In gesprek met... Vincent Deganck

Enkele maanden geleden kreeg ik – als voorzitter van het IndustriAll Europe Youth Network – een uitnodiging van de Europese Chemiesector om aanwezig te zijn op een conferentie over de digitale transformatie in de chemiesector. Er werd me gevraagd om mee met hen in debat te gaan over hoe die digitale transitie dient te worden aangepakt vanuit het oogpunt van IndustriAll Europe Youth.

De setup op zich was behoorlijk merkwaardig maar evengoed een reden om in te gaan op deze uitnodiging. Met verschillende vakbonden en werkgeversorganisaties die binnen de Europese chemiesector actief zijn, het Europese Chemie Jeugd Netwerk, academici, professoren en politici (Ulla Saar, de Estse minister van Sociale zaken en Isabelle Laurent, lid van de Europese Commissie) was er een talrijk en divers publiek aanwezig. Het gebeuren werd georganiseerd door IndustriAll Europe (Europese Federatie voor vakbonden uit de chemie, textiel en metaalsectoren) en ECEG (de Europese werkgeversfederatie voor de Chemiesector).

Deze conferentie vond niet toevallig plaats in Tallinn, de hoofdstad van Estland. Inzake digitale vooruitgang is Estland een voorloper in Europa. Zo voerde men er al in 2014 het digitaal burgerschap in. Je kan dus digitaal burger van Estland worden zonder er een fysieke band mee te hebben. Een bedrijf registreren kan er eveneens online. Sinds het invoeren van dit systeem telt men er meer dan 3000 online geregistreerde bedrijven, meer dan 20.000 e-burgers uit meer dan 138 landen. Uiteindelijk telt Estland slechts 1,3 miljoen inwoners en telt het op twee na (Ierland en IJsland) de meeste startups van Europa. Alle diensten zijn er aangesloten op één overheidsportaal. Slechts voor het trouwen, scheiden en de verkoop van een woning moet je er u nog fysiek verplaatsen. Van medische gegevens tot het aantal huisdieren: alles is digitaal geregistreerd en raadpleegbaar. Dus om een beeld te krijgen hoe de nabije digitale toekomst er zal uitzien, is Estland toch één van de bestemmingen om in de gaten te houden.

Iedere aanwezige, zowel werknemers als werkgevers, wezen erop dat het er in eerste instantie op aankomt om de ongelijkheid niet verder te doen toenemen. Ongelijkheid tussen landen, bevolkingen, grote en kleine ondernemingen, werknemersgroepen en verschillende opleidingsniveaus. Een verregaande sociale dialoog zoals tijdens deze conferentie moet hier waakzaam voor zijn en daarop inspelen. Evenzeer zal enkel een sterk en meer Europa het verschil kunnen maken tussen digitale transitie of digitale ondergang. Uiteindelijk zal de uitkomst van deze oefening ook de machtsverhoudingen op de wereldeconomie gaan bepalen. Kunnen we het risico lopen dat autoritaire staten zoals China of Rusland, die digitalisatie, artificiële intelligentie ,… inzetten om hun burgers te controleren en te manipuleren, het voortouw nemen in deze mondiale digitale transformatie?

De digitale en technologische evolutie dient gedemocratiseerd te worden. Er dient nu al te worden bepaald welke taken we kunnen uitbesteden en technologie en welke niet. Het debat gaat over ook over de ethiek van technologie. Gaan we robots humaniseren of mensen robotiseren? In de industrie dreigt het vooral dat laatste te worden. Werknemers die slaafs de handelingen van de robots dienen uit te voeren. In deze optiek kan ik alvast het boek “Homo Deus” van Harari aanraden.

In nog geen eeuw tijd heeft de wetenschap grotere sprongen gemaakt dan in de gehele voorgaande geschiedenis. We kunnen door middel van IVF zelf leven creëren, de kans op overlijden voor uw 18e was nog nooit zo laag als vandaag, enkele vreselijke ziektes die men in de 12e eeuw nog als een straf van God zag werden uitgeroeid en globaal gezien sterven er meer mensen aan teveel McDonalds-porties dan aan verhongering.

Maar één ding heeft de vooruitgang nog niet kunnen wegwerken, dat is de ongelijkheid. Waar welvarende mensen vandaag een gebalanceerde maaltijd op basis van bijvoorbeeld gestoomde groeten met tofu eten, stillen de armste hun honger met fastfood en dus een teveel aan eiwitten, vetten en suikers. Dus ongelijkheid is er en blijft er, al uit zich dit dan in een andere vorm. Laten we nog langer toe dat de mensen van Google, Amazon of Facebook meer macht claimen dan de president van de Verenigde Staten en daar slechts zeer beperkt verantwoording voor hoeven af te leggen? Uiteindelijk hebben deze samen wellicht meer informatie over ons verzameld dan de MI6- diensten in de allerbeste Bond-film.

Het debat over digitalisatie overstijgt al enige tijd het vraagstuk over de toekomst van werken. Het gaat over ons samenlevingsmodel en wie daarin welke macht mag of kan hebben.

Vincent Deganck

Delegee bij Vandewiele

Andere blogs van Vincent

Als de collega's je leven redden
Wat als je twee handen het niet meer doen
De kerstman bestaat niet (en Sinterklaas trouwens ook niet)
"Een bitje... en nie betoale"