Kamerlid Meryame Kitir (sp.a) wil dat de prestatiepremie die werknemers krijgen, indien ze bijvoorbeeld een bepaald resultaat halen, tot een hoger bedrag van belastingen is vrijgesteld dan vandaag het geval is. De programmawet van eind 2012 bepaalt immers dat werknemers voortaan een solidariteitsbijdrage op die premie moeten betalen. Door het bedrag dat is vrijgesteld van belastingen te verhogen, wil Kitir ervoor zorgen dat de werknemers netto evenveel overhoudt.

'Bij Ford kregen de werknemers bijvoorbeeld een premie als ze een bepaald aantal wagens produceerden op een jaar', verduidelijkt de Vlaamse socialiste. Het gaat om een zogenaamd niet-recurrent resultaatsgebonden voordeel, dat tot een bepaald drempelbedrag niet als loon wordt beschouwd. De programmawet van 27 december 2012 heeft dat bedrag opgetrokken van 2.200 naar 3.100 euro per jaar. Enkel het gedeelte boven die drempel wordt onderworpen aan de berekening van de gewone bijdrage aan de sociale zekerheid. Wel moeten werknemers voortaan een solidariteitsbijdrage van 13,07 procent betalen.

Om te voorkomen dat daardoor zou worden geraakt aan het fiscaal voordeel voor de werknemers, stelt Kitir voor ook in de fiscale wetgeving het drempelbedrag op dezelfde manier op te trekken zoals is gebeurd voor de socialezekerheidswetgeving. Haar wetsvoorstel krikt dat drempelbedrag in het Wetboek van de Inkomstenbelasting op van 2.200 naar 2.695 euro. Dat komt neer op het nieuwe drempelbedrag van 3.100 euro uit de socialezekerheidswetgeving verminderd met de 13,07 procent solidariteitsbijdrage.

'We willen in geen geval raken aan de prestatiepremie', benadrukt de sp.a'ster. 'We moeten garanderen dat de werknemer netto minstens evenveel overhoudt van zijn prestatiepremie.'