de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

In gesprek met ... Voorzitter Herwig Jorissen.

Nooit waren we zo rijk. Nooit waren we zo arm. Er is meer dan voldoende rijkdom om eneieder eenfatsoenlijk leven te laten leiden. Bij een gelijke verdeling van de rijkdom had een gemiddeld gezin met twee volwassenen en drie kinderen wereldwijd een beschikbaar inkomen van 2.870 euro per maand en een gezinsvermogen (spaargeld, waarde van een eigen huis, enz.) van 125.000 euro. Alleen dat hebben ze niet.

De kloof tussen arm en rijk in België

In België is de kloof tussen rijk en arm nog nooit zo groot geweest en ze neemt bovendien nog toe. De laatste twintig jaar daalden de inkomsten van de 30 % armsten met 10 %, terwijl de rijkste procent hun inkomen zagen toenemen met 30 %. De voorbije 25 jaar is het inkomen in ons land weliswaar sterk gestegen. Alleen profiteerde niet iedereen daar op dezelfde manier van.

Uit een analyse van de fiscale aangiften vanaf 1973 tot 2011 door De Standaard bleek dat de 20 % rijkste huishoudens ruim de helft van de inkomensgroei naar zich toe trokken. Alleen die rijkste 20% slaagde er in om een groter aandeel van het inkomen naar zich toe te trekken. Alle anderen gingen er relatief op achteruit. En zoals overal gaan de rijkste 1% met meer dan de kers op de taart lopen. De rijkste 1 % Belgen rijft zo'n 7,5 % van de totale inkomsten binnen, ruim een derde meer dan een vijfentwintig jaar geleden. Dus ook bij ons is een behoorlijk deel de taart van de 1% en de rest mag de kruimels proberen eerlijk te verdelen.

 

Wie arm is blijft arm, wie rijk is blijft rijk

Anderzijds (of bovendien) is de kans op mobiliteit tussen sociale klassen kleiner dan ooit. Kinderen van ouders met een diploma hoger onderwijs hebben tot vier keer meer kans om zelf een diploma hoger onderwijs te behalen dan kinderen van laagopgeleide ouders. Dat blijkt uit cijfers van de dienst statistieken van de FOD Economie die het studietraject van 340.000 jongeren in kaart bracht tussen 2001 en 2011. Levenslang leren is voor sommigen vooral levenslang achter alles aan hollen.

Ook de stijgende kinderarmoede is in het algemeen een teken van lage sociale mobiliteit. Kinderen die in armoede opgroeien, hebben later zelf een grote kans om arme ouders te worden. Als die groep groeit, betekent dat dat er meer mensen 'vastzitten' aan de onderkant van de inkomensverdeling en van de arbeidsmarkt. Uit een internationale vergelijking bleek bovendien dat, wat het doorgeven van eenvoudige jobs van generatie op generatie betreft, België een koploper was in Europa.

De klassenmaatschappij lijkt wel terug van nooit weggeweest. En de rechtse regering-Michel zal deze tendens alleen maar versterken: kappen in sociale uitkeringen, afbouw publieke diensten, duurder onderwijs, aantasten van de koopkracht (indexsprong)...

Een cao als dam tegen de ongelijkheid

Sterke vakbonden en sterke cao's kunnen een dam zijn tegen groeiende ongelijkheid. Of het is in ieder geval zo dat waar sterke vakbonden en goede cao's ontbreken, de ongelijkheid nog sneller toeneemt. Maar ook dat wil deze regering breken. Om te beginnen door een onderhandelingskader te creëren dat er geen was. De marge was bijna nihil en de patroons wisten, met een VOKA-regering achter de hand, dat ze toch altijd aan het langste eind zouden trekken.

Een ontwerpakkoord in PC 111

In onze grootste sector ligt er een ontwerpakkoord ter tafel. We hebben o.a. de koopkracht maximaal ingevuld (in centen en niet in procenten), het aanvullend pensioen nogmaals versterkt en de patroons zo ver gekregen dat ze willen werken aan een sectoraal kader werkbaar werk. Tegen medio 2016 moet zo'n eigen sectoraal model in de stijgers staan. En dat laatste is dringend nodig. Want blijkbaar wil de regering-Michel ook hier een loonkostdebat van maken. Tenminste als we Open VLD-kamerlid Egbert Lachaert in de Zevende Dag mogen geloven: "Werkbaar werk? Ouderen verdienen te veel." Hoe minder je voor werk moet betalen, hoe werkbaarder het is. Voor de patroon. Zo moet de redenering ongeveer zijn.

Van niets iets maken, van ongelijkheid (meer) gelijkheid

Van niets iets maken: dat was de opdracht. Niet meer, niet minder. De beraadslaging is bezig en de Syndicale Raad van 26 juni zal oordelen of we daarin geslaagd zijn. Het is altijd de taak van de vakbond geweest om van niets iets te maken. Van ongelijkheid (meer) gelijkheid.

Herwig Jorissen
Voorzitter