In gesprek met ... Voorzitter Herwig Jorissen.

Na de eerste industriële revolutie (machines), de tweede (elektriciteit, massaproductie) en de derde (elektronica, robots) komt de vierde industriële revolutie er nu aan. Zoals bij vorige (industriële) revoluties gaat ook deze omwenteling gepaard met veel speculaties, doemdenken of euforie al naargelang de bril die men opzet.

Deze vierde revolutie leidt tot ontwikkelingen in de informatietechnologie (big data), gecombineerd met een robotisering, automatisering van taken, 3D-printen... De integratie van ‘slimme’ machines die met het internet verbonden zijn: ‘the internet of things’, maar dan vanuit de productiekant van de industrie. Machines zullen mensen vervangen, maar ook bijstaan en zo de productiviteit en efficiëntie verhogen. Door technologische ontwikkelingen zullen er tot slot nieuwe productiemogelijkheden ontstaan.

Wat de gevolgen hiervan zijn voor onze jobs, weten we eerlijk gezegd niet zeker. Het Wereld Economisch Forum voorspelde wel dat er tussen nu en 2020 vijf miljoen jobs zouden verdwijnen in ‘s werelds belangrijkste economieën (er komen weliswaar 2 miljoen jobs bij maar de veranderingen kosten ook 7 miljoen jobs). Vooral in de zorg, de energiesector en de financiële sector zouden veel meer banen verdwijnen dan er bijkomen. Omdat vrouwen vooral actief zijn in de getroffen sectoren, verwachten de onderzoekers van het WEF dat vrouwen kwetsbaarder zijn voor banenverlies dan mannen. Een studie van de Hoge Raad voor Werkgelegenheid uit 2013 stelde dat 39 % van de werkgelegenheid in België te lijden zou hebben onder de digitalisering en automatisering. Een studie van de OESO uit 2016 had het over ‘slechts’ 7 %.

Ook zou er een polarisatie komen naar hoog- en laaggekwalificeerde jobs met vooral het middensegment dat onder druk zou komen te staan. Door de (gedeeltelijke) automatisering zullen onze jobs bovendien inhoudelijk grondig veranderen. Opnieuw zonder dat we weten welke impact precies. De digitalisering kan de kwaliteit van het werk verbeteren, maar de interactie tussen mens en machine houdt natuurlijk ook heel wat risico’s in: op het vlak van veiligheid en gezondheid (ergonomie), intensivering van het werk, de grenzen tussen privé- en werktijd...

Hoe zal de arbeidsorganisatie er in de toekomst uitzien? Minister Peeters gebruikte nu al de digitalisering als excuus voor zijn flexibel wendbaar werk door de strot van de werknemers te duwen. Zullen de nieuwe werknemers tewerkgesteld worden in nieuwe statuten die de oude verworvenheden op de helling zetten?

De toekomst is wat ze altijd al was: open. Er is geen voorbestemming. De economie is geen natuurwet. Er is een keuze. We willen de toekomst niet vastleggen met de regels van het verleden. Het zou ook niet lukken. We willen wel inzetten op een rechtvaardige, faire en duurzame samenleving. Daarom:

- De tewerkstelling zal onder druk komen te staan. Maar als er onvoldoende werk is dan moet het bestaande werk herverdeeld worden. Daartegenover staat een kostprijs. De politiek-maatschappelijke vraag is of en wie die prijs wil/moet/kan betalen.
- De digitalisering moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het werk verbetert voor de werknemers, met oog voor de combinatie werk-privé en in een sociaal volwaardig statuut.

Industrie 4.0 zal sociaal zijn of ze zal niet zijn.

Herwig Jorissen
Voorzitter