Het mechanisme voor opleidingsinspanningen wordt opgeschort voor de jaren 2015 en 2016. Er komen in die periode geen bijkomende inspanningen van de ondernemingen, maar het niveau van de opleidingsinspanningen voor 2013 en 2014 moet wel behouden blijven. Deze aanpassingen komen er na een arrest van het Grondwettelijk Hof.

Financiële sanctie treft de onderneming

Alle werkgevers van de privésector moeten samen minstens 1,9 % van de totale loonmassa in opleiding investeren. Wordt die 1,9 %-doelstelling niet bereikt, dan moeten de werkgevers van de sectoren zonder cao die voorziet in bijkomende opleidingsinspanningen, een bijkomende werkgeversbijdrage betalen van 0,05 %.

De opleidingsinspanning wordt dus beoordeeld op sectorniveau, terwijl de financiële sanctie de onderneming treft.

Het Grondwettelijk Hof heeft op 23 oktober 2014 gezegd dat dit niet kan. Door deze maatregel kan het immers zijn dat een werkgever die wel voldoende opleidingsinspanningen levert, toch een verhoogde werkgeversbijdrage moet betalen, omdat hij tot een sector behoort die onvoldoende opleidingsinspanningen levert. De financiële gevolgen voor deze werkgever zijn onevenredig.

Wetgever schort op

De wetgever schort daarom de uitvoering van de regels voor opleidingsinspanningen op. Daarom bepaalt de nieuwe wet tot verbetering van de werkgelegenheid dat:

• de bijkomende werkgeversbijdrage van 0,05 % niet kan worden toegepast voor de opleidingsinspanningen die betrekking hebben op de jaren 2012, 2013 en 2014;
• de verplichting voor de sectoren om een cao over bijkomende opleidingsinspanningen te sluiten, wordt opgeschort voor de jaren 2015 en 2016;
• de bijkomende werkgeversbijdrage niet zal worden ontvangen voor de jaren 2015 en 2016 – dat is de periode van opschorting.

Let op! De wetgever bepaalt wel uitdrukkelijk dat het percentage van de opleidingsinspanningen dat werd bereikt in de periode 2013-2014 behouden moet blijven op hetzelfde niveau gedurende de periode van opschorting.

De zogenaamde 'stand-still' voor opleidingsinspanningen — voor de bijkomende inspanningen én de sancties — is een uitvoering van het sociaal akkoord 2015-2016. De sociale partners hebben zich geëngageerd om een 'nieuwe methodologie' uit te werken.

Tot slot kunnen we er nog op wijzen dat de opbrengst van de bijkomende werkgeversbijdrage sinds begin dit jaar wordt gebruikt voor de financiering van projecten die gericht zijn op risicogroepen. Voordien was het geld bestemd voor de financiering van het stelsel van het betaald educatief verlof.

In werking

Deze aanpassingen treden in werking op 27 april 2015. Dat is de dag van publicatie van de wet tot verbetering van de werkgelegenheid.

Bron: Wet van 23 april 2015 tot verbetering van de werkgelegenheid (art. 7 en 20 werkgelegenheidswet), BS 27 april 2015

Extra informatie:
- GwH 23 oktober 2014, nr. 154/2014
- Wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, BS 30 december 2005 (art. 30 van de generatiepactwet)

Nieuws - 27/04/2015
www.socialeye.be
Auteur
Steven Bellemans