de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

In gesprek met ... Georges De Batselier.

Eind vorige maand kondigde de Amerikaanse president Trump importtarieven aan op Europees staal en aluminium. Tarieven die respectievelijk 25 en 10 procent bedragen. Na een algemene politieke verontwaardiging diende de Europese Commissie enkele dagen later officieel een klacht in bij de Wereldhandelsorganisatie WHO tegen de Amerikaanse 'illegale en protectionistische invoerheffingen'. Europa was voorbereid, want de beslissing om deze tarieven in te voeren stond in de sterren geschreven. Het ging immers om een zoveelste kortetermijnbeslissing van Trump, die opnieuw een alternatieve realiteit creëert om zijn eigen politieke verhaal te staven, of is er meer aan de hand?

Was het al niet de toenmalige president Bush die in 2002 soortgelijke importheffingen oplegde? Die hij trouwens na anderhalf jaar al weer introk op vraag van de Amerikaanse staalverwerkende sector zelf, die de nadelige effecten ervan ervoer. Maar niet enkel Amerika speelt met overheidsmatige ingrepen onder het twijfelachtig argument van eigen tewerkstelling eerst. Het is niet langer dan van 2016 geleden dat er in Brussel meer dan 5.000 werknemers én werkgevers van de Europese staalindustrie betoogden. Zij (wij) protesteerden toen - samen - tegen de invoer van goedkoop Chinees en Russisch staal. Een invoer die alle tekenen had van dumping wegens overheidssubsidies, waardoor 330.000 Europese banen bedreigd werden in heel Europa. Ook toen reageerde de Europese Commissie, weliswaar heel wat trager, door meer dan honderd maatregelen uit te vaardigen om de oneerlijke concurrentie van Chinees en Russische staal op de Europese markt tegen te gaan.

Wat Amerika vandaag betreft: de staalbedrijven in ons land voeren jaarlijks 150.000 ton staal rechtstreeks uit naar de VS. Dat cijfer is amper 2 procent van alle leveringen van Belgisch staal zou je kunnen zeggen. Evenwel dreigt dit volgens het Belgisch Staalindustrie Verbond voor sommige bedrijven een omzetverlies van 10 à 15 procent te veroorzaken. Technologiefederatie Agoria schat de schade voor de hele Belgische economie op 250 miljoen euro. We mogen bovendien niet vergeten dat onze bedrijven ook veel toeleveren aan de Duitse economie, die op zijn beurt uitlevert aan de VS, waardoor het reële effect ernstiger is dan op het eerste zicht zou lijken.

Volgens economen zijn de maatregelen inzake staal en aluminium eigenlijk een opwarmertje voor een strijd om de sector waar het eigenlijk over gaat: de autosector. Wij als vakbond zien een nog veel breder beeld: dat van een economie die oneerlijk ondersteund wordt door staten, van een wereldwijde overcapaciteit en groeivertraging, van een overdreven opdrijven van prijzen als een gevolg van te weinig lokaal te denken. Regionale en lokale overheden kunnen o.i. nog altijd een tandje bijsteken als het gaat om plaatselijke ontwikkelingen en aanbestedingen. Sluisdeuren hoeven niet per se te worden ingevoerd. Niet alle producten hoeven de wereld rond te reizen. Je kunt ook lokaal verankeren en evenwichtig internationaal georiënteerd zijn.

Het is Trump en de zijnen alleen te doen om de eigen economie eerst. Punt. Een nationalistische en conservatieve houding die absoluut niet past in de economie en de arbeidsrelaties van vandaag waar alles met iedereen verbonden is. Dergelijke eenzijdige houdingen riskeren tot escalaties en instabiliteit op wereldschaal te leiden. En daar is noch de Vlaamse, de Belgische, de Europese, maar ook niet de Amerikaanse werknemer mee gediend. Het is beschamend dat een wereldleider zorgt voor verdeling i.p.v. vereniging. Het is ronduit onwaardig om 50 jaar van overleg met 280 tekens weg te gooien. En gevaarlijk bovendien.

Georges De Batselier
Voorzitter ABVV-Metaal