de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Herwig Jorissen.

 

In gesprek met ... Voorzitter Herwig Jorissen.

“Onder het mom van het primaat van de politiek willen sommige partijen vooral ongehinderd hun asociale politiek uitvoeren. En vakbonden en akkoorden tussen sociale partners zijn daarbij irritante hinderpalen. (...) Er is nu niets makkelijker dan - met het grote gelijk voorop - de onderhandelingen te doen mislukken. Er is niets erger dan dat dit zou gebeuren. Voor de werknemers, omdat de regering dan ongestoord zijn gang kan gaan. (...) Maar ook voor de vakbonden én de werkgeversorganisaties. Beide hebben akkoorden nodig om te tonen dat ze, ook morgen, nog nut hebben. (...) Deze interprofessionele onderhandelingen moeten daarom lukken. Daarvoor moeten beide kanten (kampen?) uit hun loopgraven komen en voor een win-winsituatie zorgen.”

Dat schreven we vorig jaar bij het begin van de onderhandelingen. Vandaag ligt er een akkoord op de tafel. Met inhoud: een loonmarge van 1,1 procent (samen met de index geeft dat 4 procent een afzwakking van de verstrenging van de SWT-regels en alle sociale uitkeringen die er (licht) op vooruitgaan en de allerlaagste het meest.

“Goed voor de economie én goed voor de mensen”, was het eerste (terechte) oordeel van het ABVV. Agoria, onze grootste werkgeversfederatie, was enerzijds positief, omdat “het maximum is gedaan om de concurrentiepositie van onze bedrijven te beschermen” en omdat “de loonkosthandicap dit jaar ten opzichte van de buurlanden licht zal dalen”. Win-win dus.

Zijn er daarom geen meningsverschillen meer? Natuurlijk niet. Agoria liet tegelijk ook weten dat, zoals ze dat al vaak gedaan hebben, niet de loonopslag maar het indexmechanisme het probleem is, want jobs vernietigt. Daarbij verwijzend naar orders bij De Lijn en TEC die niet naar Bombardier of VDL Roeselare gingen maar naar Spaanse en Poolse concurrenten.

We zijn het niet eens met Agoria en andere patroons en hun voortdurende aanvallen op de index. We zijn het wel eens met Agoria en andere patroons als ze willen vechten voor het behoud van onze industrie én dus van onze jobs.

Recent bleek nog maar eens dat grote bedrijven de afgelopen twee jaar 63.100 banen creëerden. Dat is 75 procent van het aantal nieuwe jobs, terwijl ze voor maar 44 procent van de private tewerkstelling staan. De bedrijven met meer dan 1.000 werknemers stellen 36.000 mensen meer tewerk dan twee jaar geleden. Op hun eentje zorgen ze dus voor 23 procent van het totale aantal banen: voor vier op de tien nieuwe jobs.

En in die bedrijven speelt de (loon)kosthandicap een belangrijke rol. Maar niet alleen. Daarom zijn de maatschappelijke uitdagingen, waarover de interprofessionele sociale partners overeengekomen zijn om er verder over te onderhandelen, belangrijk: een toekomstgerichte arbeidsorganisatie; digitalisering; mobiliteit; herstructureringen; bevorderen (jongeren)tewerkstelling, ... Eenzelfde ingesteldheid als bij dit IPA moet zorgen voor eenzelfde win-win.

Sommigen zaten te wachten op een mislukking. Om, onder het mom van het primaat van de politiek, de welvaartsstaat, geschraagd door het sociaal overleg, de nekslag toe te dienen. Dat is vandaag niet gelukt. Nu bewijzen dat ook de toekomst vorm kan krijgen door sociaal overleg.

Herwig Jorissen
Voorzitter