Vakbonden en werkgevers hoopten woensdag een compromis te bereiken over hogere lonen en uitkeringen en over de verlenging van enkele uitzonderingen voor het brugpensioen. Dat is niet gelukt. Over de loonmarge in 2017 en 2018 is er nog geen akkoord. Volgens de voorlopige berekeningen van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven schommelt de loonmarge voor de komende twee jaar tussen 0,9 en 1,2 procent bovenop de automatische loonindexering (geschat op 2,9 procent voor de komende twee jaar). De vakbonden eisen een maximale loonmarge van 1,2 procent. De werkgevers daarentegen houden vast aan de ondergrens van 0, 9 procent. De vakbonden stellen dat, door de hervorming van de wet van 1996 over het concurrentievermogen door de regering, de loonmarge al ingeperkt is. Daarnaast moeten de sociale partners het budget verdelen voor het verhogen van de laagste uitkeringen en de pensioenen (voor 2017 is dat 170 miljoen euro - voor 2018: 300 miljoen). Een derde dossier waar de bonden en de werkgevers zich over buigen zijn de uitzonderingsregimes voor het brugpensioen.

Volgens Michèle Sioen, voorzitster van de Groep van Tien, is een akkoord nochtans dichtbij. Begin januari volgt nieuw een overleg.