In gesprek met... Vincent Deganck.

Het is maandag 22 januari. Net zoals iedere andere werkdag parkeer ik mijn wagen rond 7.20 uur op de parking van het bedrijf, waarna ik samen met een collega richting kleedkamer stap. Eens onze werkkledij aan, begeven we ons naar de werkplaats waar we bij de stempelklok nog even nakeuvelen over het voorbije weekend en de eerste competitiewedstrijden voetbal na de winterstop.

Na het eerste belsignaal vertrekt iedereen zoals gewoonlijk naar zijn werkpost. Onderweg komen we collega’s van de ochtendploeg tegen die al bezig zijn van 5 uur. Zo ook F., een Franstalige collega met Italiaanse roots die één werkpost verder dan de mijne aan het werk is. Net als altijd haal ik dan de enige drie woorden Italiaans die ik ken boven om hem te begroeten: “Buongiorno, come stai?” Hij antwoordt mij zoals quasi iedere dag met dezelfde woorden: “Bene, bene.” Veel verder reikt men Italiaans niet, overige conversaties voeren we gewoon in het Frans. Een ritueel dat toch al meer dan een jaar stand houdt, want F werkt nog geen 2 jaar bij ons in het bedrijf.

Om 8 uur was ik, net zoals iedereen, al begonnen aan mijn dagtaak. Tot plots Polleke, onze Poolse heftruckbestuurder, mij in alle paniek riep om vlug te komen. Bij het verlaten van mijn werkpost zie ik meteen F. bewusteloos liggen op de grond. Het was meteen duidelijk dat er iets zeer ernstigs aan de hand was. Het vermoeden ging onmiddellijk in de richting van een hartinfarct. Intussen hadden twee andere collega’s er een EHBO-verzorger bijgehaald en via de noodknop de andere verzorgers uit het bedrijf verwittigd. Binnen de minuut werden de hulpdiensten verwittigd en snelden een collega en ikzelf richting toegang van het bedrijfsterrein om de hulpdiensten de juiste locatie te kunnen aantonen bij hun aankomst. De spoeddienst van AZ Groeninge ligt via de R8 slechts op één afrit van het bedrijf, maar er moet een verkeerswisselaar gepasseerd worden en om 8 uur is er uiteraard veel verkeer op de weg. Niettegenstaande staan de hulpdiensten 10 minuten later ter plaatse.

Bij aankomst van de ambulance en het medisch urgentieteam zijn de EHBO-verleners intussen bezig met het reanimeren van F. met behulp van een AED-toestel. Het ziet er niet goed uit en er wordt gevreesd voor het leven van F.

Terwijl de hulpdiensten de zorgen overnemen, zorgt de afdelingsleiding ervoor dat iedereen wegblijft van het hele gebeuren. Eenmaal F. met de hulpdiensten werd overgebracht naar het ziekenhuis, werden alle werknemers van de betrokken afdeling verzocht om zich naar de refter te begeven. Koffie en water zijn voorzien.

Intussen was de vertrouwenspersoon van Vandewiele vertrokken naar het ziekenhuis om daar de familie van F. op te vangen.

In de refter bleef de HRM in nauw contact met de vertrouwenspersoon in het ziekenhuis om de situatie op te volgen en om iedereen hiervan meteen te kunnen verwittigen. In alle eerlijkheid waren er op dat moment maar weinig die nog hoop hadden op een goede afloop.

Er wordt intussen ook nagedacht voor bijstand en hulp voor collega’s en verzorgers die alles van dichtbij hebben meegemaakt en die het hier mogelijks moeilijk mee zouden hebben. In dit hele proces worden zowel een ACV-afgevaardigde, die mede dankzij zijn ervaring als vrijwillige ambulancier/brandweerman een belangrijke rol heeft gespeeld, en ikzelf als ABVV-afgevaardigde en dichte collega bij iedere stap betrokken.

Na enige tijd sijpelt het nieuws door dat de toestand van F. gestabiliseerd, maar nog steeds kritisch is. Daarop wordt beslist om het werk te hervatten. Wie door het gebeuren te sterk is aangegrepen, krijgt de kans om het bedrijf te verlaten en er wordt verwezen naar de interne en externe diensten waarbij er kan worden aangeklopt om een eventueel verwerkingsproces te bevorderen.  Tot slot spreken we met de HRM af om rond 12.45 uur nog eens met alle werknemers van de afdeling samen te komen om op de hoogte gesteld te worden van een eventuele update.

Bij dit schrijven evolueert de situatie van F in de positieve zin.

Zowel de eerste reactie van de collega’s die er meteen bij waren, de aanwezigheid van een goed opgeleide EHBO-ploeg, de recente investering in AED-toestellen als de koelbloedigheid in handelen van iedereen heeft het verschil gemaakt voor F. Want als we eerlijk zijn, had hetzelfde voorval in een andere situatie, plaats of tijdstip waarschijnlijk fataal geweest.

Daarnaast verliep de zorg, opvang en communicatie naar de werknemers van de afdeling op een manier die enkel maar lof en complimenten verdient.

Met deze blogtekst wil ik aantonen dat welzijn en gezondheid op het werk zich niet beperkt tot het voorkomen en beperken van arbeidsongevallen en discutabele arbeidsomstandigheden. De ruimdenkendheid inzake preventie, zoals investeren in aankoop van AED-toestellen en voldoende EHBO-opleidingen zijn, ongeacht de kostprijs ervan, bij deze terugbetaald.

2018 zou voor Vandewiele het jaar worden waarbij ze de tapijtmarkt zouden verbazen met een revolutionaire machine die men op de markt ging brengen. Voor mij is het alvast het jaar waarin we als organisatie erin geslaagd zijn om een collega zijn leven te redden, iets waar we terecht trots mogen op zijn, een gegeven dat een eervolle vermelding verdient.

Vincent Deganck
Delegee bij Vandewiele

Andere blogs van Vincent

Wat als je twee handen het niet meer doen

De kerstman bestaat niet (en Sinterklaas trouwens ook niet)

"Een bitje... en nie betoale"