In 2008 waren de sociale partners van de auto- en aanverwante sectoren van oordeel dat een duidelijke visie over onderwijs en vorming niet eenzijdig door de sector moest opgelegd worden. In hun ogen moest dat het resultaat moest zijn van een dialoog met alle actoren. Dat resulteerde in een platformtekst met gezamenlijke standpunten, aandachtspunten en mogelijke acties om de aansluiting onderwijs – arbeidsmarkt te verbeteren. Maar de wereld is sedert dien niet gestopt met draaien: niet op economisch vlak en zeker niet op technologisch.

De sector verwacht niet dat er op korte termijn (tegen 2020) nieuwe technische beroepen zullen bijkomen. Wel zullen heel wat beroepen door de technologische evoluties nieuwe invullingen krijgen. Beroepen die in andere sectoren ingeburgerd zijn, zullen eveneens aan belang winnen in de autosector. We denken dan bijvoorbeeld aan de gespecialiseerde elektronicus. De meeste technische beroepen die van belang zijn in onze sectoren zijn knelpuntberoepen. En dat zal tegen 2020 niet anders zijn. Ook beroepen met elektronica en elektriciteit als basis zijn en blijven knelpuntberoepen. Technologische vernieuwingen betekenen ook andere technische competentiebehoeften voor onze werknemers.

Het was dus zeker tijd voor een update van de oorspronkelijke platformtekst. En zo gebeurde. De sociale partners van de sector, de minister van Onderwijs en van Werk, de verschillende onderwijskoepels, Syntra en de VDAB engageerden zich om:

- Een duurzaam partnerschap uit te bouwen, waarbij de goede aansluiting tussen opleiding en werkplek centraal staan;
- De technische studierichtingen op te waarderen middels een sterke gemeenschappelijke aanpak (o.a. streven naar meerdere intersectorale acties ter promotie van techniek);
- Jongeren en volwassenen een integrale en relevante vorming aan te bieden in de voertuigtechniek. Naast het beheersen van technische competenties moet er ook aandacht zijn voor niet-technische competenties.
- Deeltijdse leersystemen verder te versterken, waarbij de uitbouw van het Duaal Leren een van de belangrijke uitdagingen wordt;
- Te zorgen voor goed georganiseerde werkleerplekken. Een werkleerplek is elke vorm van beroepsgerichte ervaring in een reële arbeidssituatie;
- Ervoor te zorgen dat er voldoende leermiddelen uitrusting en nascholing voor alle mogelijke lesgevers van onderwijs en vormingspartners
- Ervoor te zorgen dat jonge, degelijk opgeleide werknemers een goed onthaal krijgen op de werkvloer.

De doelstelling is om zo te komen tot een betere aansluiting tussen onderwijs en bedrijfsleven, een kwalitatieve en kwantitatieve verhoging van de instroom in bedrijven en de sector, een kwalitatieve invulling van knelpuntvacatures, een kwalitatieve verbetering van de vorming van cursisten en lesgevers en een verhoging van het aantal werkervaringsplaatsen.

De uitvoering van het globaal convenant wordt opgevolgd door een begeleidingscomité met vertegenwoordigers van de minister, het volwassenenonderwijs en de sociale partners binnen EDUCAM vzw.

De convenant werd ondertekend op een maandag 19 oktober na een rondetafelgesprek tussen de sector en het kabinet van onderwijs.

Georges De Batselier, ondervoorzitter ABVV-Metaal: “Het is belangrijk dat we de zaken die in deze convenant aanbod komen – aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt, de instroom in onze sectoren, het duaal leren, werkleerplek ervaringen – op een paritaire manier aanpakken. En samen met alle vormingspartners. Natuurlijk zullen wij als vakbond andere accenten en prioriteiten hebben dan de werkgevers, maar we hebben er allemaal belang bij dat er een goede instroom is van goed opgeleide werknemers. Als we daar samen voor zorgen en aan werken is de kans op succes alleen groter.”