de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

In gesprek met ... Georges De Batselier.

Het brugpensioen is op sterven na dood. We merken het in onze bedrijven, in onze Fondsen voor Bestaanszekerheid die een aanvullende vergoeding uitkeren, het SWT wordt duidelijk een exclusiviteit. Er zijn niet alleen de leeftijds- en de loopbaanvoorwaarden die verstrengen, maar wie vandaag nog kan vertrekken, riskeert een hap uit zijn of haar pensioen met dank aan minister Bacquelaine.

We moeten met zijn allen tot 67 en wie weet nog langer werken. Voor het ogenblik is er geen alternatief dat het mogelijk maakt om vroeger te stoppen. Erger nog, geen enkele beleidsverantwoordelijke getroost zich momenteel de moeite om een vooruitzicht uit te werken voor de arbeiders en arbeidsters die met zicht op het einde van hun loopbaan, wat vroeger zouden willen stoppen, gewoon omdat het fysiek niet meer kan.

En dit alles terwijl een minister van Pensioenen wat aanmoddert met de zware beroepen in de openbare diensten. Politiek-strategisch moeten de werknemers in de openbare diensten het dringendst gesust worden, want de loopbaan van een ambtenaar is een gevoelig kiesthema.

Wij vakbonden hebben nochtans ons steentje bijgedragen in de discussie over de modaliteiten van het zwaar beroep. We stapten af van het principe dat elke metallo sowieso een zwaar beroep uitoefent. Wij waren bereid om op zoek te gaan naar een reeks  objectieve parameters zoals bijv. weer en wind, giftige dampen, lastige nachtploegen en stress. Stuk voor stuk reële arbeidsvoorwaarden voor een metallo. Met veel moeite raakten we het eens met de werkgevers over de 4 kapstokken waaraan een zwaar beroep kan opgehangen worden, met name de belastende arbeidsomstandigheden, de organisatie van het werk, de veiligheidsrisico’s en de mentale en emotionele belasting. De vakbonden kwamen met een voorstel van een objectieve meting omtrent deze 4 factoren, maar de werkgevers gaven hun negatieve duim. De regering zou dit zoals gewoonlijk wel oplossen in hun voordeel en de vakbonden zouden in één adem als niet-constructieve partners afgeschilderd worden.

En zo geschiedde het, in handen van deze regering werd de discussie over de zware beroepen plots omgedoopt tot een budgettaire kwestie: “Met een zwaar beroep wat vroeger stoppen, dat kan nog net, maar niet te vroeg en zeker niet met een hoger pensioen.” En aangezien een kleine taart niet in 4 grote stukken verdeeld kan worden, vrezen wij het ergste voor de metallo’s en bij uitbreiding voor alle werknemers in de industrie. Onze pensioenen behoren al tot de laagste van Europa en dat zwaar beroep kan er duidelijk niet meer af.

Opvallende afwezige in deze discussie is Agoria, de grootste werkgeversfederatie in de metaalnijverheid. Zij wegen noch op de discussie onder de sociale partners, noch op de immobiliteit van minister Bacquelaine. Nochtans kennen wij hen doorheen de jaren, tijdens de onderhandelingen en op andere momenten, als de fervente verdedigers van het statuut van de ‘metallo’. Zo hebben zij destijds, zelfs vóór enig wetgevend initiatief, groot ingezet op ons sectoraal aanvullend pensioen. Ik vraag mij af of zij vandaag nog kunnen en willen wegen op het debat van het zwaar beroep?

En dit is meteen een oproep aan zij die het horen willen: het geduld van onze delegees, onze militanten en onze leden raakt op. Zij en hun collega’s mogen niet meer met brugpensioen en er is geen enkel alternatief in het vooruitzicht. Reken maar dat zij deze boosheid aan hun jongere collega’s zullen overbrengen!

Georges De Batselier
Voorzitter