de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

In gesprek met... Herwig Jorissen, Voorzitter

Het is niet slecht om belangrijke zaken te herhalen. Itenera publiceerde onlangs de studie ‘De toekomst van de maakindustrie in België”.

 

  • Om een gezonde economie te hebben moet de industrie, volgens Europa, 20% aan het  bruto binnenlands product bijdragen. In België halen we 17%. Niet alleen scoren we slechter dan heel wat buurlanden, we zitten ook onder het Europees gemiddelde (en al sedert 2005);
  • Hoogtechnologische productie bevordert economische groeimogelijkheden. Het aandeel hoogtechnologische in het BBP is in België7%, het Europees gemiddelde bedraagt 16%;
  • Een kwart van de tewerkstelling gebeurt in de industrie en elke job in de industrie zorgt op zijn beurt voor 0,5 tot 2 jobs in andere sectoren;
  • De metaal-elektro en de chemie zijn een voorname ruggengraat van de industrie in België.
Zonder sterke industriële sector, geen gezond economisch weefsel. Zonder lokale productie geen kennis- of diensteneconomie. Dat is de socio-economische realiteit.

We staan aan de vooravond van de vierde industriële revolutie met nieuwe industriële en gedigitaliseerde productiemogelijkheden. Mogelijkheden (stijging productiviteit, meer op maat gemaakte productie, veiligere jobs, re-lokalisatie van tewerkstelling, controle van industriële processen gedurende de ganse keten, … ) maar ook bedreigingen (verdwijnen van (routine)jobs, grotere controle van werknemers, toename van de precarisering, flexibilisering van de werktijd, …).

Er is nood aan een toekomstgericht industrieel beleid, dat niet alleen bestaat uit woorden en dikke rapporten, maar vooral uit daden (dixit Itenera). Een beleid ook dat zich niet enkel focust op kosten (loon en andere) maar ook op de niet –kosten gebonden competitiviteit (onze geschoolde werknemers, onze transportinfrastructuur…).

Maar ook de werkgevers moeten over de brug komen op het vlak van investeren in innovatie en ontwikkeling, in digitale transformatie van hun onderneming. En laat daar een schoentje zeer erg klemmen. 60% van de Belgische bedrijven (volgens een Trends enquête) is overtuigd van de noodzaak van een digitale transformatie, maar slechts 22% van de ondervraagde financiële directeurs en 34% van de CEO’s (de belangrijkste beslissingsmakers) weten wat zo’n digitale transformatie inhoudt. Zou het daardoor zijn dat de voorbije twee jaar Belgische bedrijven gemiddeld 2 % van hun omzet per jaar investeren in het digitaliseren van hun productieproces (wat ze de komende vijf jaar willen  optrekken tot 3 %). Waarmee we beduidend onder de internationale standaard van 5 % liggen (studie PWC).

Studies (van o.a. OESO) gaven al aan dat sterke vakbonden zorgen voor minder ongelijkheid en dat ongelijkheid finaal een rem is op economische groei. Om van Industrie 4.0 een succesverhaal te maken is daarom van in het begin sociale dialoog nodig. Dat de Vlaamse regering dat niet begrijpt (in het VISIE 2050 rapport over Industrie 4.0 komt één maal het woord ‘vakbond’ voor) is niet verwonderlijk. In de metaal hebben we een andere traditie. Investeren in de toekomst (van de industrie) kan alleen samen. Enkel sociaal overleg zorgt voor een win / win voor werknemer, werkgever en samenleving.

Herwig Jorissen
Voorzitter