de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Herwig Jorissen.

 

In gesprek met ... Voorzitter Herwig Jorissen.

De interprofessionele onderhandelingen zijn van start gegaan. Binnen de Groep van 10 is een kalender van onderhandelingen vastgelegd. De vakbonden hebben in een gemeenschappelijk front een eisenbundel opgesteld. We zitten al meer dan twee jaar opgescheept met een rechtse patroonsvriendelijke regering die haar liefde voor het sociaal overleg met woorden belijdt, maar op geen enkel moment met daden. Integendeel. Zelfs als er een akkoord is tussen de sociale partners, willen bepaalde partijen en in de regering-Michel niets liever dan er eerst nog een patronale correctie op toepassen. Onder het mom van het primaat van de politiek willen ze immers vooral ongehinderd hun asociaal beleid uitvoeren. En vakbonden en akkoorden tussen sociale partners zijn daarbij irritante hinderpalen. Dat is zo en zal niet veranderen zolang deze regering het voor het zeggen heeft. Het maakt de positie van de vakbonden tijdens de onderhandelingen er natuurlijk niet gemakkelijker op.

Het gevolg: een nieuw herenakkoord, hervorming loonwet, flexibilisering van de arbeidsmarkt,.... De Groep van 10 kwam er niet uit. En iedereen bleef met lege handen achter. De meest rechtse partijen van Michel 1 hebben niet liever:

- Omdat ze dan zelf kunnen beslissen;
- Omdat elk mislukt sociaal overleg geldt als een bewijs van de overbodigheid van dat sociaal overleg.

Als vakbond hebben we bij de komende onderhandelingen redenen te over om zwaar in te zetten:

- Volgens de European Economic Forecast verliest elke werknemer dit jaar dus 1 volle procent koopkracht. België is het enige land waar de koopkracht dit jaar daalde;
- Volgens dezelfde studie bedraagt de groei in België slechts 1,2 procent. Dat is een halve procent onder het EU-gemiddelde. Slechts zes landen doen het slechter. Onder de vorige regeringen zat België altijd boven het gemiddelde;
- Volgens de Hans-Böckler-Stiftung stijgen in de meeste Europese landen in 2015 en 2016 de lonen sneller dan de prijzen. Er zijn drie uitzonderingen: Griekenland, Portugal én België. Gemiddeld stegen de lonen in 2015 in de 28 landen van de Europese Unie met 1,4 procent, in 2016 met 1,7 procent. In België daalden de reële lonen in 2015 met 0,5 procent. In 2016 met 0,9 procent, de sterkste daling van de hele Europese Unie;
- Op Europees vlak zit België bij de landen waar de lonen het minst stijgen en waar er het minst jobs bijkomen;
- Ondanks indexsprong, stijgende factureren en langere loopbanen is het begrotingstekort van die aard dat de Europese Commissie ons land opnieuw op de strafbank heeft gezet.

Er is nu niets makkelijker dan - met het grote gelijk voorop - de onderhandelingen te doen mislukken. Er is niets erger dan dat dit zou gebeuren. Voor de werknemers: omdat de regering dan ongestoord zijn gang kan gaan. En dat zullen ze doen. Ondanks dalende koopkracht en dalende loonkosten wil én zal deze regering verder sleutelen aan de loonwet. Maar ook voor de vakbonden én de werkgeversorganisaties zelf. Beide hebben akkoorden nodig om te tonen dat ze, ook morgen, nog nut hebben. Dat niemand zich illusies maakt, voor beide liggen er genoeg kapers op de kust.

Deze interprofessionele onderhandelingen moeten daarom lukken. Daarvoor moeten beide kanten (kampen?) uit hun loopgraven komen en voor een win-winsituatie zorgen. Er moet met andere woorden écht onderhandeld worden. Dat wordt een zware opdracht voor de interprofessionele onderhandelaars. Daarom moet ook vanuit de sectoren het signaal komen dat we onderhandelingen willen waarin ieder zijn verantwoordelijkheid opneemt. Het gaat om de toekomst van ons sociaal overleg en dus ons sociaal bestel.

Herwig Jorissen
Voorzitter