Vandaag doet het Grondwettelijk Hof een uitspraakover het onderscheid tussen het arbeiders en bediendestatuut. De kans is reëel dat het Hof het onderscheid discriminerend en dus ongrondwettelijk noemt. Indien dit gebeurt kunnen de arbeiders met het arrest in de hand hun gelijk halen via de rechtbank. Aanleiding voor de tussenkomst is een prejudiciële vraag door de arbeidsrechtbank van Brussel, naar aanleiding van een geding aangespannen door Georges D. tegen zijn ex-werkgever (kledingfabrikant Bellerose). Georges D. nam het niet dat hij als arbeider een kortere opzegvergoeding kreeg dan deze van de bedienden.

Indien het Grondwettelijk Hof deze uitspraak doet, dan zal de wetgever deze uitspraak in nieuwe wetten moeten omzetten. Naar aanleiding van de afgesprongen IPA onderhandelingen had de regering Leterme al nieuwe regels opgesteld. Analyses door gespecialiseerde advocaten bestempelden deze reeds als te weinig. In 1993 verklaarde het toenmalig Arbitragehof het onderscheid ook al discrimineren. In de formateursnota van Di Rupo staat enkel dat “de eenmaking van het statuut arbeiders-bedienden zal moeten worden voortgezet, teneinde de werknemers beter te beschermen”.