de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Herwig Jorissen.

 

In gesprek met ... Voorzitter Herwig Jorissen.

Het is al veel gezegd en herhaald: de maakindustrie ziet af. In 2008 werkten er nog 310.000 mensen in de Belgische technologie-industrie, tegenover een goede 270.000 vandaag. We hebben klappen gekregen en we blijven er krijgen. En toch is er geen alternatief voor de maakindustrie. Zij is de motor van onze export en technologische vernieuwing en daarom essentieel voor onze welvaart. Zij die droomden van een logistiek Vlaanderen gestoeld op een kenniseconomie en een dienstenindustrie kunnen die droom beter opbergen. Want 74 % van de jobs in de dienstenindustrie hangen af van de maakindustrie. Vlaanderen en onze welvaart hebben de maakindustrie nodig.

Onze industrie is onvoldoende gewapend voor de toekomst

Herman Derache, algemeen directeur van Sirris, het innovatiecentrum voor de industrie in ons land, stelde onlangs dat "onze industrie onvoldoende gewapend is om 2025 zonder kleerscheuren te halen". De meeste bedrijven zijn bezig met de korte termijn, nieuwe technologieën en nieuwe producten. "Dat kan de business voor enkele jaren flink doen groeien, maar op langere termijn redden we het hier in België niet alleen daarmee." Een echt toekomstgericht bedrijf moet aan een aantal criteria voldoen, onder andere productiemiddelen van wereldklasse, gelijktijdig product en productie ontwikkelen, digitale fabriek , betrokkenheid van de medewerkers, duurzame en milieuvriendelijke productie (lager energieverbruik, zorgzaam materiaalgebruik),...

Mindergeschoolden mogen niet uit de boot vallen

Er zijn gelukkig nog genoeg bedrijven – ook in deze moeilijke tijden, ook in Vlaanderen – die tonen dat maakindustrie in Vlaanderen wel degelijk mogelijk is: Vandewiele, Picanol, Van Hool, Barco... De maakindustrie zal er morgen anders uitzien dan vandaag. Dat is evenzeer een gegeven om rekening mee te houden. Het zijn nu de minder geschoolde arbeiders die hun job vaak verliezen. Ondanks een eenheidsstatuut dat ooit een feit zal worden, zal diezelfde werknemersgroep evenzeer het grootste gevaar blijven lopen in de nieuwe maakindustrie. Het wordt én van de allergrootste uitdagingen voor onze samenleving en voor ons onderwijs. Want jongeren die zonder kwalificaties en, erger nog, zonder competenties op de arbeidsmarkt verschijnen, zijn een vogel voor de kat. Maar ook bedrijven zullen meer moeten inzetten op vorming en opleiding.

Hoe meet je de kwetsbaarheid van bedrijven?

De maakindustrie moet zich wapenen voor de toekomst. Maar ook wij als vakbond. Daarom presenteerden we op ons laatste congres de studie van Bernard Mazijn 'Naar een nieuwe industrialisering van en voor de metaalsector'. Na de 'vergroening' van de klassieke Economische en Financiële Informatie (EFI) enkele jaren geleden, gaan we nu een stapje verder. Er is nu een instrumentarium nodig dat nagaat hoe kwetsbaar de onderneming is op het gebied van bevoorradingszekerheid, grondstoffen en energie, maar ook de waardeketen (de sociale, milieu en economische effecten van de productie) waarbinnen het opereert. Bovendien gaat de kwetsbaarheid van een onderneming verder dan de eigen bedrijfsvoering. Het is ook altijd belangrijk voor een onderneming om te onderzoeken wat er in de keten stroomopwaarts en stroomafwaarts het eigen bedrijf aan het gebeuren is. Zo'n tool die de kwetsbaarheid van de bedrijven meet, is momenteel in ontwikkeling en zullen we in het eerste kwartaal van 2015 voorstellen.

Een duurzame en minder kwetsbare maakindustrie

"Onze overlevingskansen hier in België zullen vooral afhangen van onze creativiteit en het vermogen om ons van andere te onderscheiden. Het komt er vooral op aan om nieuwe kansen te zien, veeleer dan je constant blind te staren op de problemen en je daarop te pletter te lopen", zei de plantmanager Van NewTec, Guy De Winne, in De Morgen. Het wordt de uitdaging van alle partners om te zorgen voor een innovatieve duurzame en sociale maakindustrie.

Herwig Jorissen
Voorzitter