de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Herwig Jorissen.

 

Op 29 mei ondertekenden we voor de automobielsector een protocolakkoord inzake het plus-minus conto en het tijdsparen. Op deze pagina werd hierover reeds uitvoerig bericht. We gaan dan ook niet alles herhalen. Alleen dit: om binnen de eigen groep concurrentieel te blijven en nieuwe modellen binnen te halen is in sommige vestigingen het plus-minus conto levensnoodzakelijk (het plus-minus conto bepaalt dat de arbeidsduur berekend wordt over de levensduur van een automodel, zijnde maximum zes jaar). Zeker in tijden dat bij de rechtstreekse concurrenten niet alleen nulakkoorden werden afgesloten, maar zelfs serieuze loonsinleveringen. En men moet geen doorgestudeerde econoom zijn om te weten dat wie geen nieuwe modellen binnenhaalt, serieus in de problemen komt. 

Enerzijds is er het plus-minus conto, anderzijds is het tijdsparen belangrijk voor een aantal andere automobielvestigingen. Het uitgangspunt van het tijdsparen is dat men overuren kan oppotten gedurende zijn ganse carrière en dat men zelf kan bepalen wanneer men deze wil opnemen. Met andere woorden met tijdsparen worden overuren niet uitbetaald maar in overeenstemming met goede syndicale principes gecompenseerd. 

Dit was en is een belangrijk protocolakkoord voor ons. Maar ook een akkoord dat voor heel wat discussies zorgt. In onze centrale, maar vooral ook binnen het ABVV. Eenzelfde discussie en tegenstand bestaat trouwens ook binnen het ACV. Omdat de uitvoering van dit protocolakkoord ook een aantal wetgevende initiatieven vergt, moeten we met zijn allen – wij als centrale, de interprofessionele syndicale structuren, de werkgevers, de regering – hoe dan ook tot een compromis komen. Dat is gezien de standpunten een niet altijd even makkelijke evenwichtsoefening. We hebben er nochtans vertrouwen in dat we er uit zullen geraken en dat iedereen zijn verantwoordelijkheid zal opnemen en dat niemand het risico zal willen nemen om niet alles gedaan te hebben om de tewerkstelling van onze automobielbedrijven zo maximaal mogelijk beschermd te hebben. 

Wat we echter kunnen missen als kiespijn is een minister van Economie, Ondernemen, Innovatie, Wetenschap en Buitenlandse Handel, die in het kader van haar politieke profilering op de hoofdzetel van GM onverantwoorde verklaringen aflegt. Verklaringen die een karikatuur maken van het protocolakkoord (“de invoering van een werkdag van tien uur”) en die alleen maar voor onrust zorgen in de betrokken fabriek in Antwerpen. Als de VLD dan toch wil luisteren naar het middenveld, dan kan ze minister Moerman misschien eens uitleggen hoe sociale dialoog werkt en vooral hoe voorzichtig men daarin soms te werk moet gaan. Iedereen die het nieuws volgt weet dat voor de automobiel in Vlaanderen en Brussel cruciale momenten aanbreken. Als iedereen nu zijn of haar job doet, dan en dan alleen zullen we er in slagen om de jobs van onze arbeiders te vrijwaren. Laat ons dat doen en voor de rest niet te hard roepen.

Herwig Jorissen
Voorzitter