de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

In gesprek met... Herwig Jorissen

Bij de voorstelling van de halfjaarlijkse conjunctuuranalyse kondigde Agoria, de patroonfederatie van de technologische industrie fier aan dat de technologiebedrijven in ons land in de periode 2016-2018 een 10.000 extra jobs gecreëerd hebben. Dit jaar gaat het om 2300 jobs. Voor de rest van het jaar verwacht Agoria een verdere jobcreatie van 3000 bijkomende banen, maar zullen er ook 3200 verdwijnen bij Caterpillar en zijn toeleveranciers. In 2018 verwacht Agoria een stijging van alweer 3600 jobs. De totale omzet stijgt met 3 procent (de digitalisering zorgt zelfs voor een omzetstijging van 6,5 procent in de ICT-activiteiten) en voor het eerst in 25 jaar stijgt het marktaandeel in de export.

Cynici zouden kunnen zeggen dat het maar 10.000 jobs zijn op een totaal van 300.000 die werken in de technologiesector in België. Maar het zijn wel 10.000 industriële jobs. Alleen al voor de sociale zekerheid is dat uitzonderlijk belangrijk. Immers als er een job in de industrie verdwijnt, moeten er bijna 2 nieuwe bijkomen in de rest van de economie om dezelfde hoeveelheid premies voor de sociale zekerheid te innen.

Deze jobs staan in schril contrast met de flexi / mini / startjobs waar de regering  Michel zo graag mee uitpakt of de jobs die het resultaat zijn de platformeconomie (Deliveroo,Uber,…): de verdere precarisering van de arbeidsmarkt. Deze laatste jobs zijn ondertussen wel het soort jobs die voor een generatie jongeren de eerste kennismaking met de arbeidsmarkt dreigen te worden. Al die ’nieuwe’ jobs hebben gemeen dat ze bestaande werknemersstatuten ondergraven, collectieve regelingen negeren en middels de toenemende digitalisering arbeidsrechten / relaties meer en meer te individualiseren. Dit alles natuurlijk vanuit een zeer ideëel motief, dixit Deliveroo “het laat hen (de fietskoeriers toe heel flexibel te werken en dat is net wat belangrijk is voor hen”.

Die individualisering is ook een reëel gevaar voor onze industrie. Door de digitalisering zal arbeid sterker gecontroleerd en gemonitord kunnen worden: digitale arbeid met internet en sensoren zorgt ervoor dat de arbeid(st)er permanent kan gelokaliseerd worden en dat elk van zijn/haar handelingen controleerbaar wordt. Het systeem kan automatisch de prestaties, verloning, afwezigheden, pauzes, fouten … van elke individuele arbeid(st)er aanleveren.

De vraag is niet of we daar als vakbond nu ouderwets op reageren of niet. Als men –onder het mom van disruptie -  de 19de eeuw terug wil invoeren is het misschien niet verwonderlijk dat de vakbonden nogal ouderwets reageren. De vraag en uitdaging voor vakbonden en andere sociale partners is wel hoe we deze nieuwe vormen van digitalisering van de werkvloer en individualisering van de arbeid collectief kunnen omkaderen.

We mogen er ons als vakbond niet op miskijken. Het komt er niet op aan om nu een veldslag winnen om achteraf te constateren dat we de oorlog verloren hebben. Enkel de oude recepten zullen niet helpen. Maar we moeten ook ten alle prijze vermijden dat de weknemers van morgen fietskoeriers bij Deliveroo worden die werken tegen een stukloon. Tussen die twee uitersten ligt er heel wat werk voor de winkel voor een nieuwe generatie metallos

Herwig Jorissen
Voorzitter

Lees meer in onze congresfiches