de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

In gesprek met... Herwig Jorissen

Op ons congres in 2013 lanceerden we de studie “Naar een nieuwe industrialisering: een kringloopeconomie binnen de context van duurzame ontwikkeling”. Het rapport stelde dat “ons land zich moet inschakelen in een economie die (bijna volledig) georganiseerd is op het continent Europa, van de Oeral tot Gibraltar. De stromen van en naar het Globale Zuiden zullen steeds meer (moeten) worden ingeperkt. Het productie- en consumptiesysteem zal zich binnen die kringloopeconomie moeten ontwikkelen. Het is enkel en alleen op die manier dat in de (nabije) toekomst nog zal kunnen worden voorzien in de noden van de samenleving: voeding, kleding, huisvesting, ontspanning, verplaatsing … Dit betekent ook het opnieuw uitvinden van de industrialisatie in ons land.”

Het leek voor velen een ver-van-mijn/ons-bed-show. OK, de grondstoffenreserves zijn eindig én de milieu-impact van de neem-maak-dump-economie (de ontginning, verwerking, productie, consumptie en afvalstromen) is enorm. En dat het hoog tijd was om onze afvalproducerende economie te herzien, daar was ook iedereen het over eens, maar verder leken begrippen als ‘kringloopeconomie’ toch vooral een ‘zachte’ bijklank te hebben: we recycleren, dus we leven (anders).

Op 21 november, de dag van de circulaire economie, stelde Agoria, patroonfederatie van de technologische industrie, dat een circulaire economie (‘een economie waarin geen eindige grondstoffen uitgeput worden en waarin reststoffen opnieuw gebruikt worden, een economie die zicht richt op het sluiten van kringlopen’) in België tegen 2020 voor 36.000 extra banen en 3,6 miljard euro extra toegevoegde waarde kan zorgen. Dat is een stijging van 0,79 procent van de Belgische werkgelegenheid. Volgens Agoria zouden  20.000 van die banen en 1,8 miljard euro van die toegevoegde waarde afkomstig zijn van productiebedrijven uit de technologische sector. Dit zou een extra groei van 6,4 procent betekenen in de technologische industrie.

Het was een persbericht van Agoria dat noch de kranten, noch de andere media haalde. Waarschijnlijk omdat het niet over loonkost of verlaging van de vennootschapsbelasting ging, maar slechts over 20.000 jobs tegen 2020 in de technologische industrie. 2020, dat is dus tegen morgen, bij wijze van spreken.

Dus dat niemand zegt dat we ons niet bezig hebben gehouden met de toekomst en dat de vakbond conservatief is. Het probleem is misschien dat we ons iets te vroeg hebben bezig hebben gehouden met de toekomst. Want de ‘fabriek / industrie van de toekomst’ zal circulair zijn. Wat de drijfveren ook mogen zijn – materiaalkosten verminderen, uit noodzaak, veranderende klanteneisen, de ecologische voetafdruk verkleinen.

 Om de transitie naar een circulaire economie te realiseren is er nood aan een industrieel beleid dat hiervan een speerpunt maakt. Tegelijkertijd moeten er maatregelen komen die ervoor zorgen dat deze transitie op een sociaal-rechtvaardige wijze gebeurt. Maar misschien is dat wel net te veel gevraagd van deze regeringen. Sociaal rechtvaardig is een begrip dat ze niet kennen.  En een duurzame visie is moeilijk te verwachten van een beleid dat er nog altijd niet in geslaagd is om een Energiepact te sluiten. Als het waar is dat de toekomst begint met de maatregelen die we vandaag nemen, dan ziet de toekomst er met dit beleid donker en somber uit. Ook daarom moet ‘circulaire economie’ een vakbondsthema zijn.

Herwig Jorissen
Voorzitter

Wie meer wil lezen:

- Actualisering van de studie 2013: situatie metaalsector België en Vlaanderen

- Industrie 4.0 gaat circulair