de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

In gesprek met ... Voorzitter Herwig Jorissen.

Op 29 september hield het gemeenschappelijk vakbondsfront opnieuw - tot 'veler' verbazing - een succesvolle betoging ter gelegenheid van de tweede verjaardag van en gericht tegen de asociale en onrechtvaardige politiek van de regering-Michel I.

Tot 'veler' verbazing misschien maar niet tot de onze. Onze militanten, onze delegees staan elke dag tussen de mensen en weten dus maar al te goed wat er leeft bij de bevolking. En dat bleek ook uit de enquête die Groen hield bij 1500 Vlamingen en Vlaamse Brusselaars:

  • 73 procent, een overgrote meerderheid, vindt de federale regering te laks op het vlak van fraudebestrijding;
  • 68,7 procent, een overgrote meerderheid, houdt minder over voor noodzakelijke uitgaven en 71,2 procent van hen ziet een negatieve impact van de regeringsmaatregelen op de persoonlijke uitgaven;
  • 71,6 procent, een overgrote meerderheid, vindt dat de minister van Financiën Van Overtveldt vooral opkomt voor de belangen van multinationals;
  • 81,2 procent vindt dat vooral grote bedrijven en multinationals profiteren van het regeringsbeleid;
  • 62,9 procent vindt dat de federale regering de kloof tussen arm en rijk vergroot;
  • 23,2 procent, een absolute minderheid, vindt dat de federale regering opkomt voor de belangen van de gewone burger.

Deze enquête bewijst ten overvloede dat de bevolking weet dat deze regering er één is van het groot kapitaal, een regering die de ongelijkheid en de onrechtvaardigheid in de samenleving alleen maar vergroot. Ze weet het, omdat ze het ziet en voelt.

De betoging was dus geen toevallig succes. Het was een uitdrukking van het feit dat de vakbonden uitdragen wat de bevolking, wat de werknemers vinden. Een van de hoogste syndicalisatiegraden wereldwijd moet je verdienen elke dag.

Maar diezelfde enquête vertelt ons ook meer. Ongeveer de helft van diezelfde Vlamingen vindt de afschaffing van de 38-urenweek een slecht idee. Opnieuw niet verwonderlijk. Men wil de verworvenheden niet op de helling zetten. Maar anderzijds vindt meer dan 60 procent wel dat die 38-urenweek kan hervormd worden: meer werken als het druk is, minder als het kalm is. Anders gezegd: men vindt dat er gepraat kan worden, onderhandeld kan worden. Dat is met een regering die de werkgevers op hun wenken bedient natuurlijk niet makkelijk. Maar moeilijk kan ook.

De vakbonden vrezen, na overleg met de regeringstop, terecht dat besparingsmaatregelen weer op de kap van de werknemers zullen terechtkomen en dat de flexibiliteit zoals die vervat zit in de wet-Peeters er zal komen. En dat zal ook zo zijn. De vraag alleen is nog of ze er komt met (syndicale) bijsturingen of niet. Op interprofessioneel vlak alvast niet.

Door echt voor een onderhandeld akkoord over (meer) flexibiliteit te gaan, hadden we ook de werkgevers voor hun verantwoordelijkheid kunnen plaatsen. Willen ze een akkoord in het kader van sociale vrede of willen ze een akkoord met de zegen van de regering en met blijvende conflicten tot gevolg. Die kans hebben we gemist.

Een onderhandeld akkoord had de positie van de vakbonden niet verzwakt, maar juist versterkt. Omdat wij getoond hadden de uitdrukking zijn van het verzet tegen onrechtvaardigheid en ongelijkheid te zijn en tegelijk oog te hebben voor de verzuchtingen van de werknemers en voor hun jobs.

Agoria kondigt aan dat voor het eerst in jaren 3000 jobs zullen bijkomen in de technologische industrie. En dat is natuurlijk beter dan dat er 3000 verdwijnen zoals bij Caterpillar. Maar voor de toekomst zal de vraag wel meer en meer zijn: welke banen? Want je kunt geen arbeidsmarkt hebben met alleen hoogopgeleide mensen. We moeten ook banen blijven creëren voor arbeiders. En daar is industrie voor nodig, met goed opgeleide werknemers in een goed sociaal klimaat. Die uitdaging ligt nu in de sectoren.

Herwig Jorissen
Voorzitter