de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

In gesprek met ... Voorzitter Herwig Jorissen.

De wet op de aanvullende pensioenen (de WAP) dateert van 2003. Deze wet maakte het mogelijk maakte om op sectoraal vlak een aanvullend pensioenstelsel in te richten. In de metaalsectoren zijn er twee soorten pensioeninstellingen. In de metaalverwerking en monteerders is er een paritair beheerd pensioenfonds: het Pensioenfonds Metaal. In de andere sectoren is dat een verzekeringsmaatschappij: Sepia voor de garages, koetswerk, metaalhandel, terugwinning van metalen en edele metalen en Axa bij de elektriciens. 

Zoals het is: een gewaarborgd rendement voor je aanvullend pensioen.

Het aanvullend pensioen wordt gefinancierd door een vaste bijdrage van de werkgever op je loon. De hoogte wordt onderhandeld en vastgelegd in een CAO. De bijdragen worden opgespaard en voorzien van een gewaarborgd rendement tot op het moment dat je je aanvullend pensioen kan opvragen. De WAP legde het gewaarborgd rendement vast op 3,25% voor de werkgeversbijdrage en 3,75% voor de eigen bijdrage.

Verzekeringsmaatschappijen klagen steen en been.

Het is dit “gewaarborgd rendement” dat momenteel ter discussie staat. Verzekeringsmaatschappijen klagen steen en been dat ze op dit moment dat rendement niet kunnen realiseren. Door de economische crisis en het lage rentebeleid van de Europese Centrale Bank daalt immers het jaarlijkse rendement. Op korte termijn is dat ongetwijfeld waar.

Hoe zit dat op langere termijn?

Volgens Credit Suisse steeg het jaarlijkse rendement in België gedurende de voorbije 15 jaar met 3 % op aandelen en 5,9 % op obligaties en volgens de Nationale Bank steeg het totale financiële vermogen van de Belg sinds de crisis met gemiddeld 5,1 % per jaar. De vraag is dus waarom de gemiddelde Belgische verzekeraar niet kan wat de gemiddelde Belg wel kan? Wat is er met de winsten uit het verleden gebeurt?

De regering laat de werknemers (opnieuw) betalen!

Het verbaast natuurlijk niet dat deze rechtse regering vooral oor heeft voor de klaagzang van de verzekeraars. Ze wil daarom, op voorstel van de Nationale Bank, het gewaarborgd rendement vervangen en door een variabel rendement dat de markt volgt. Als dat gebeurt wordt het individueel aanvullend pensioen met maar liefst 30% beperkt, of een indexsprong gedurende twintig jaar. De gemiddelde werknemer verliest dan zo’n 1000 euro per jaar. (meer info)

Een aanvullend pensioen is per definitie een lange termijn project, maar als de wil van de verzekeraars wet wordt en de korte termijnbelangen het halen dan kan je afvragen of het nog wel zin heeft om met een aanvullend pensioen (bij een verzekeringsmaatschappij) te starten. Je kan dan beter je nettoloon verhogen en zelf sparen en beleggen.

Hoe zit dat in onze sectoren?

In onze grootste sector (metaalverwerking) is het aanvullend pensioen geregeld door een cao van onbepaalde duur. Daar zitten we dus ‘safe’ met het gegarandeerd rendement. Al schuilt er een adder onder het gras. Het FSMA (controleorgaan financiële markten) legt de pensioenfondsen een dekkingsgraad (de mate waarin een fonds met zijn activa zijn korte termijn verplichtingen kan nakomen) van 100 % op. Nu hebben we een dekkingsgraad van 113% (meer dan OK), maar als dat onder een bepaald niveau zou dalen kan de FSMA ons een herstelplan opleggen, waarbij we ons moeten conformeren aan nieuwe WAP-regels, die een lager minimumrendement zal voorzien. In de andere sectoren lopen contracten van bepaalde duur met verzekeringsmaatschappijen, dus daar zal de discussie vroeg of laat zeker op het sectorale niveau terecht komen. Al garanderen ze vandaag, zowel bij nieuwe als oude contracten, de facto al niet de 3,25%. Het is de inrichter van het aanvullend pensioen (de werkgever of Fonds voor Bestaanszekerheid) die in dat geval verplicht moet bijpassen.

Rendement van kapitaal gaat boven rendement van arbeid.

Deze regering verplicht ons niet alleen langer te werken, op het einde van de rit krijgen we dan nog minder ook. Eerst was er de pestmaatregel door de uitbetaling van het aanvullend pensioen kapitaal te koppelen aan de effectieve ingangsdatum van het vervroegd pensioen en nu snijdt men in het opgespaarde kapitaal zelf. In plaats van te kiezen voor het rendement van de (werkende) burgers kiest deze regering andermaal voor het rendement van het kapitaal in deze de verzekeraars en werkgevers.

Herwig Jorissen
Voorzitter