Donderdag 21 januari werd de eerste seniorencommissie van het jaar gehouden op de metaalcentrale. Rik Thys, stafmedewerker van de studiedienst van het Nationaal Verbond van Socialistische Mutualiteiten, bracht een boeiende presentatie over zeven mythes rond de ziekenfondsen. Hij toonde glashelder aan dat van iedere 100 euro die de mutualiteiten ontvangen, 96,16 euro naar zorg gaat, terwijl dit in de private sector slecht 66 euro is (zie grafieken). Steeds weer volgen er geraffineerde aanvallen op de ziekenfondsen en vakbonden om een vijandbeeld te creëren en de aandacht af te leiden. Toen er, na een zoveelste poging om de mutualiteiten in diskrediet te brengen, met harde cijfers aangetoond werd dat de ziekenfondsen zeer efficiënt werken, werd plotseling het communautaire verhaal weer opgerakeld.

Ziekenfondsen zijn ontstaan uit lokale, kleinschalige en solidaire initiatieven. Vertaald naar het heden zijn ze in feite te vergelijken met de nieuwe, graag geziene burgerinitiatieven waarbij mensen de handen in elkaar slaan om iets voor elkaar te betekenen, om samen een beter resultaat te behalen dan alleen.

In de eerste helft van de 19e eeuw legden mensen –vaak in het kader van eenzelfde beroep- op vrijwillige basis geld samen dat moest dienen om kosten op te vangen bij ziekte. Later, bij de totstandkoming van het socialezekerheidssysteem in 1945, werd dit bestaand systeem van ziekenfondsverzekeringen geprofessionaliseerd, wettelijk verankerd en veralgemeend. Zo werden de ziekenfondsen een essentiële bouwsteen in de ziekteverzekering. Het zijn en blijven sociale ledenbewegingen die enerzijds instaan voor de uitvoering en het beheer van de wettelijke ziekteverzekering, maar anderzijds ook moeten zorgen voor het ‘fysisch, psychisch en sociaal welzijn’ van deze leden.


1,07 miljard

= 3,34 %

+ RIZIV + KCE = 3,84 %

= 96 van 100 euro naar zorg

Private verzekeraars

= 15,9 % aan pure administratiekosten

= 66 van 100 euro naar zorg

Er werd tijdens deze seniorencommissie ook hulde gebracht aan Robert Blansaer, een der pioniers bij de oprichting in 1986 van de bruggepensioneerden- en later de gepensioneerdenwerking. Robert, inmiddels 88, deed zijn syndicaal leven uit de doeken in de rubriek ‘Strijdverhalen’ op onze website en gaat zoals hij zelf aangeeft, zijn activiteiten beperken tot het Gentse. Hij is terecht trots op de werking van de VLIG-commissie nu en roept op om te blijven activeren, “aangezien de klassenstrijd altijd zal blijven bestaan want het nationalisme kent maar één vijand en dat is de arbeidersklasse”.

Ortwin Magnus, algemeen secretaris overhandigde Robert een symbolisch afscheidsgeschenk: “ Robert symboliseert waar wij als ABVV-Metaal voor staan, een organisatie van intelligente en gedreven mensen die consequent kiezen voor solidariteit, gelijkheid, democratie, rechtvaardigheid en kameraadschap. We zijn blij dat hij zich in Oost-Vlaanderen zal blijven inzetten en anderen zal inspireren om de fakkel met fierheid over te nemen. Robert neemt afscheid van de Vlaamse en federale werking op zijn hoogtepunt en in schoonheid, dat is alleen de grootsten gegeven. Zoals Günther Grass zei: “Een schrijver is iemand die niet intelligent genoeg is om met schrijven te kunnen stoppen.” Robert heeft nu beslist om te stoppen met schrijven.”