.a-kopstukken Meryame Kitir en Joris Vandenbroucke. Op de agenda: hoe krijgen we de regering ertoe om haar verantwoordelijkheid te nemen?

VDL Roeselare loopt een order bij de TEC (Waalse vervoersmaatschappij) mis. Het verschil met de uiteindelijke winnaar was een paar tienden na de komma (elk order wordt beoordeeld op verschillende criteria). Van Hool mocht zelfs niet meedoen aan deze openbare aanbesteding. De winnaar was het Poolse Solanis en Volvo (produceert ook in Polen). Hetzelfde verhaal maakten we mee bij Bombardier in Brugge.

Het missen van deze order zorgde voor grote ongerustheid bij onze delegaties. Het was de aanleiding om een open brief te schrijven. In navolging van deze open brief zijn de delegaties van Van Hool en VDL gaan samenzitten met John Crombez, voorzitter sp.a, Meryame Kitir, fractieleidster federaal parlement, en Joris Vandenbroucke, fractieleider Vlaams parlement.

De ernstige situatie waarin beide bedrijven verkeren en het ontzettende belang van de nieuwe order bij De Lijn (het lastenboek wordt eerstdaags bekendgemaakt) werd in het rood onderstreept. Voor Van Hool speelt de nieuwe economische politiek van Trump ook mee. De helft van hun productie is voor de private busmarkt in de Verenigde Staten. Wat als men getroffen wordt door hoge importtarieven? Beide bedrijven zijn frontlopers als het komt op het gebied van milieuvriendelijke busbouw (hybride, elektrisch...) . Wereldwijd aan de top maar niet goed genoeg blijkbaar om te mogen leveren aan de eigen overheid. Herwig Jorissen benadrukte dat we moeten weten wat we willen. “Willen we nog een industrie, dan moeten we ervoor vechten. Elk bedrijf dat verdwijnt komt nooit meer terug.”

John Crombez antwoordde dat “Van Hool, VDL, maar ook Bombardier gelijke verhalen zijn. Het zijn geen bedrijven die plotsklaps worden gesloten; neen ze worden langzaam gewurgd. Eerst halen ze de ingenieurs weg, dan een order hier en daar en dan na verloop van tijd komt men ineens af met het verhaal dat men niet rendabel is. We mogen niet vergeten dat zowel bij GM, als bij Ford, als bij Bombardier de Belgische vestigingen op de eerste plaats stonden in de groep. Wat voor Bombardier geldt, geldt ook voor Van Hool en VDL. Er moet voldoende capaciteit zijn. Die is er. Men moet rendabel zijn zonder overheidssubsidies, links en rechts. De overheden moeten ervoor zorgen dat men orders hier houdt. Ze kunnen dat. Het is een kwestie van willen.”

ABVV-Metaal-delegaties en sp.a’ers hebben afgesproken om samen op te treden in het belang van onze busindustrie. Op korte termijn willen we bekijken hoe men ervoor kan zorgen dat de nieuwe order van De Lijn bij onze bedrijven terechtkomt. Overheden zwaaien dan altijd met Europese regels. Maar die gelden ook in andere landen en daar houdt men de bestellingen wel intern. Alles begint dan ook met de opmaak van het lastenboek. Bovendien, waarom kan men in de regelgeving niet stipuleren dat bij openbare aanbestedingen een bepaald percentage van de productie hier moet gebeuren (zoals de maatregelen van Obama ter bevordering van de maakindustrie)? Ook met Agoria zullen de nodige contacten gelegd worden.

De vraag is uiteindelijk wie aan de bevolking kan en wil uitleggen hoe het komt dat de kusttram, de bussen van De Lijn, de trambussen (producten die over heel de wereld worden geprezen) niet rijden in ons eigen land.