De NAR maakte op 1 januari 2016 de nieuwe aanpassingscoëfficiënten bekend die nodig zijn voor de berekeningen in het kader van het stelsel werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT).

SWT: ter herinnering

Cao nr. 17 m.b.t. de verplichtingen van de werkgevers in geval van conventioneel brugpensioen - nu werkloosheid met bedrijfstoeslag - bepaalt:

 de binding van het netto-referteloon en de aanvullende vergoeding aan de evolutie van de index van de consumptieprijzen. De laatste indexatie vond plaats op 1 december 2012;
 de aanpassing van deze bedragen aan de conventionele evolutie van de lonen. De sociale partners binnen de NAR beslissen hier in beginsel elk jaar over op 1 januari. De laatste conventionele aanpassing vond plaats op 1 januari 2013.

Aanpassing van de aanvullende vergoedingen

Vanaf 1 januari 2016 moeten volgende herwaarderingscoëfficiënten toegepast worden op het bedrag van de aanvullende vergoeding dat wordt toegekend aan werklozen met bedrijfstoeslag:

 de aanvullende vergoedingen berekend op grond van een referteloon van vóór 1 januari 2015 moeten verhoogd worden een coëfficiënt van 1,0016 (+ 0,16 %);
 de vergoeding berekend op grond van het loon van de maanden januari, februari of maart 2015 wordt verhoogd met coëfficiënt 1,0012 (+ 0,12 %);
 de vergoeding berekend op grond van het loon van de maanden april, mei of juni 2015 wordt verhoogd met coëfficiënt 1,0008 (+0,08 %);
 de vergoeding berekend op grond van het loon van de maanden juli, augustus of september 2015 wordt verhoogd met coëfficiënt 1,0004 (+ 0,04 %).

De vergoeding berekend op grond van het loon van de maanden oktober, november of december 2015 moet niet aangepast worden.

Aanpassing van het loonplafond

Ook het maandelijks brutoloonplafond dat in aanmerking genomen wordt voor de bepaling van het netto-referteloon (= maximaal brutoloon waarvan men de persoonlijke werknemersbijdragen aan de RSZ en de bedrijfsvoorheffing aftrekt) wordt op 1 januari 2016 aangepast. Op basis van dit netto-referteloon wordt het bedrag van de aanvullende vergoeding bepaald (= 1/2 van het verschil tussen het netto-referteloon en de werkloosheidsuitkeringen).

Het maandelijks brutoloonplafond wordt verhoogd met 0,16 % en bedraagt vanaf 1 januari 2016 dan 3 786,74 euro.

Gevolg voor inhoudingen op vergoedingen SWT?

Op de SWT-vergoedingen wordt 6,50 % ingehouden, behalve wanneer het gaat om deeltijds brugpensioen of een oud stelsel van brugpensioen. In deze 2 gevallen wordt een 4,50 %-bijdrage ingehouden.

Deze inhoudingen mogen echter niet tot gevolg hebben dat de SWT-vergoeding lager is dan een bepaald bedrag. De verhogingen van de conventionele aanvullende vergoeding moeten leiden tot een evenredige verhoging van de bedragen onder dewelke de inhoudingen niet toegepast moeten worden. Anders zou het gunstig effect van deze herwaardering van de aanvullende vergoeding verloren gaan voor de ‘kleine’ SWT-vergoedingen.

Onder voorbehoud van officiële bevestiging, de geherwaardeerde loongrenzen worden op 1 januari 2016 vastgesteld op:

 1 361,27 euro bruto per maand voor rechthebbenden zonder gezinslast;
 1 639,68 euro bruto per maand voor rechthebbenden met gezinslast.

Bron: Cao nr. 17tricies septies zitting van 15 december 2015 wijziging en uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 december 1974 tot invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen

Nieuws - 06/01/2016

www.socialeye.be

Auteur(s): M. Dauphin