de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

In gesprek met ... Voorzitter Herwig Jorissen.

In zo goed als alle paritaire comités van de metaal zijn er inmiddels sectorakkoorden afgesloten (sommige moeten nog goedgekeurd worden - enkel bij de elektriciens is er nog geen ontwerpakkoord).

Laten we nog even terugkomen op het akkoord binnen het grootste paritair comité - dit van de metaal- en de machinebouw (PC 111.1&2) - en het punt dat tijdens de besprekingen zonder meer moeilijk lag bij onze militanten: het plus minus conto. Dat systeem bestaat al langer in de autoassemblage. Met name bij Audi wordt het gebruikt om productiepieken op te vangen. Extra werkuren die op het moment dat de productie minder is, kunnen worden gerecupereerd.

Als we de mogelijkheid tot invoering van het plus minus conto in onze cao hebben ingeschreven, dan hebben we dat niet lichtzinnig gedaan. We weten maar al te goed dat flexibiliteit een extra belasting betekent voor het privéleven van de werknemers.

Voor vele protagonisten lijkt er een koppelteken te staan tussen flexibiliteit en vrije markt. Alsof het ene niet kan zonder het andere. Het Centraal Planbureau van Nederland stelde nochtans dat het onmogelijk is om te bepalen welk aandeel in flexibele arbeidsrelaties van de beroepsbevolking ‘economisch ideaal’ zou zijn. Een flexibele arbeidsmarkt heeft vanzelfsprekend voordelen, zoals een sterker aanpassingsvermogen van de economie. De nadelen die aan flexibele arbeidsrelaties zijn verbonden, komen evenwel voor een betrekkelijk groot deel voor rekening van zwakkere groepen op de arbeidsmarkt.

Uit een recent Brits onderzoek zijn nogmaals de negatieve gezondheidseffecten van flexibel werken (hartproblemen, spijsvertering, ademhaling, angst/depressie en migraine) duidelijk naar voren gekomen. Bovendien blijkt dat de stress (slapeloosheid, spanning, kwetsbaarheid, ...) grotere proporties aanneemt, naarmate men langer men in flexibele arbeidsrelaties zit. Dat leidt dan weer tot extra gezondheidsproblemen. Te veel flexibiliteit is niet goed voor de mensen.

Bovendien zijn economische cycli ook moeilijk voorspelbaar. Het kan dan ook niet dat het plus minus conto de deur zou openzetten voor een ongelimiteerde flexibiliteit. We hebben daarom het plus minus conto enerzijds beperkt tot de subsector van de machinebouw en anderzijds - en zeer belangrijk - aan een zware procedure.

Eerst moet het paritair comité en de syndicale delegatie op de hoogte gebracht worden. Vervolgens is er een informatie- en consultatieperiode van zes weken waarin de delegatie geïnformeerd, geconsulteerd en overtuigd moet worden. Pas dan kunnen de onderhandelingen opgestart worden. En ten slotte kan de invoering enkel gebeuren met een cao die is goedgekeurd door de delegaties. Anders gezegd: de syndicale delegatie behoudt op ondernemingsvlak het vetorecht.

Als we de mogelijkheid voor een plus minus conto voorzien hebben, dan hebben we dat niet lichtzinnig gedaan. Maar bij aankondiging van sluitingen of bij herstructureringen zouden we eender wat doen om tewerkstelling te kunnen redden. Als het te laat is, zouden we bijna met de glimlach door de knieën gaan. Als het te laat is. We zijn in de metaalsectoren al te veel bedrijven kwijtgespeeld. Het is onze opdracht en plicht om proactief te handelen. We moeten alle mogelijke instrumenten gebruiken om onze bedrijven en onze industrie, niet alleen te redden, maar ook concurrentieel te houden voor de toekomst.

Maar zoals in onze cao staat en zoals de traditie het voorschrijft in de metaalsectoren: ook de toekomst moet het resultaat zijn van sociaal overleg. Het moet gaan om win-winsituaties voor werkgever én werknemers. Alleen dan bouwen we een duurzame toekomst uit.

Herwig Jorissen
Voorzitter