de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

In gesprek met ... Voorzitter Herwig Jorissen.

Digitalisering van de economie, Industrie 4.0, automatisering, vierde industriële revolutie,... Of we worden platgeslagen met doembeelden over de negatieve impact op onze toekomstige tewerkstelling (en de massale hoeveelheid jobs die zullen worden weg-geautomatiseerd ). Of er wordt ons een technologische rozengeur-en- maneschijn-samenleving voorgehouden. De waarheid is, zoals dikwijls, genuanceerder. De vierde industriële revolutie zal jobs doen verdwijnen en zal jobs creëren. En wat het netto resultaat zal zijn, kan niemand echt voorspellen.

Wat we weten is dat routinematige taken zullen verminderen. Dat proces is al een halve eeuw aan de gang, maar zal nu waarschijnlijk versnellen. Hierdoor neemt middengeschoold werk af. Laag- en hooggeschoold werk neemt toe of stabiliseert. Ook dat is geen nieuw fenomeen. Ook niet in België. Volgens de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid daalde het aandeel middengeschoold werk tussen 2000-2013 in België met 3,3 procent, het aandeel hooggeschoold werk steeg met 3,9 procent en het aandeel laaggeschoold werk bleef min of meer gelijk.

Veel van het soort jobs dat onder druk komt te staan, zijn jobs in de maakindustrie. Dat is dubbel dramatisch. Het aandeel van de maakindustrie in de totale tewerkstelling bedraagt in België 14 procent, terwijl het Europees gemiddelde 20 procent is. Bovendien zorgt elke directe job in de maakindustrie voor twee tot vijf indirecte jobs. Vandaar ons permanent pleidooi voor investering in de maakindustrie, voor innovatie en duurzame competitiviteit.

De echte gevaren van Industrie 4.0 zijn die jobpolarisatie én de toenemende precarisering van het werk. Precair werk is een term die vele landingen dekt: tijdelijk werk, interim werk, onderaanneming, freelance, deeltijds, flexi-jobs, werken op onregelmatige uren, overwerk, tijds- en plaatsonafhankelijk werken,... Het goede nieuws is dat als we alle niet standaard arbeidsvormen optellen, we in België aan zo’n 15 procent van de werknemers komen. Wat minder is dan het Europees gemiddelde (en een land als Nederland waar we over 30 procent spreken).

Maar de Peeters-en van deze wereld gebruiken Industrie 4.0 wel om het werk ‘wendbaarder’ te maken, flexibeler dus, precairder. En dan hebben we het in de eerste plaats over contractuele flexibiliteit (o.a. tijdelijke contracten, interimarbeid) en temporele flexibiliteit (o.a. deeltijds, nacht-, avond- en weekendwerk, ploegenwerk, onvoorspelbare uurroosters). Werknemers in die precaire banen zijn vooral jong (nieuwkomer op de arbeidsmarkt) en laaggeschoold. Of werknemers met een migratieachtergrond. En bij deeltijdse arbeid, vrouwen tout court.

Onderzoek toont aan dat precair werk gevolgen heeft voor de gezondheid en het welzijn van de werknemers. Men is onzeker over het behoud van job en loon. Het jongleren met contracten, werkuren, sollicitaties, ... zorgt voor een stress. Precair werk gaat ook dikwijls gepaard met het gevoel om machteloos en oneerlijk behandeld te zijn. Precair werk zorgt ook voor economische moeilijkheden, die zich bijvoorbeeld uiten in een minder gezonde leefstijl en huisvesting.

Precair werk treft nu vooral de onderkant van arbeidsmarkt. Alleen als vakbond mogen we dat niet laten gebeuren. Al was het maar dat als eenmaal de bodem uit de emmer is geslagen, we op termijn allemaal nat zullen worden.

Herwig Jorissen
Voorzitter