de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Herwig Jorissen.

 

In gesprek met ... Voorzitter Herwig Jorissen.

De zomermaanden zijn vakantiemaanden. Voor de ene is vakantie alles wat zich afspeelt tussen Rock Werchter en Pukkelpop. De ander trekt naar de kust in binnen- of buitenland. Ieder viert vakantie op zijn of haar manier. Wie werkt, vindt het ‘normaal’ dat hij of zij vakantie heeft en dat het betaalde vakantie is. Dat is natuurlijk ook normaal. Maar het is wel niet vanzelf gekomen.

Voor betaald verlof is gestreden

Bijna honderd jaar geleden (vanaf 1920) voerden enkele grote fabrieken in het Antwerpse enkele dagen vakantie in. De Belgische autofabrikant Minerva was de eerste. Al snel gevolgd door Gevaert, Bell en andere. In 1925 kregen de spoorarbeiders dankzij Anseele acht dagen betaald verlof. Maar het was pas na de staking van 1936 dat werknemers die minimaal één jaar in dienst waren bij een werkgever recht hadden op zes dagen betaalde vakantie. Het vakantiegeld was gelijk aan het loon. En de wet gold niet voor werknemers in familiebedrijven of kleine ondernemingen (minder dan 10 werknemers). En vervolgens gebeurde wat we altijd gedaan hebben. Stap voor stap hebben we het recht op betaald verlof verbeterd en uitgebreid. In 1938 kregen alle Belgische werknemers recht op vakantie en voor werknemers onder de18 werd de vakantieduur verdubbeld. In 1947 werd het vakantiegeld voor de eerste week verdubbeld. Tot in 1975 de wettelijke vakantieduur op vier weken kwam te liggen.

Niet voor niets

Het betaald verlof is het resultaat van de kracht van de arbeidersbeweging, van strijd en van onderhandelen. Zo is onze sociale welvaartstaat tot stand gekomen. Om dat te onderstrepen hebben we in het voorjaar de campagne ‘Realisatie van de vakbond’ gelanceerd. Om aan te tonen dat we niets voor niets gekregen hebben (het weekend – de sociale zekerheid – veilig werk – betaald verlof). Ook in het najaar zullen we daarmee verder gaan.

Ook werkbaar werk zal duur bevochten recht worden

Want het behoort tot de loop der dingen dat we onze huidige rechten niet meer als verworvenheden zien, maar als iets dat er altijd al was. Betaald verlof, index, werkloosheidsuitkeringen onbeperkt in de tijd... da’s ons recht. En dat is ook zo. Maar het is een duur bevochten recht. Door werknemers, door vakbonden. Het nut van de vakbonden wordt natuurlijk niet bewezen door te verwijzen naar dat verleden. Maar wel doordat we ook in de toekomst diezelfde strijd zullen moeten voeren. Nu deze regering op een drafje en zonder visie en zonder omkadering de pensioenleeftijd naar 67 heeft verhoogd (tenminste voor de werknemers niet voor zichzelf), wordt werkbaar werk een van de belangrijkste issues. Werkbaar werk zal er niet komen, omdat Kris Peeters een hoogmis organiseert en cao 104 blijft op bedrijfsvlak veelal een dode letter. Dus zullen we, zoals bij het betaald verlof, stap voor stap, onze eigen sectorale systemen moeten opbouwen.

Met werkbare loopbanen. Vooruit.

Laat ons daarmee de zomermaanden ingaan. Zoals onze voorgangers voor de werknemers de betaalde vakantie bevochten hebben, zullen wij voor de toekomstige werkbare loopbanen moeten realiseren. Zoals in het verleden zullen de vakbonden dat moeten doen. En we zullen dat doen. Met sterke krachten. Vooruit.

Prettige vakantie.

Herwig Jorissen
Voorzitter