Juridisch 

 

Juridische info voor de militant

 

Een nieuwe Europese richtlijn dwingt lidstaten tot de invoering van een minimumloon dat een fatsoenlijk bestaan garandeert en collectief onderhandelen naar voren schuift als middel om dat te realiseren. Het voorstel werd met een overweldigende meerderheid goedgekeurd (505 ja-stemmen tegen 92 nee-stemmen en 44 onthoudingen).
Voor wie bedoeld?

De nieuwe richtlijn zal gelden voor alle werknemers, of mensen die in ondergeschikt verband werken, tenzij er reeds collectieve overeenkomsten bestaan in het land waar je werkt én die ten minste 80 % van de werknemers beschermen.
In dat het geval ben je als lidstaat niet verplicht om dit minimumloon (opnieuw) in te voeren, noch om dit algemeen toepasbaar te maken. In het andere geval zal het land in kwestie die situatie moeten rechttrekken door vijfjaarlijks actieplannen op te maken.


Hoe hoog zal het loon zijn?
De hoogte van het minimumloon moet door iedere lidstaat zelf worden bepaald aan de hand van de koopkracht van de werknemers en de verdeling van de lonen in de buurlanden. In realiteit zal dit loon dus voor iedere lidstaat verschillen, maar het moet wel regelmatig geëvalueerd worden, bijv. met het oog op inflatie.
De richtlijn suggereert 50 % van het gemiddelde minimumbrutoloon en 60 % van het mediaan brutoloon, maar dat is enkel een vingerwijzing (een niet-bindende doelstelling) en bijgevolg geen verplichting om te volgen. Elke lidstaat blijft immers vrij in de invulling van de richtlijn.

Hoe zal het minimumloon gerealiseerd worden?
De richtlijn (considerans 23) onderstreept dat collectief overleg onontbeerlijk is om te verzekeren dat werknemers worden beschermd door een minimumloon waardoor een voldoende levensstandaard wordt gewaarborgd.
Het oorspronkelijke voorstel was een van de speerpunten van de Commissie-Von der Leyen en kadert in het streven naar een socialer Europa. Het voorstel werd op 14 september goedgekeurd door het Europese parlement en moet binnen twee jaar omgezet worden in nationale wetgeving, hoewel ook de sociale partners kunnen worden belast met de omzetting.

Waarom is dit belangrijk?
Ondanks onze sectorale minimumlonen is, volgens de definitie van de richtlijn, één op zeven werknemers aan een laag loon tewerkgesteld wat zou moeten worden opgetrokken. Doordat de situatie in bepaalde buurlanden nog schrijnender is, zal de opwaartse beweging van de lonen daar bovendien een positieve impact hebben op onze loonnorm.
Daarnaast stelt de richtlijn duidelijk dat los van de cao-dekkingsgraad, collectief onderhandelen moet worden bevorderd. Ze legt bovendien maatregelen op om zowel werknemers als hun vertegenwoordigers te beschermen tegen negatieve gevolgen en acties van hun werkgever bij het afdwingen van dit recht.

Voor meer uitleg verwijzen we je graag naar dit artikel van de Minerva-Denktank