de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

In gesprek met ... Voorzitter Georges De Batselier.

Het schooljaar is afgerond, de zomervakantie voor de meesten ingezet en velen onder ons genieten alvast van de vakantieperiode in vreemde oorden of in eigen land. Het weer is hier alvast zonniger en beter dan het politiek-sociaal klimaat. Het was hard ontwaken op de zesentwintigste mei. Vijf jaar rechts en asociaal beleid leidde weliswaar tot een afstraffing van de rechtse regering-Michel en tot één van de zwaarste afstraffingen voor een regeringspartij, met name de N-VA, van de laatste decennia. Alleen waren het niet de progressieve partijen die de uiteindelijke winst mochten claimen. Het schamele procentje meer kan niet verbergen dat zesentwintig mei bruiner was dan zwarte zondag in ‘91. Ook al heeft men de bokshandschoenen tijdelijk ingeruild voor afgelikte maatpakken.

Er zijn de afgelopen weken vele analyses gemaakt, maar de pijnlijke constatering blijft dat de angst en de onzekerheid van de mensen blijkbaar niet door ONS is beantwoord, maar wel door anderen. Door een handige politieke framing is De Wever erin geslaagd om van de overwinning van Vlaams Belang zijn overwinning te maken en zijn eigen nederlaag te verhullen. Welke analyse we ook maken, het neemt niet weg dat we met een antwoord zullen moeten komen in Vlaanderen. Het is immers goed dat er in Wallonië linkser of progressiever is gestemd, maar wij zijn verantwoordelijk voor wat er hier gebeurt.

Hoe gaan we op zoek naar dat antwoord? Niet door rechts achterna te lopen, niet door onze waarden op te geven, maar ook niet door de mensen die op N-VA en VB gestemd hebben, en daar zijn veel van onze leden bij, te negeren. Terug de Internationale boven halen zou misschien al helpen: ‘Die rechten eist heeft ook z’n plichten en wie zijn plicht doet die heeft recht.’ Het is de basis van elke vorm van samenleven. Er is niets mis met onze waarden, we moeten er alleen voorstaan en ze durven invullen. En we zullen daarbij altijd opstaan tegen diegenen die ongelijkheid, onrechtvaardigheid, discriminatie en polarisatie voorstaan.

We weten maar al te goed dat de angst en de onzekerheid van de mensen ook, en misschien wel vooral, een sociale en economische angst is, meer dan een culturele. Daar een antwoord opgeven zou in de eerste plaats een opdracht van links en dus van de arbeidersbeweging moeten zijn. We hebben ons van die opdracht gekweten. Alleen misschien niet op de juiste manier. Koopkracht, werkzekerheid, werkbaar werk, een fatsoenlijke eindeloopbaan, pensioenen, combinatie woon-werk, een eerlijke verdeling van de lasten,... We hadden de thema’s voor het oprapen. Alleen hebben we er telkens opnieuw een sprint van gemaakt, terwijl het om een marathon ging. En toen het er echt toe deed, toen het om de knikkers ging, was iedereen moe. En opnieuw, zijn, anderen, valselijk, met onze thema’s, onze bekommernissen, onze strijd gaan lopen.

Desondanks hebben we de afgelopen maanden geprobeerd om ons werk verder te zetten, in de bedrijven en in de sectoren. Ook al moeten sommige technische comités zich nog uitspreken, we zijn meer dan tevreden dat we in al onze sectoren een ontwerpakkoord hebben afgesloten. Wil dat ook zeggen dat we volledig tevreden zijn over de akkoorden? Neen, natuurlijk niet. Het carcan waren we opgesloten zaten, door de wet van ‘98, was niet ons carcan, maar wel een gevangenis. De maximale marge van 1,1% was en is veel te weinig. Net als bij het IPA sta je dan voor die onmogelijke keuze. Zet je een mogelijk akkoord dat alle werknemers, ook deze in de kleine bedrijven, dekt op de helling of niet?

En dus hebben we de loonmarge zo maximaal mogelijk ingevuld evenals de mogelijkheden rond SWT, tijdskrediet en landingsbanen. Dankzij onze Fondsen van Bestaanszekerheid komen we tussen in de kosten van kinderopvang. Inzake opleiding, werkbaar werk en mobiliteit werden in verschillende sectoren stappen vooruit gezet. En in het PC 111 hebben we een groeipad dat ervoor zorgt dat de minimumlonen automatisch zullen klimmen tot 14 euro.

Dus we zijn tevreden dat we op een al bij al korte periode in tien sectoren onze verantwoordelijkheid hebben opgenomen. En dat is niet onbelangrijk. Het is enkel en alleen door het feit dat zoveel werknemers in België gedekt zijn door een cao dat we weerstand kunnen bieden aan de toenemende ongelijkheid. Het is niet voor niets dat rechtse partijen, ook diegenen die voor de schijn een minimumpensioen van 1500 euro eisen, komaf willen maken met ons stelsel van sectorale akkoorden en alles willen doorschuiven naar het bedrijf.

Ten slotte zijn er binnen klein jaar sociale verkiezingen. Sociale verkiezingen worden natuurlijk gewonnen in de bedrijven, op de werkvloer. Alles begint en eindigt met het dagelijks syndicaal werk. Hoe verzilveren we het goede werk dat we de afgelopen jaren geleverd hebben? Hoe zorgen we ervoor dat werknemers voor ons kiezen? Dat is belangrijk werk voor het volgend sociaal jaar. Uitdagingen en werk voldoende dus tussen nu en mei 2020. Maar voor we met goede moed aan dat nieuwe syndicale jaar beginnen, hebben we eerst nog vakantie. Maar ook hier, voor wie het zich kan veroorloven. Want voor veertig procent van de Belgen is dat niet het geval. Thuis of ver weg, ABVV-Metaal wenst alle werknemers een deugddoende vakantieperiode.

Georges De Batselier
Voorzitter