Het forfait voor de aftrek van beroepskosten wordt opgetrokken. Hierdoor zien werknemers hun nettoloon stijgen. Dit is een compensatie voor de indexsprong.

Forfaitaire aftrek

Elke werknemer heeft recht op een forfaitaire aftrek van beroepskosten, tenzij hij zijn werkelijke beroepskosten bewijst uiteraard. Dit forfait wordt automatisch bepaald bij de berekening van de definitieve personenbelasting. De schalen van de bedrijfsvoorheffing houden rekening met dit forfait. Het bedrag is terug te vinden op het aanslagbiljet in de personenbelasting.

De verhoogde aftrek ondersteunt de koopkracht en compenseert op die manier het verlies van inkomen door de indexsprong. Vandaar dat de verhoging van de forfaitaire aftrek alleen geldt voor bezoldigingen van werknemers.

2015 en 2016

De verhoging van het forfait wordt in twee jaar doorgevoerd, namelijk: in 2015 en 2016. De nieuwe forfaitaire aftrek van beroepskosten is:
• deels van toepassing op de bezoldigingen van werknemers die worden betaald of toegekend vanaf 1 januari 2015; en
• in zijn geheel van toepassing op de bezoldigingen van werknemers die worden betaald of toegekend vanaf 1 januari 2016.
Schalen

De nieuwe schalen voor de bedrijfsvoorheffing werden op 16 december gepubliceerd in het Staatsblad – dit is de zogenaamde 'bijlage III'. Dat zijn loontabellen waarin men de verschuldigde bedrijfsvoorheffing kan lezen. De schalen zijn van toepassing vanaf 1 januari 2015. De verhoging van de forfaitaire beroepskosten wordt onmiddellijk toegepast in die schalen.

Het kostenforfait wordt vanaf 2015 zodanig aangepast dat iemand met een laag inkomen meer voordeel krijgt. Voor iemand met een belastbaar loon van 20.000 euro zou het voordeel in 2016 270 euro bedragen, terwijl dit voordeel voor de hoogste lonen slechts 130 euro zou zijn.

Bedragen

Inkomstenjaar 2014 — aanslagjaar 2015

Percentage - Schijven in euro

28,70% - 0 tot 3.750
10% - 3.750 tot 7.450
5% - 7.450 tot 12.400
3% - boven 12.400
(maximumbedrag forfaitaire beroepskosten: 2.592,50 euro)

Inkomstenjaar 2015 — aanslagjaar 2016

Percentage - Schijven in euro
29,35% - 3.775
10,50% - 3.775 tot 7.450
8% - 7.450 tot 12.700
3% - boven 12.700
(maximumbedrag forfaitaire beroepskosten: 2.676,25 euro)

Inkomstenjaar 2016 — aanslagjaar 2017

Percentage Schijven in euro
30% - 3.800
11% - 3.800 tot 13.000
3% - boven 13.000
(maximumbedrag forfaitaire beroepskosten: 2.760 euro)

We halen nog een voorbeeld aan om de aanpassing van de schalen voor de bedrijfsvoorheffing aan te tonen. Een alleenstaande verdient een brutoloon van 3.500 euro per maand:

Inkomsten 2014 - Inkomsten 2015
Brutoloon:  3.500 - 3.500
RSZ-bijdragen: 57,45 - -457,45
Belastbaar loon: 3.042,55 - 3.042,55
Bedrijfsvoorheffing:  -956,26 - -941,80
Bijzondere bijdrage RSZ: -35,31 - -35,31
Nettoloon: 2.050,98 - 2.065,44

Er is in dit geval dus een maandelijks verhoging van het nettoloon met ongeveer 15 euro. Volgend jaar zal er opnieuw een verhoging volgen.

De impact van de verhoging van de forfaitaire beroepskosten is groter naargelang het loon lager is. De percentages zijn gevoelig hoger voor de lagere lonen.

Bron: Programmawet van 19 december 2014, BS 29 december 2014 (art. 2 - 4 PW 2015)

Extra informatie:
- Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (artikel 51 WIB 1992)
- Koninklijk besluit van 10 december 2014 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing, BS 16 december 2014

Nieuws - 08/01/2015 en 16/01/2015
www.socialeye.be
Auteurs
Steven Bellemans
Bernard Mariscal