de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

De West-Europese autoverkoop vertraagt, de verschillende constructeurs spelen vestigingen tegen elkaar uit, maar onze automobielconstructeurs krijgen het ene na het andere model toegewezen. Ford Genk krijgt twee nieuwe modellen (de Galaxy en de S-max) en krijgt er binnenkort nog eens de nieuwe Mondeo bij. Volvo Gent krijgt het nieuwe model XC50. Volkswagen mag de nieuwe Polo assembleren en mag voorlopig de meerproductie van de huidige generatie alvast produceren. Opel Antwerpen weet nog niet wie de nieuwe Astra mag maken, maar ontsnapt vooralsnog aan een Europese herstructurering. Als alles zo gaat, hoe komt dat dan en wat is dan het probleem? 

Na het drama van de sluiting van Renault Vilvoorde en de loodzware herstructureringen bij Opel en Ford Genk zijn de ogen van velen opengegaan. De berusting van ‘ze zullen hier allemaal uiteindelijk verdwijnen’ sloeg om in vechtlust en in de wil om niet meer achter de feiten aan te hollen. Maar om op voorhand de nodige initiatieven te nemen om de automobielindustrie hier te houden en te verankeren. De sociale partners wilden een actieve rol van de overheid en de Vlaamse regering heeft deze vraag beantwoord in de vorm van een actieplan voor de automobielindustrie. Er werd een Taskforce opgericht met het oog op de permanente opvolging door de sector en dat alles resulteerde in twaalf actiepunten. Naast de onze klassieke troeven (centrale ligging, hoge productiviteit, hoog opgeleid personeel,…) werden een resem concrete voorstellen gedaan:
  • Verlaging van de loonkost door lastenvermindering op ploegenarbeid
  • Invoering van tijdspaarrekening in bedrijven
  • De constructeurs wordengesensibiliseerd om innovatieve projecten in te dienen, vooral rond procesinnovatie en, indien mogelijk, in samenwerking met Vlaamse toeleveranciers
  • Accountmanagers voor de voertuigindustrie om elk assemblagebedrijf te begeleiden in de contacten met de overheid
  • In samenwerking met VDAB en onderwijs betere afstemming tussen vraag en aanbod van arbeidskrachten
  • Samenwerking op vlak van de logistiek
  • Accijnsverlaging of –vrijstelling op energieproducten.

Al deze actiepunten hadden één gemeenschappelijk doel: het behoud van de automobielindustrie in België. Daarom zullen de sociale partners in eerste instantie een princiepsakkoord ondertekenen omtrent tijdsparen en het plus – minus conto (zie uitleg in artikel op deze pagina). Dit akkoord legt een aantal principes vast. Daarnaast moeten de uitvoeringsmaatregelen komen. We maken ons geen illusie. Dit akkoord als dusdanig zal ons ook geen blijvend voordeel opleveren. Maar het is een belangrijk signaal naar de hoofdzetels dat we bereid zijn om te vernieuwen en het zal hoe dan ook een troefkaart zijn voor onze constructeurs, en als allereerst voor Opel, als ze bij hun moederbedrijven hun offertes moeten indienen om de nieuwe modellen te bekomen. Daarom is dat akkoord van levensbelang voor 100.000 werknemers in Vlaanderen en voor een industrie die de economische motor is van een regio. Het zou ongehoord zijn als ook maar iemand daar lichtzinnig zou mee omgaan. Er hangt te veel van af.

Herwig Jorissen
Voorzitter