Traditioneel gaan op 1 januari heel wat veranderingen in. Hieronder zetten we de belangrijkste voor jullie op een rijtje.

Indexering minimumlonen metaalrecuperatie en elektriciens

Op 1 januari worden de minimumlonen in de sectoren metaalrecuperatie (142.01) en elektriciens (149.01) geïndexeerd.
Hier vind je de nieuwe bedragen (open de Op Zak van je sector en kijk naar de inhoudstafel).

Indexering loonbedragen Arbeidsovereenkomstenwet

Elk jaar worden de loonbedragen van de arbeidsovereenkomsten aangepast aan de index. Vanaf 1 januari 2017 zijn de nieuwe bedragen 33.472 euro en 66.944 euro. Deze bedragen gelden voor het niet-concurrentiebeding, het arbitragebeding en het scholingsbeding.

Aanpassing bedragen niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen

Ook de bedragen van de niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen worden elk jaar geïndexeerd. In 2017 wordt de bonus vrijgesteld van de gewone RSZ-bijdragen tot een bedrag van 3.255 EUR bruto (= 2.830 euro netto + een solidariteitsbijdrage van 13,07 % die op de bonus wordt ingehouden). Voor de fiscus wordt de bonus vrijgesteld van belastingen tot een maximumbedrag van 2.830 euro netto. Indien de effectief toegekende voordelen het maximumbedrag overschrijden, zullen op het overschrijdend gedeelte de gewone sociale zekerheidsbijdragen en de belastingen van toepassing zijn.

Studentenarbeid: geteld in uren in plaats van in dagen

Op 1 januari 2017 wijzigt de maximumgrens voor de vrijstelling van RSZ bij studentenarbeid. Vroeger lag de grens op 50 dagen per jaar. In de nieuwe regeling geldt de vrijstelling voor 475 uren per jaar. Voor die 475 uren betaalt de student een solidariteitsbijdrage van 2,71 % in plaats van de gewone bijdrage van 13,07 %. De werkgever betaalt alleen een solidariteitsbijdrage van 5,42 %.

Start statuut student-ondernemer

Voor studenten die een zelfstandige activiteit uitoefenen, wordt vanaf 1 januari 2017 voorzien in een speciaal statuut. Daardoor moeten ze geen sociale bijdragen betalen indien hun jaarlijks inkomen minder bedraagt dan 6.505,33 euro en slechts 21 % voor inkomsten tussen 6.505,33 en 13.010,66 euro. Toch behouden ze hun rechten inzake gezondheidszorgen, arbeidsongeschiktheid, invaliditeit en moederschapsverzekering. Ook kunnen ze in 2017 persoon ten laste blijven tot een bedrag van 2.610 euro (dit bedrag wordt elk jaar geïndexeerd).

Verplicht re-integratietraject voor langdurig zieke werknemer

Vanaf 1 januari 2017 kan de werkgever de arbeidsovereenkomst van een arbeidsongeschikte werknemer niet meer beëindigen omwille van definitieve overmacht, tenzij de werknemer eerst een re-integratietraject heeft gevolgd. Het re-integratietraject wordt opgestart op vraag van de werknemer, de wetgever of de adviserend geneesheer van de mutualiteit en vangt aan met een beoordeling van de gezondheidstoestand van de werknemer door de arbeidsgeneesheer. Oordeelt de arbeidsgeneesheer dat aangepast/ander werk mogelijk is, dan moet de werkgever in overleg met de werknemer en de arbeidsgeneesheer een re-integratieplan opmaken. De werkgever
kan dit evenwel weigeren als hij aantoont dat dit technisch of objectief onmogelijk is of om gegronde redenen niet kan worden geëist.

Verhoging leeftijdsgrenzen vervroegd pensioen

In 2017 verhogen de leeftijdsgrenzen voor vervroegd pensioen. De minimumleeftijd wordt dan 62,5 jaar voor werknemers met een loopbaan van 41 jaar. Werknemers met een loopbaan van 43 jaar kunnen nog op vervroegd pensioen op 60 jaar. Vervroegd pensioen op 61 jaar kan dan nog slechts bij een loopbaan van 42 jaar.

Hierop zijn drie uitzonderingen.

De uitzonderingen gelden voor werknemers die:

- ofwel nog in een opzegtermijn zitten of een opzegvergoeding genieten.

De werknemer kan met pensioen als hij op de ingangsdatum van zijn pensioen en op het einde van de opzegtermijn of de opzegvergoeding voldoet aan de voorwaarden van het ingangsjaar 2016, met name 40 jaar loopbaan en 62 jaar. Dit kan enkel als de opzegvergoeding of de opzegtermijn is ingegaan vóór 9 oktober 2014 en eindigt na 31 december 2016;

- een onderling akkoord hebben met de werkgever om een einde te maken aan de arbeidsovereenkomst in het kader van een ondernemings- of sector-cao.

De werknemer kan met pensioen als hij voldoet aan de voorwaarden van het ingangsjaar 2016, met name 40 jaar loopbaan en 62 jaar, op voorwaarde dat de individuele overeenkomst met de werkgever gesloten is buiten SWT en met het doel om vervroegd op pensioen te gaan. Deze overeenkomst moet ook dateren van voor 9 oktober 2014;

- geboren zijn voor 1958.

De werknemer kan vanaf 63 jaar op vervroegd pensioen als hij 41 jaar loopbaan bewijst.

Rendementsgarantie WAP blijft 1,75 % voor 2017

Sinds 2016 berekent en publiceert de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) jaarlijks de rentevoet voor de berekening van de minimale rendementsgarantie. Deze rentevoet bedraagt 1,75 % voor 2017.

Fusie FAO en FBZ tot Fedris

Op 1 januari 2017 fusioneren het Fonds voor de beroepsziekten (FBZ) en het Fonds voor arbeidsongevallen (FAO). Beide instellingen worden dan Fedris, het Federaal agentschap voor beroepsrisico’s. Fedris neemt alle opdrachten over van het FAO en van het FBZ. Fedis heeft een nieuwe website die op 1 januari actief wordt: www.fedris.be